Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Lelystad Zaaknummer/rekestnummer: 537281 / HA RK 22-82 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 29 april 2022 op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , (verder te noemen: verzoeker). 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het wrakingsverzoek van 5 april 2022; - de schriftelijke reactie van 6 april 2022 van mr. P.J. Neijt; - een nadere toelichting op het wrakingsverzoek van 15 april
- 1.
- Het wrakingsverzoek is op 15 april 2022 in het openbaar behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (verder: de wrakingskamer). Verzoeker en mr. Neijt zijn met bericht van verhindering allebei niet verschenen. 1.
- De uitspraak is bepaald op heden. 2Het wrakingsverzoek 2.
- Verzoeker heeft in het faillissement van hemzelf en wijlen zijn echtgenote en de faillissementen van verschillende aan hem gelieerde vennootschappen een verzoek tot wraking gedaan. Het verzoek is gericht tegen rechter-commissaris mr. P.J. Neijt (verder: de rechter-commissaris), die betrokken is bij de faillissementen. 2.
- Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de rechter-commissaris zich afzijdig had moeten houden toen de rechtbank hem om advies vroeg in een procedure over zijn verzoek tot ontslag van de curatoren (C/16/14/727 F c.s.). Er is een hechte band ontstaan tussen de curatoren en de rechtercommissaris. De rechter-commissaris volgt de curatoren altijd en kan daarom geen onafhankelijk advies geven aan de rechtbank. Door toch advies te geven aan de rechtbank, heeft de rechter-commissaris feitelijk de rechtbank beïnvloed met een partijdig en niet onafhankelijk advies. Het advies van de rechter-commissaris is hoofdzakelijk de oorzaak van het afwijzen van het verzoek tot ontslag van de curatoren. 2.
- De rechter-commissaris heeft niet berust in de wraking. In zijn schriftelijke reactie stelt hij zich op het standpunt dat de rechtbank, voordat zij een beslissing neemt, op grond van artikel 65 van de Faillissementswet (verder: Fw) verplicht is de rechter-commissaris te horen. Dit geldt onder meer als de rechtbank moet beslissen op een verzoek tot ontslag van een curator. De rechter-commissaris stelt dat hij - door de rechtbank advies te geven - invulling heeft gegeven aan zijn wettelijke taak. Dat de inhoud van zijn advies en de beslissing van de rechtbank verzoeker niet bevalt, is geen gegronde reden voor wraking. 3De beoordeling 3.1 Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. 3.
- Op grond van artikel 37 lid 1 Rv moet het verzoek worden gedaan zodra die feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Het verzoek tot wraking is gericht tegen het advies van de rechter-commissaris. Het advies dateert van 22 februari 2022 en is behandeld bij de zitting op 7 maart 2022 in de procedure C/16/14/727 F c.s. Als verzoeker niet voor de zitting al op de hoogte was gebracht van de inhoud van het advies dan is hij in ieder geval op 7 maart 2022 bekend geworden met het bestaan en de inhoud daarvan. Verzoeker heeft desondanks gewacht tot 5 april 2022 met het indienen van zijn wrakingsverzoek. Dat is minstens vier weken later. De wrakingskamer is van oordeel dat dit in beginsel te laat is, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die dit tijdsverloop rechtvaardigen. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is de wrakingskamer in dit geval niet gebleken. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het wrakingsverzoek. 3.
- Ten overvloede overweegt de wrakingskamer dat de rechter-commissaris op verzoek van de rechtbank een advies heeft uitgebracht en daarmee slechts uitvoering heeft gegeven aan zijn wettelijke taak (op grond van artikel 65 Fw). Ook als eiser zijn wrakingsverzoek wel tijdig had ingediend, zou dit geen gegronde reden voor wraking zijn geweest. 4De beslissing De wrakingskamer: 4.
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek; 4.
- draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de rechter-commissaris tegen wie het verzoek tot wraking is gericht, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van team Toezicht, waarin de rechter-commissaris werkzaam is en de president van deze rechtbank. Deze beslissing is gegeven door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, mr. D. Wachter en mr. H.B.W. Beekman als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 april
- de griffier wegens afwezigheid van de voorzitter wordt deze beslissing getekend door de oudste rechter de griffier is buiten staat deze beslissing te ondertekenen Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.