RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Lelystad Parketnummer: 16/137979-21 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 4 mei 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1979] , wonende op het adres: [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 15 december 2021 en 20 april 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. T. Tanghe, en van hetgeen verdachte en zijn raadvrouw, mr. L.D.H. Lesmeister, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat de verdachte: in de periode van 8 juni 2018 tot en met 9 november 2020 in Urk (een gegevensdrager met) kinderporno heeft verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Ten aanzien van het bestanddeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezitten en verwerven van kinderpornografisch materiaal heeft de officier van justitie aangevoerd dat het weliswaar om een beperkt aantal foto’s gaat, maar dat verdachte heeft verklaard dat hij gedurende de ten laste gelegde periode van ongeveer tweeënhalve jaren iedere dag alcohol dronk en contact zocht met jonge meisjes, aan wie hij vroeg foto’s te sturen. Gelet op deze lange periode acht de officier van justitie ook het ten laste gelegde bestanddeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezitten en verwerven van kinderpornografisch materiaal wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde bestanddeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezit van kinderpornografisch materiaal. De raadsvrouw heeft in dat kader gewezen op de geringe omvang en het feit dat de kinderpornografie is aangetroffen op één gegevensdrager, namelijk een telefoon. Er is geen sprake van een zich over de ten laste gelegde periode uitbreidende collectie, maar van een enkel plaatje dat gedurende de ten laste gelegde periode op de telefoon van verdachte heeft gestaan. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Partiële vrijspraak bestanddeel ‘van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt’ Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van het maken van een gewoonte van het plegen van een misdrijf moet gekeken worden of de pluraliteit van feiten onderling in zeker verband staan en of wat de aard van de feiten betreft en/of de psychische gerichtheid van de verdachte de neiging bestaat om telkens weer een dergelijk feit te begaan. De rechtbank overweegt dat er enige tijd gemoeid is geweest met het aanleggen van de verzameling. De rechtbank is echter van oordeel dat uit de geringe hoeveelheid aangetroffen kinderpornografische bestanden en het feit dat de afbeeldingen op één gegevensdrager (de telefoon van verdachte) zijn aangetroffen, niet blijkt dat verdachte van het ten laste gelegde feit een gewoonte heeft gemaakt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het bestanddeel ‘van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt’. Bewijsmiddelen De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna is opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit heeft bekend en geen (algehele) vrijspraak van dit feit is bepleit, volstaat de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de volgende bewijsmiddelen: de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 15 december 2021 en 20 april 2022; het proces-verbaal van bevindingen onderzoek mobiele telefoon (eventueel met sim- en geheugenkaart) van 22 januari 2021; - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal (TBKK) van 15 februari 2021, met bijlagen I tot en met III. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: in de periode van 8 juni 2018 tot en met 9 november 2020 te Urk, meermalen, afbeeldingen, te weten foto’s en een video en een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen - te weten een mobiele telefoon (merk Samsung, type (Galaxy) S9, goednummer PL1300-2020020362-5993017), van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen toonmap afbeelding met de bestandsnaam [bestandsnaam] (omschrijving op p. 02 27 van het proces-verbaal) toonmap afbeelding met de bestandsnaam [bestandsnaam] .mp4 (omschrijving op p. 02 29 van het proces-verbaal) en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/film nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling toonmap afbeelding met de bestandsnaam Screenshot_ [bestandsnaam] .png (omschrijving op p. 02 25-02 26 van het proces-verbaal) toonmap afbeelding met de bestandsnaam IMG [bestandsnaam] .jpg (omschrijving op p. 02 27 van het proces-verbaal) toonmap afbeelding met de bestandsnaam [bestandsnaam] .jpg (omschrijving op p. 02 28 van het proces-verbaal) toonmap afbeelding met de bestandsnaam [bestandsnaam] .jpg (omschrijving op p. 02 26-02 27 van het proces-verbaal) toonmap afbeelding met de bestandsnaam [bestandsnaam] (omschrijving op p. 02 26 van het proces-verbaal) toonmap afbeelding met de bestandsnaam Screenshot_ [bestandsnaam] .png (omschrijving op p. 02 25 van het proces-verbaal). Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 181 dagen met aftrek van het voorarrest waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die door Tactus Reclasseringszorg zijn geadviseerd, met toevoeging van een alcoholverbod en met toevoeging dat een digitaal rechercheur de controle op de voorwaarde die ziet op het vermijden van kinderporno mag uitvoeren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte een kortere voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd. Ten aanzien van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte zich kan vinden in en belang kan hebben bij de meldplicht, de ambulante behandeling en het vermijden van kinderporno. Ten aanzien van het controleren van het alcoholverbod, zoals door de officier van justitie is gevorderd, vraagt de raadsvrouw zich af of dit verbod te handhaven is. Zij heeft zich op dit punt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de aan verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van één en ander ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Ernst en aard van het feit Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat hij zich gedurende een periode van ongeveer tweeënhalve jaren heeft beziggehouden met - kort gezegd - het verzamelen van digitale foto- en filmbestanden, bevattende onder meer afbeeldingen van kinderporno, via het internet. Onder verdachte zijn verschillende gegevensdragers in beslag genomen, waarop in totaal 158.360 afbeeldingen (140.325 foto’s en 18.035 films/video’s) zijn aangetroffen. Vastgesteld is dat op één van die gegevensdragers, te weten de telefoon van verdachte, in totaal 21 afbeeldingen (20 foto’s en één video/film) voorkwamen die, volgens de criteria zoals opgenomen in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht, kinderpornografisch van aard zijn. Door aldus te handelen heeft verdachte indirect het vervaardigen van kinderporno, waarbij jonge kinderen door volwassenen aan vaak zeer verregaande seksuele handelingen worden onderworpen, bevorderd. Dergelijk seksueel misbruik heeft in het algemeen zeer nadelige en langdurige psychische, emotionele en lichamelijke gevolgen voor de betrokken kinderen, en zij kunnen hierdoor ernstig worden geschaad in hun verdere ontwikkeling. Met zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden en het bevorderen van deze praktijken en is hij indirect betrokken bij en medeverantwoordelijk voor het misbruik van jonge kinderen. Verdachte heeft zich van het vorenstaande kennelijk geen rekenschap gegeven en zich slechts laten leiden door zijn eigen belangen en lusten. Persoon van verdachte Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 4 januari 2022, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van de Pro Justitia-rapportage van 4 maart 2022, opgemaakt door GZ-psycholoog drs. Th.J.M. Zuijdwijk. Uit deze rapportage volgt dat bij verdachte sprake is van een (licht) verstandelijke beperking naast een (ernstige) stoornis in alcoholgebruik. De gedragskeuzes en gedragingen van verdachte zijn in de periode van het tenlastegelegde hierdoor beïnvloed. Indien het tenlastegelegde bewezen wordt verklaard, dan is het advies om het tenlastegelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusie over en volgt dit advies. De rechtbank zal verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen ten aanzien van het bewezen verklaarde feit. Ook heeft de rechtbank gelet op het advies van de reclassering, opgemaakt door E. Houwers van Tactus Verslavingszorg, waarin wordt geadviseerd om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met bijzondere voorwaarden, te weten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.