RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/3929 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2022 in de zaak tussen [eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: drs. C. van Oosten), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder (gemachtigde: R. Sipman). Als derde-partij neemt aan het geding deel [derde belanghebbende] uit [woonplaats] , vergunninghouder. Inleiding Vergunninghouder heeft bij het college een aanvraag ingediend voor het kappen van een boom aan de [adres] in Utrecht. In het besluit van 9 april 2021 (het primaire besluit) heeft het college de kapvergunning, zoals bedoeld in artikel 4:7 van de Algemene plaatselijke verordening 2010 (APV) van de gemeente Utrecht, verleend. Aan de kapvergunning heeft het college het voorschrift verbonden dat er binnen drie jaar alternatief groen moet worden gerealiseerd ter vervanging van de te kappen boom. Eiser is het niet eens met het verbonden voorschrift en heeft bezwaar ingediend. In het besluit van 23 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen en het bestreden besluit te schorsen in afwachting van de beroepsprocedure. In de uitspraak van 5 november 2021 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van eiseres om een voorlopige voorziening afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2022 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Derde-partij is verschenen. Overwegingen Het geschil Het beroep van eiseres is uitsluitend gericht tegen het voorschrift dat aan de kapvergunning is verbonden en betrekking heeft op de herplantplicht. Eiseres stelt zich op het standpunt dat voor een te kappen boom aan de kapvergunning het voorschrift moet worden verbonden dat er een boom moet worden herplant. Ter ondersteuning van dit standpunt wijst eiseres onder meer op de toelichting op artikel 4:9 van de APV. Daaruit blijkt volgens eiseres dat de herplantplicht bedoeld is om ervoor te zorgen dat het bomenaantal in Utrecht minimaal op peil blijft. Daarnaast vindt eiseres dat met de herplantplicht onvoldoende zekerheid bestaat dat er daadwerkelijk herplant wordt. De gronden waarop herplant moet worden zijn namelijk niet in eigendom van vergunninghouder maar van de VvE waar vergunninghouder lid van is. Dat betekent dat vergunninghouder niet zelf kan beslissen of herplant kan worden op de gekozen locatie. Het college vindt dat hij bij de op te leggen herplant niet verplicht is om te eisen dat er een boom moet worden herplant als er een boom wordt gekapt. Volgens het college mag de herplantplicht ook inhouden dat er alternatief groen gerealiseerd wordt ter vervanging van de te kappen boom. Deze handelswijze is in overeenstemming met de APV, aldus het college.Wettelijk kader In artikel 4:6, onder a, sub a en b, van de APV wordt een definitie gegeven van het begrip houtopstand. Onder houtopstand wordt verstaan:Zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout, of griend die:a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer;b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Volgens artikel 4:7 van de APV is het verboden om zonder een omgevingsvergunning een houtopstand te vellen of een boom te kappen. De omgevingsvergunning kan geweigerd worden op grond van de in artikel 4:8 genoemde weigeringsgronden. Op het moment dat het college besluit om de kapvergunning te verlenen, dan wordt op grond van artikel 4:9, eerste lid, van de Apv bepaald dat binnen 36 maanden vanaf het moment dat de kapvergunning is verleend, op of zeer nabij de kaplocatie wordt herplant, overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen. De voorschriften kunnen onder andere de locatie en de wijze van herplant betreffen. Als blijkt dat herplant niet mogelijk is, kan in het uiterste geval worden overgegaan tot financiele compensatie waarbij de inkomsten worden geoormerkt voor het aanplanten van bomen en groen elders in de gemeente Utrecht. Beoordeling rechtbank 7. Aan de kapvergunning is het volgende voorschrift verbonden: de aanvrager dient binnen drie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.