← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:1772

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/4365 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2022 in de zaak tussen [eiseres] uit [woonplaats] , eiseres(gemachtigde: A. Goldhoorn) en de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , verweerder. Procesverloop In de beschikking van 30 juni 2021 heeft verweerder aan eiseres een aanslag roerende zaakbelasting opgelegd, waarbij de waarde van de roerende zaak aan de [adres] in [woonplaats] (de ark) is vastgesteld op € 94.000,- voor het belastingjaar 2021, per waardepeildatum 1 januari

  1. Deze waarde is als heffingsmaatstaf gebruikt. In de uitspraak op bezwaar van 19 oktober 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. In de beschikking van 15 december 2021 heeft verweerder de aanslag roerende zaakbelasting van 30 juni 2021 vernietigd. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op de online zitting van 3 mei
  2. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [taxateur] , taxateur. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank:- verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden. Overwegingen
  3. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
  4. De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of eiseres voldoende procesbelang heeft bij een beoordeling van haar beroep. Volgens vaste rechtspraak is er pas sprake van voldoende procesbelang als het resultaat dat eiseres met het indienen van beroep nastreeft daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor eiseres feitelijke betekenis heeft.
  5. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij het beroep. Verweerder heeft de aanslag roerende zaakbelasting van 30 juni 2021 immers vernietigd. Daarmee is ook de vastgestelde waarde van € 94.000,- die als heffingsmaatstaf is gebruikt, vernietigd. De vaststelling van de waarde van de ark is namelijk geen afzonderlijke beschikking die los van de aanslag roerende zaakbelasting rechtsgevolgen heeft, maar onderdeel van de aanslag van 30 juni
  6. Eiseres heeft dan ook bereikt wat zij wilde bereiken en het beroep kan voor haar niet tot een gunstiger resultaat leiden.
  7. Omdat verweerder de beschikking van 30 juni 2021 heeft vernietigd nadat eiseres beroep heeft ingesteld, draagt de rechtbank verweerder op om aan eiseres het door haar betaalde griffierecht te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 mei
  8. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal van de uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit proces-verbaal is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.