← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:1886

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/58 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2022 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 9 december 2021 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-.
  3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  4. De rechtbank heeft eiser op 13 februari 2022 een aangetekende brief gestuurd naar het laatst bekende adres van eiser, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
  5. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. De omstandigheid dat de ex-vrouw van eiser, mevrouw [A] , heeft de rechtbank bij brief van 4 april 2022 laten weten dat eiser niet op het laatst bekende adres verblijft, doet hier niet aan af. Immers, het had op de weg van eiser gelegen om een eventuele adreswijziging door te geven als hij zijn post op een ander adres dan het laatst bekende adres had willen ontvangen.
  6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 mei
  7. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.