RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/41 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder (gemachtigde: mr. P.C. van der Voorn). Procesverloop Bij besluit van 5 augustus 2021 (het primaire besluit) heeft de Svb de aanvraag afgewezen voor dubbele kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet. Bij besluit van 25 november 2021 (het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 maart 2022 via een online verbinding. Eiseres is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. Op 17 maart 2022 heeft de Svb een recent advies van het CIZ opgestuurd en verzocht deze informatie mee te wegen in de beoordeling van de zaak. De rechtbank heeft het onderzoek heropend. Eiseres heeft op 28 maart 2022 een reactie gegeven op het advies van het CIZ. De rechtbank heeft partijen gewezen op hun recht op een nadere zitting te worden gehoord. De Svb heeft laten weten dat een nadere zitting niet nodig is. Eiseres heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd. De rechtbank heeft daarop het onderzoek gesloten op 29 april
- Overwegingen Inhoud van de zaak
- De zaak gaat over het recht op dubbele kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal 2021 in verband met de intensieve zorg die eiseres aan haar thuiswonende minderjarige zoon [A] geeft. De Svb heeft naar aanleiding van deze aanvraag het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een advies. De totale zorgscore is vastgesteld op nul punten. Er is een minimale zorgscore van drie punten nodig om de dubbele kinderbijslag toe te wijzen.
- Eiseres vindt dat serieuzer gekeken moet worden naar de beoordeling. Zij geeft volledige hulp aan haar zoon en heeft drie andere kinderen voor wie zij moet zorgen. Tijdens de zitting heeft eiseres aangevoerd dat zij voor [A] eerst wel dubbele kinderbijslag ontving en zijn situatie hetzelfde is gebleven. Ook heeft het CIZ pas in de beroepsprocedure informatie opgevraagd bij school. Beoordeling
- De rechtbank overweegt als volgt. Het advies van het CIZ moet worden gezien als een deskundigenadvies. Het is vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter, dat de Svb uit mag gaan van dergelijke adviezen. Dit is anders als er concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de zorgvuldigheid van totstandkoming van het advies of twijfel aan de juistheid en volledigheid daarvan. Het is aan eiseres om deze concrete aanknopingspunten aan te voeren.
- Naar het oordeel van de rechtbank is het advies van het CIZ zorgvuldig voorbereid en voldoende gemotiveerd. Het CIZ heeft bij de beoordeling van de zorgbehoefte de informatie van eiseres, door middel van een telefonisch gesprek en ingevuld vragenformulier, meegewogen. Daarnaast is recente informatie van de huisarts betrokken. Per item is duidelijk onderbouwd waarom niet tot een score wordt gekomen. Dat het CIZ tot een negatief advies komt in vergelijking met adviezen uit het verleden, is verklaarbaar uit het feit dat een kind zich ontwikkelt in de loop van jaren. Ook is de eerder gebruikte informatie van deskundigen niet meer actueel voor de huidige beoordeling. Hoewel de informatie van school een vollediger beeld geeft van de situatie van [A] en het wenselijk was geweest dat het CIZ deze informatie eerder had opgevraagd, was het advies al voldoende onderbouwd zonder deze informatie. Conclusie
- Er is geen twijfel gekomen over de juistheid of volledigheid van het advies van het CIZ. De Svb mocht daarom dit advies gebruiken en op basis hiervan de dubbele kinderbijslag afwijzen vanaf het tweede kwartaal van
- Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 mei
- griffier de rechter is verhinderd te ondertekenen Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Zie bijvoorbeeld een uitspraak van de CRvB van 25 september 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BX8145)