RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht parketnummer : 16-241522-18 raadkamernummer : 22-006449 datum : 6 april 2022 beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [verdachte] , woonplaats kiezend op het kantoor van mr. F.S. Baardman, advocaat te Utrecht (Kruisstraat 307, 3581 GK Utrecht). De feiten De politierechter heeft bij vonnis van 15 april 2019 [verdachte] , onder meer, een taakstraf van 100 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk opgelegd. Op 30 april 2019 is de uitspraak van de politierechter onherroepelijk geworden. Op 28 september 2021 is schriftelijk aan [verdachte] bericht dat in verband met de uitbraak van COVID-19 de termijn waarbinnen de taakstraf moet worden verricht 12 maanden langer zal duren. Het Openbaar Ministerie heeft op 4 november 2021 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan [verdachte] kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 24 maart 2022 aan [verdachte] betekend. De procedure Het bezwaar is op 30 maart 2022 op de griffie van deze rechtbank ingediend. Op 6 april 2022 heeft de politierechter het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld. De politierechter heeft [verdachte] , zijn advocaat mr. F.S. Baardman en de officier van justitie op zitting gehoord. Het bezwaar Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie (hierna: OM) en strekt ertoe dat de politierechter de beslissing van het OM tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en [verdachte] in de gelegenheid stelt het restant van de taakstraf alsnog te verrichten. De verdediging heeft kort samengevat aangevoerd dat de beslissing tot omzetting van de taakstraf te laat is genomen, nu deze niet is genomen binnen drie maanden na het verstrijken van de termijn waarbinnen [verdachte] zijn taakstraf had moeten verrichten. Subsidiair is aangevoerd dat [verdachte] bereid is het restant van zijn taakstraf alsnog uit te voeren en dat zijn persoonlijke omstandigheden op dit moment zodanig zijn verbeterd dat detentie hem zeer zwaar zal vallen. In een andere strafzaak zijn de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] voor het Gerechtshof aanleiding geweest om hem daarom geen gevangenisstraf op te leggen. Het standpunt van de reclasseringVolgens het rapport van Reclassering Nederland van 13 oktober 2021, opgemaakt door L. van der Veer, heeft [verdachte] de opgelegde taakstraf niet volledig verricht. Voordat de taakstraf definitief als mislukt werd beschouwd, heeft [verdachte] 32 uren van de opgelegde taakstraf uitgevoerd. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat de verlenging van de termijn op 28 september 2021 niet tijdig is genomen en het bezwaar daarom gegrond moet worden verklaard. De beoordeling Het bezwaar is tijdig ingediend. De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.