← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:207

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/3997 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres, en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 29 september

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  3. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Awb. In dit geval is dat €360,-.
  4. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is het anders, als er een geldige reden is waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
  5. De rechtbank heeft eiseres op 8 november 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat de eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
  6. Deze brief is door [koeriersbedrijf] aan de rechtbank geretourneerd met de mededeling dat deze is geweigerd. De brief is naar het adres verzonden dat eiseres op het beroepschrift heeft vermeld en nadien is van eiseres geen adreswijziging ontvangen. Het weigeren van een aangetekend, aan eiseres geadresseerd poststuk is een omstandigheid die voor rekening en risico van eiseres komt. Op 8 december 2021 is de brief, gelet op het bepaalde in artikel 8:38, eerste lid, van de Awb, per gewone post nogmaals verzonden naar het opgegeven postadres. Deze brief is ook retour gekomen met de melding dat deze is geweigerd. Ditmaal stond er ook een mededeling op de brief dat eiseres is uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dit betekent dat eiseres de brieven wellicht niet heeft ontvangen, maar dat komt voor risico van eiseres.
  7. De rechtbank stelt vast dat eiseres het griffierecht niet heeft betaald en zij ook geen geldige redenen heeft gegeven waarom dit niet is betaald. Eiseres heeft dus geen omstandigheden genoemd waaruit blijkt dat zij er niets aan kon doen dat het niet is betaald.
  8. Voorts overweegt de rechtbank het volgende.
  9. Een beroepschrift kan ingevolge artikel 6:6, eerste lid, aanhef en onder a en slot, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard, als niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb of enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep. De indiener moet dan wel de gelegenheid hebben gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
  10. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke vereisten, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. De rechtbank heeft eiseres op 6 oktober 2021 een brief en op 23 november 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin wordt gevraagd of eiseres een uittreksel uit het handelsregister en een kopie van de statuten wil toesturen. Aan deze uitnodiging heeft eiseres geen gevolg gegeven.
  11. De aangetekende brief is aan de rechtbank geretourneerd met de mededeling dat deze is geweigerd. Zoals hierboven is overwogen, komt het weigeren van een aangetekende brief in dit geval voor rekening en risico van eiseres.
  12. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, ten aanzien van het griffierecht en het beroepschrift, acht de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
  13. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier. De beslissing is uitgesproken op 13 januari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.