← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:2092

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: UTR 21/4194 en UTR 21/4195 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2022 in de zaak tussen [verzoeker] , te [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. S. Roble-van Deursen), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder. (gemachtigde: E. Chahid). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 30 maart 2022 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen

  1. Verweerder heeft bij besluit van 16 september 2022 het bezwaar van verzoeker van 12 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan (zaaknummer UTR 21/4195). Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de besluiten van 5 en 16 maart 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer UTR 21/4194).
  2. Op 30 oktober 2021 heeft verweerder medegedeeld dat hij de besluiten van 16 september 2021 en 7 oktober 2021 intrekt en de bezwaarschriften alsnog in behandeling neemt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna de beroepen ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
  3. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
  4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.
  5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,- (2 punten voor het indienen van twee beroepschriften, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).
  6. Verweerder moet ook het griffierecht dat verzoeker heeft betaald (2 x € 49,-) vergoeden (artikel 8:41 Awb). Beslissing De rechtbank - veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.518,- aan proceskosten. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 april
  7. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.