← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:2102

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/1760 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2022 in de zaak tussen [eiser] , te [plaats] , eiser, (gemachtigde: mr. M.M. Breukers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder. Procesverloop Op 23 juli 2019 heeft verweerder het verzoek om handhaving, gericht tegen het vermeend illegaal uithakken van de een keldermuur in het pand op het adres [adres] , afgewezen. Eiser heeft op 12 augustus 2019 bezwaar ingediend tegen dit besluit. Eiser heeft verweerder op 25 november 2019 in gebreke gesteld omdat hij niet op tijd op eisers bezwaar heeft beslist. Eiser heeft op 4 februari 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank heeft dit beroep met zaaknummer UTR 20/1050 op 9 september 2020 gegrond verklaard. In die uitspraak staat dat verweerder binnen zes weken opnieuw moet beslissen op het bezwaar van eiser. Als verweerder dit niet doet, dan verbeurt hij een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Vervolgens heeft eiser op 30 maart 2020 opnieuw een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingediend. De rechtbank heeft dit beroep met zaaknummer UTR 21/1569 op 10 juni 2021 gegrond verklaard. In die uitspraak staat dat verweerder binnen twee weken opnieuw moet beslissen op het bezwaar van eiser. Als verweerder dit niet doet, dan verbeurt hij een dwangsom van € 200,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Het derde beroep van eiser (zaaknummer UTR 21/4177) tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft de rechtbank op 26 november 2021 gegrond verklaard. In die uitspraak staat dat verweerder binnen twee weken na verzending van die uitspraak alsnog een besluit bekend moet maken. Als verweerder dit niet doet, dan verbeurt hij een dwangsom van € 350,- per dag met een maximum van € 52.500,-. Eiser heeft op 28 maart 2022 voor de vierde keer beroep ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Dit beroep heeft zaaknummer UTR 22/

  1. Op 20 april 2022 heeft eiser opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 12 augustus
  2. Dit beroep betreft deze zaak. Overwegingen
  3. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eisers beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  4. Dit beroep betreft het vijfde beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar van 12 augustus
  5. Eiser heeft echter op 28 maart 2022 ook al beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaarschrift van 12 augustus
  6. De rechtbank heeft dit beroep (met zaaknummer UTR 22/1508) op 20 mei 2022 gegrond verklaard. In die uitspraak staat dat verweerder binnen twee weken na verzending van die uitspraak alsnog een besluit bekend moet maken. Als verweerder dit niet doet, dan verbeurt hij een dwangsom van € 350,- per dag met een maximum van € 52.500,-.
  7. Het onderhavige beroep is dus gericht tegen hetzelfde rechtsfeit als het beroep met zaaknummer UTR 22/1508, te weten het niet beslissen op het bezwaarschrift van 12 augustus 2019, terwijl er gezien de uitspraak die de rechtbank in die zaak heeft gedaan, (weer) een financiële prikkel bestaat voor verweerder om te beslissen op eisers bezwaarschrift.
  8. Het voorgaande betekent dat de rechtbank het beroep van eiser niet-ontvankelijk zal verklaren.
  9. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei
  10. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.