← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:2383

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/1929 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2022 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, (gemachtigde: mr. M.M. Breukers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] , verweerder. Procesverloop Op 26 november 2018 heeft verweerder een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom genomen. De last ziet op, kort gezegd, herstel van de gevel van het pand aan de [adres] in [plaats] . Eiser heeft op 4 januari 2019 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Verweerder heeft niet op tijd op eisers bezwaar beslist en daarom heeft eiser verweerder op 17 september 2021 in gebreke gesteld. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank heeft dit beroep (zaaknummer UTR 21/4398) op 17 december 2021 gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen twee weken na de dag van verzending van die uitspraak alsnog een besluit te nemen op eisers bezwaar. Als verweerder dit niet doet verbeurt hij een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Eiser heeft op 20 april 2022 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank heeft dit beroep (zaaknummer UTR 22/1757) op 3 juni 2022 gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen twee weken na de dag van verzending van die uitspraak alsnog een besluit te nemen op eisers bezwaar. Als verweerder dit niet doet verbeurt hij een dwangsom van € 200,- per dag met een maximum van € 30.000,-. Op 6 mei 2022 heeft eiser weer beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Dat beroep betreft deze zaak. Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eisers beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  2. Dit beroep betreft het derde beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar van 4 januari
  3. Eiser heeft echter op 20 april 2022 ook al beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaarschrift van 4 januari
  4. De rechtbank heeft dit beroep (met zaaknummer UTR 22/1757) op 3 juni 2022 gegrond verklaard. In die uitspraak staat dat verweerder binnen twee weken na verzending van die uitspraak alsnog een besluit bekend moet maken. Als verweerder dit niet doet, dan verbeurt hij een dwangsom van € 200,- per dag met een maximum van € 30.000,-.
  5. Het onderhavige beroep is dus gericht tegen hetzelfde rechtsfeit als het beroep met zaaknummer UTR 22/1757, te weten het niet beslissen op het bezwaarschrift van 4 januari 2019, terwijl er gezien de uitspraak die de rechtbank in die zaak heeft gedaan, (weer) een financiële prikkel bestaat voor verweerder om te beslissen op eisers bezwaarschrift.
  6. Het voorgaande betekent dat de rechtbank het beroep van eiser niet-ontvankelijk zal verklaren.
  7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 juni
  8. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.