RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 9135885 UC EXPL 21-2808 LT/44056 Vonnis van 29 juni 2022 inzake de stichting [eiseres] , gevestigd in [vestigingsplaats 1] , verder ook te noemen: [eiseres] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, gemachtigde: ACCS Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonend in [woonplaats] , verder ook te noemen: [gedaagde] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, gemachtigde: mr. A.D.J. van Ruyven. 1De procedure 1.1. [eiseres] heeft [gedaagde] op 29 maart 2021 gedagvaard. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord op de dagvaarding gereageerd. [gedaagde] heeft ook een eis in reconventie ingesteld. De kantonrechter heeft vervolgens een mondelinge behandeling bepaald. 1.2. [eiseres] heeft daarna een conclusie van antwoord in reconventie ingediend. 1.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op vrijdag 19 november 2021. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. 1.4. [eiseres] en [gedaagde] hebben op respectievelijk 5 januari 2022 en 2 februari 2022 een conclusie na comparitie ingediend. 1.5. [eiseres] heeft op 30 maart 2022 een nadere conclusie na comparitie ingediend, waarbij zij een nieuwe productie in het geding heeft gebracht. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op deze nieuwe productie. Dit heeft [gedaagde] bij akte van 18 mei 2022 gedaan. 1.6. Tot slot is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [gedaagde] is met klachten ten aanzien van zijn penis naar zijn huisartsenpraktijk gegaan. Daar heeft [gedaagde] gesproken met een uroloog die destijds werkzaam was bij [eiseres] , te weten drs. [A] (hierna: [A] ). 2.2. [A] heeft voorgesteld een circumcisie (besnijdenis) uit te voeren om de klachten van [gedaagde] te verhelpen. [gedaagde] heeft hiermee ingestemd. 2.3. [gedaagde] is vervolgens naar de kliniek van [eiseres] in [vestigingsplaats 1] gegaan. Hier heeft [gedaagde] met dr. [B] (hierna: [B] ) gesproken over de uit te voeren circumcisie. 2.4. [B] heeft [gedaagde] op 11 juni 2019 geopereerd. Tijdens deze operatie heeft [B] een circumcisie en een reconstructie van de penis van [gedaagde] verricht. [gedaagde] was ten tijde van de operatie 18 jaren oud. 2.5. Op 14 juni 2019 heeft [eiseres] een factuur van € 1.575,79 naar [gedaagde] gestuurd in verband met de verrichte circumcisie. Op deze factuur staat [A] vermeld als behandelend specialist. 2.6. Op 26 juli 2019 heeft [eiseres] een factuur van € 6.283,30 naar [gedaagde] gestuurd in verband met de verrichte reconstructie. Op deze factuur staat [B] vermeld als behandelend specialist. 3Het geschil in conventie 3.1. [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan [eiseres] te betalen € 8.935,56 (bestaande uit € 7.858,49 aan hoofdsom, € 147,88 aan reeds vervallen wettelijke rente en € 929,19 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2021 tot de betaling. Daarnaast vordert [eiseres] de veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.2. [eiseres] heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. [eiseres] heeft in opdracht althans voor rekening van [gedaagde] een circumcisie en een reconstructie van de penis van [gedaagde] verricht. [gedaagde] heeft de facturen die [eiseres] in dit verband naar hem heeft gestuurd, ondanks sommaties, onbetaald gelaten. Omdat [gedaagde] in verzuim is geraakt en [eiseres] de vordering uit handen heeft moeten geven, maakt [eiseres] ook aanspraak op de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. 3.3. [gedaagde] is het niet eens met de vordering. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij weliswaar toestemming heeft gegeven voor de circumcisie, maar niet voor de reconstructie. [gedaagde] heeft er ook op gewezen dat hij nooit is geïnformeerd over het feit dat de reconstructie uitgevoerd zou (moeten) worden. Deze ingreep was volgens [gedaagde] bovendien niet medisch noodzakelijk, wordt niet door zijn zorgverzekeraar gedekt en is niet naar behoren verricht. [gedaagde] is dan ook van mening dat hij de kosten van de reconstructie niet verschuldigd is. in reconventie 3.4. [gedaagde] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: een verklaring voor recht dat [eiseres] ten opzichte van [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door zonder dat sprake was van een medische noodzaak, zonder voorafgaand overleg, zonder toestemming, op eigen initiatief van artsen verbonden aan [eiseres] , een medische behandeling bij c.q. aan [gedaagde] uit te voeren en deze behandeling ook nog eens niet naar de regelen der kunst uit te voeren met als gevolg heel veel dagelijks ongemak bij het plassen; een verklaring voor recht dat [eiseres] gehouden is tot vergoeding aan [gedaagde] van de daaruit voortvloeiende geleden en nog te lijden schade, zowel materiële als immateriële schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis; [eiseres] te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.5. [gedaagde] heeft het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd. [eiseres] heeft onrechtmatig jegens [gedaagde] gehandeld doordat een uroloog die verbonden is aan het [eiseres] , te weten [B] , een reconstructie van de penis van [gedaagde] heeft verricht zonder informed consent van [gedaagde] . De betreffende reconstructie heeft geleid tot schade bij [gedaagde] . Deze schade moet [eiseres] vergoeden. 3.6. [eiseres] is het niet eens met de vordering. Volgens [eiseres] heeft zij niet onrechtmatig gehandeld. Zij betwist daarnaast dat [gedaagde] schade heeft door de reconstructie. in conventie en in reconventie 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie Is [gedaagde] de kosten van de circumcisie verschuldigd? 4.1. Om te beginnen wordt ingegaan op de vraag of [gedaagde] de kosten van de circumcisie verschuldigd is aan [eiseres] . 4.2. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] toestemming heeft gegeven voor de verrichte circumcisie en dat ten aanzien van deze ingreep sprake was van informed consent. Dit brengt mee dat [gedaagde] de kosten van deze ingreep verschuldigd is aan [eiseres] . [gedaagde] heeft de verschuldigdheid hiervan ook niet betwist. 4.3. De kantonrechter stelt wel vast dat de factuur betreffende de circumcisie, die [eiseres] op 14 juni 2019 naar [gedaagde] heeft gestuurd, niet klopt. Zoals hiervoor onder 2.5 vermeld, staat op deze factuur namelijk dat [A] de circumcisie heeft uitgevoerd, terwijl deze ingreep in werkelijkheid door [B] is verricht. Dit betekent dat [gedaagde] nooit een juiste factuur heeft ontvangen voor de circumcisie. [gedaagde] zal daarom worden veroordeeld om de kosten van de circumcisie te betalen nadat hij een nieuwe, wel juiste, factuur voor deze ingreep heeft ontvangen. De betalingstermijn wordt in redelijkheid gesteld op zes maanden na ontvangst van de nieuwe factuur. De ruime betalingstermijn is ingegeven door de veroordeling van [eiseres] in reconventie (zie hierna). De kantonrechter roept partijen op om binnen de termijn van zes maanden een algehele regeling van hun geschillen te beproeven. Is [gedaagde] de kosten van de reconstructie verschuldigd? 4.4. Vervolgens moet worden beoordeeld of [gedaagde] de kosten van de reconstructie verschuldigd is aan [eiseres] . 4.5. In dit kader is in de eerste plaats van belang dat [eiseres] in haar conclusie na comparitie heeft erkend dat het informed consent voor de uitgevoerde reconstructie ontbreekt. [gedaagde] is nooit geïnformeerd over (de risico’s van) de reconstructie en heeft geen toestemming gegeven voor deze ingreep. 4.6. [eiseres] heeft aangevoerd dat [gedaagde] de kosten van de reconstructie desondanks aan [eiseres] verschuldigd is, omdat de ingreep medisch noodzakelijk was vanwege een aangeboren afwijking van [gedaagde] die pas tijdens de operatie zichtbaar werd. Volgens [eiseres] boog de penis van [gedaagde] geheel onverwacht naar de buikzijde en moest de penis recht worden gezet om een goed functioneel en cosmetisch uitziend resultaat te krijgen. [eiseres] stelt zich dus op het standpunt dat de noodzaak van de reconstructie niet voorzienbaar was en dat het belang van [gedaagde] bij informatie vooraf moest worden achtergesteld bij het belang dat met de reconstructie was gediend, zodat sprake was van een situatie waarin toestemming wordt verondersteld. Ter onderbouwing hiervan heeft [eiseres] het operatieverslag van [B] en een verklaring van een andere uroloog die werkzaam is bij [eiseres] , te weten dr. [C] (hierna: [C] ), overgelegd. 4.7. De kantonrechter overweegt als volgt. 4.8. In het operatieverslag van [B] staat weliswaar dat de penis van [gedaagde] volgens [B] naar de buikzijde boog en dat een reconstructie is uitgevoerd waarbij de penis recht is gezet, maar uit dit verslag kan niet worden opgemaakt dat (en waarom) de kromming van de penis van [gedaagde] eerder niet kon worden vastgesteld. Evenmin blijkt hieruit dat (en waarom) het nodig was de reconstructie meteen uit te voeren. Uit de verklaring van [C] volgt verder alleen dat in het algemeen in uitzonderlijke gevallen tijdens een circumcisie een onverwachte afwijking van de penis zichtbaar kan worden die dan tijdens de operatie adequaat opgelost moet worden om een goed functioneel en cosmetisch uitziend eindresultaat te krijgen. Deze verklaring van [C] zegt niets over wat er in deze specifieke situatie gebeurd is. [C] noemt in zijn verklaring voorts een aantal voorbeelden van afwijkingen die in uitzonderlijke gevallen voor het eerst tijdens een operatie zichtbaar kunnen worden, maar een penis die naar de buikzijde buigt, wordt niet door [C] genoemd. De kantonrechter acht het daarbij niet onaannemelijk dat een afwijkende kromming van een penis zichtbaar is tijdens een lichamelijk onderzoek, ook als iemand obees is, zoals bij [gedaagde] het geval was. Op basis van de verklaring van [C] kan dan ook niet worden aangenomen dat [B] tijdens de operatie van [gedaagde] een aangeboren afwijking heeft gevonden die eerder niet zichtbaar was en/of dat het vanwege deze afwijking nodig was dat meteen een reconstructie van de penis van [gedaagde] werd verricht. 4.9. [eiseres] heeft ook geen andere stukken overgelegd op grond waarvan dit kan worden vastgesteld. [eiseres] heeft bijvoorbeeld geen verklaring van [B] in het geding gebracht, waarin [B] duidelijk uitlegt wat er tijdens de operatie precies gebeurd is, wat maakt dat de kromming van de penis eerder niet zichtbaar was en waarom hij heeft besloten de reconstructie meteen uit te voeren zonder [gedaagde] hier eerst over te informeren en toestemming te vragen. In het telefoongesprek dat na de operatie heeft plaatsgevonden tussen [B] en de moeder van [gedaagde] , waarvan [gedaagde] een geluidsfragment heeft overgelegd, gaat [B] hier ook onvoldoende concreet op in. Het is de kantonrechter op basis van de stellingen van [eiseres] en de overgelegde stukken daarom zelfs niet duidelijk of volgens [eiseres] het belang van [gedaagde] bij informatie vooraf moest worden achtergesteld bij het belang dat met de reconstructie gediend was, omdat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.