RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/5152 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats] , eiseres, (gemachtigde: G.G. van Brakel), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder, (gemachtigde: M.E. Heerens). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 21 december
- Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-.
- Als het griffierecht niet wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
- De rechtbank heeft aan eiseres op 29 januari 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
- De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. De herinnering van 29 januari 2022 is retour gekomen met als reden dat het poststuk niet is afgehaald. De rechtbank heeft de aangetekende brief van 29 januari 2022 vervolgens per normale postzending naar eiseres gestuurd op 21 april
- Daarin is vermeld dat de in de brief genoemde termijn niet opnieuw aanvangt.
- Ook hierop heeft eiseres niet gereageerd. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Dat betekent dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is (artikel 8:54 van de Awb).
- De rechtbank stelt vast dat eiseres geen kopie van de beslissing op bezwaar en gronden heeft ingediend.
- De rechtbank heeft de gemachtigde van eiseres op 2 maart 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken deze gebreken kan herstellen.
- Gemachtigde van eiseres heeft niet gereageerd op deze brief. Ook om die reden is het beroep van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal behandelen.
- Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juni
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.