← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:2716

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/1360-V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2022 op het verzet van [opposant] , te [plaats] , opposant. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt van 7 mei

  1. In de uitspraak van 13 mei 2022 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan en heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. Overwegingen
  2. De rechtbank heeft in de uitspraak van 13 mei 2022 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant het griffierecht niet heeft betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  3. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 13 mei 2022 niet juist was.
  4. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 13 mei 2022 niet juist. Hij stelt daartoe dat hij het griffierecht wél binnen twee weken heeft betaald, namelijk op 20 april
  5. Opposant verwijst hierbij naar een afschrijving van zijn bankafschrift op 20 april 2022 om 03:21 uur.
  6. De rechtbank volgt opposant in zijn standpunt dat hij het griffierecht (tijdig) heeft voldaan. Uit intern onderzoek is inderdaad gebleken dat de rechtbank het griffierecht van € 184,- op 20 april 2022 heeft ontvangen. De rechtbank licht in dit verband toe dat het normaliter, na betaling van het griffierecht, één dag duurt voordat de betaling daadwerkelijk te zien is in het rechtbank systeem. In onderhavige zaak duurde het verwerken van de griffierechtbetaling in het rechtbanksysteem, om onverklaarbare reden, vijf dagen. Hierdoor was de rechtbank, tijdens het controleren van het griffierecht een aantal dagen na verloop van de termijn, in de veronderstelling dat het griffierecht niet betaald zou zijn.
  7. Dit betekent dat opposant hierover gelijk heeft. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van 13 mei 2022 vervalt (artikel 8:55, lid 9, Awb).
  8. De zaak wordt nu verder behandeld door de rechtbank op een zitting. Opposant krijgt hierover nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposant gelijk zal geven met zijn beroep. Dat moet nog beoordeeld worden.
  9. De rechtbank neemt nu nog geen beslissing over de vergoeding van de proceskosten van opposant. Dit gebeurt pas in de einduitspraak over het beroep. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni
  10. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.