RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND StrafrechtZittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/265641-19 (vordering wijzigen voorwaarden) Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 13 juli 2022 in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde: [betrokkene] , geboren op [1999] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [woonplaats] , hierna te noemen: betrokkene. 1De stukken De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder: het vonnis van deze rechtbank van 10 november 2020 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan onder meer het teweegbrengen van een ontploffing en meerdere bedreigingen; stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 15 maart 2021; de vordering van de officier van justitie van 9 mei 2022, die strekt tot wijziging van de voorwaarden, in die zin dat de bijzondere voorwaarde betreffende het locatieverbod wordt uitgebreid met Amersfoort en aanpassing van de bijzondere voorwaarde met betrekking tot het verblijven in een instelling voor beschermd wonen en/of maatschappelijke opvang; de voortgangsverslagen van GGZ Fivoor TBS Noord van 11 juni 2021, 1 oktober 2021, en 31 december 2021, opgemaakt door N. Bakker en H. Melhem, reclasseringswerkers en het voortgangsverslag van Inforsa van 25 maart 2022, opgemaakt door M.J. van Elst en N. van der Molen, reclasseringswerkers. 2Het onderzoek ter terechtzitting De behandeling van de zaak heeft op 29 juni 2022 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord: - de officier van justitie, mr. E.M. ter Braak; - de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.T. Brassé (waarnemend voor haar kantoorgenoot mr. J.S.W. Boorsma), advocaat te Amsterdam; - mevrouw M.J. van Elst, reclasseringswerker. 3Het standpunt van de reclassering Het standpunt van de reclassering blijkt uit de onder 1 genoemde voortgangsverslagen. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht. Behandelverloop Op 18 februari 2022 is de klinische behandeling van betrokkene bij FPA De Hooge Venne afgerond. Gedurende deze klinische behandeling is door de toezichthouders beslist dat een beschermd / begeleid wonen traject aansluitend aan het verblijf in de kliniek niet geïndiceerd was. De toezichthouders zijn daar destijds over in contact getreden met het openbaar ministerie en hebben - door miscommunicatie - begrepen dat er toestemming was vanuit het openbaar ministerie om geen gehoor te geven aan de bijzondere voorwaarde betreffende het beschermd / begeleid wonen. Om die reden is betrokkene na zijn verblijf in de kliniek zelfstandig gaan wonen, samen met zijn vriendin. Vervolgens is de begeleiding en het toezicht overgenomen door de reclassering in Amersfoort. De reclassering kwam voor het voldongen feit te staan dat betrokkene zelfstandig woonde bij zijn vriendin te [woonplaats] . Om te zorgen voor voldoende toezicht, heeft zij per 17 maart 2022 ambulante woonbegeleiding ingezet. Betrokkene wordt tweewekelijks bezocht door woonbegeleiding van het Leger des Heils. Dit contact loopt goed en betrokkene komt zijn afspraken na. Daarnaast loopt het behandeltraject nog. Betrokkene heeft urinecontroles en tweemaal per week behandeling, waarvan eenmaal per week samen met zijn partner. Inmiddels is besloten dat daarnaast het forensisch ambulant zorgteam eens per maand op huisbezoek gaat. Op deze manier is getracht een alternatief te creëren voor het beschermd / begeleid wonen. Het is een ingewikkelde situatie, maar betrokkene houdt zich keurig aan alle afspraken en is open in de communicatie. Beschermd / begeleid wonen Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er op dit moment voldoende toezicht op betrokkene is. Er is een goed alternatief gecreëerd en het traject verloopt naar wens. Betrokkene is niet gemotiveerd om beschermd / begeleid te gaan wonen en zonder deze motivatie zullen instanties hem moeilijk accepteren. Bovendien bestaat er op dit moment onduidelijkheid over de lvb-status van betrokkene, die door de kliniek in Heiloo wordt betwijfeld, waardoor ook voor de reclassering niet duidelijk is voor welke type begeleid wonen (LVB of juist niet) betrokken zou moeten worden aangemeld. De reclassering acht het op dit moment niet noodzakelijk dat betrokkene alsnog beschermd / begeleid gaat wonen. Bovendien zijn de wachtlijsten voor beschermd / begeleid wonen erg lang. Locatieverbod Amersfoort Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat een locatieverbod voor heel Amersfoort het traject van betrokkene zou doorkruisen. Als de behandeling van betrokkene zou worden overgeheveld naar een andere regio, dient betrokkene opnieuw een behandelrelatie met nieuwe behandelaars op de bouwen. Dat is niet wenselijk. Daarnaast zullen er financiële consequenties aan verbonden zijn omdat betrokkene in dat geval een langere afstand moet afleggen. Bovendien zullen de reisbewegingen in veel gevallen ook weer via het treinstation van Amersfoort gaan. De reclassering is derhalve van mening dat aansluiting kan worden gezocht bij het aangepaste besluit tot voorwaardelijke invrijheidsstelling, waarbij een aantal routes tussen woning en werk van betrokkene en de reclassering wordt uitgesloten van het locatieverbod in Amersfoort. 4Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd om het beschermd / begeleid wonen als bijzondere voorwaarde te handhaven en daaraan uitvoering te geven. Ten aanzien van het locatieverbod heeft de officier van justitie primair aangevoerd een locatieverbod voor heel Amersfoort toe te voegen aan de voorwaarden en subsidiair een locatieverbod voor Amersfoort met uitzondering van de routes, zoals beschreven in het aangepaste besluit tot voorwaardelijke invrijheidsstelling. Daartoe is aangevoerd dat het beschermd / begeleid wonen belangrijk is in het kader van de veiligheid van de slachtoffers, de maatschappij, maar ook van de vriendin van betrokkene. Voornamelijk gelet op de jonge leeftijd van betrokkene, de problematiek die speelt en het indexdelict. Daarnaast is aangevoerd dat de slachtoffers van het indexdelict in Amersfoort en in Bunschoten-Spakenburg wonen. De slachtoffers zijn betrokkene al een keer tegengekomen en dat is onwenselijk. Om die reden dient het locatieverbod te worden uitgebreid. 5Het standpunt van de verdediging De verdediging kan zich in grote lijnen vinden in het standpunt van de reclassering en verzoekt de rechtbank om daarin mee te gaan. Daartoe is aangevoerd dat lang is nagedacht door alle betrokken behandelaren en dat destijds een goede afweging is gemaakt om betrokkene niet beschermd / begeleid te laten wonen. Kijkend naar het gehele traject zijn er geen concrete aanwijzingen om te denken dat deze beslissing onterecht is genomen, want het gaat goed met betrokkene. Hij zet zich volledig in en wil graag deze lijn voortzetten. Dat ervoor is gekozen om betrokkene te laten resocialiseren in deze omgeving is goed geweest. Zijn werk en vriendin motiveren hem en hij heeft al behoorlijke stappen gezet. Eventueel kan de bijzondere voorwaarde betreffende het beschermd / begeleid wonen worden aangepast naar ‘indien de reclassering dat nodig acht’. Het is zeer onwenselijk als het locatieverbod wordt uitgebreid naar heel Amersfoort, want dat zal betekenen dat betrokkene ineens niet meer zijn vaste behandelaren mag bezoeken. Daarmee zal het gehele traject worden doorkruist. Daarnaast maakt betrokkene zich zorgen om zijn zieke en oudere familieleden. Wanneer zij opgenomen worden in het ziekenhuis, zal dat vermoedelijk in Amersfoort zijn en dan mag hij daar niet heen. Om die reden wordt verzocht om geen locatieverbod voor Amersfoort op te leggen. 6Het oordeel van de rechtbank De rechtbank volgt het standpunt van de reclassering. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waarbij de voorwaarden voor voorwaardelijke invrijheidsstelling en de tbs-voorwaarden elkaar doorkruisen. De rechtbank acht het van belang dat betrokkene zijn traject voort kan zetten op de manier waarop het nu gaat en hij zich kan blijven ontwikkelen. Om die reden zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden betreffende het beschermd / begeleid wonen aanpassen in die zin dat indien de reclassering bepaalt dat beschermd / begeleid wonen geïndiceerd is, betrokkene daaraan zijn medewerking zal verlenen zolang de reclassering dat nodig acht. Daarnaast zal de rechtbank de bijzondere voorwaarde betreffende het locatieverbod in het kader van de veiligheid van de slachtoffers uitbreiden met de gemeente Amersfoort en daarbij aansluiten bij de wijze zoals het in het besluit voorwaardelijke invrijheidsstelling is bepaald. Dat betekent dat de routes van en naar de woning en het werk van betrokkene en de reclasseringslocatie waar hij zich moet melden in het kader van zijn tbs-voorwaarden uitgezonderd worden van het verbod. Ook zal de rechtbank bepalen dat de reclassering betrokkene in zeer uitzonderlijke situaties uitdrukkelijke toestemming kan verlenen om van het locatieverbod af te wijken. 7Beslissing De rechtbank: - wijzigt de algemene en bijzondere voorwaarden die bij vonnis van deze rechtbank van 10 november 2020 zijn gesteld, in die zin dat deze algemene en bijzondere voorwaarden thans komen te luiden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.