vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/523060 / HA ZA 21-408 Vonnis van 22 juni 2022 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. J.G. Keizer te Amersfoort, tegen de naamloze vennootschap ASR SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Utrecht, gedaagde, advocaat mr. M.T. Spronck te Arnhem. Partijen zullen hierna [eiser] en a.s.r. genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 31 mei 2021 met 9 producties; de conclusie van antwoord van 29 september 2021 met productie 1 tot en met 27; de uitnodiging voor een mondelinge behandeling, per e-mail van 25 november 2021, te beschouwen als (mondeling) tussenvonnis; de brief van 19 april 2022 met productie 10 tot en met 12 namens [eiser] ; de brief van 6 mei 2022 met productie 28 namens a.s.r.; het e-mailbericht van 9 mei 2022 met productie 13 en 14 namens [eiser] . 1.2. De mondelinge behandeling heeft op 11 mei 2022 plaatsgevonden in het gebouw van de rechtbank. Daarbij waren aanwezig de heer [eiser] , vergezeld door zijn zoon, zijn partner, de GGZ-behandelaar van [eiser] mevrouw [A] en als tolk de heer [B] , met mr. Keizer. Voor a.s.r. was mevrouw [C] , [functie] , aanwezig met mr. Spronck. De griffier heeft tijdens de zitting aantekeningen gemaakt. Mr. Keizer heeft het standpunt met de “Notities ten behoeve van mondelinge behandeling” toegelicht. Mr. Spronck heeft het standpunt van a.s.r. toegelicht met de “Aantekeningen mondelinge behandeling”. Verder hebben de advocaten en partijen vragen van de rechtbank beantwoord en over en weer op elkaars standpunt gereageerd. 1.3. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechter beslist dat uitspraak zal worden gedaan. 2De overwegingen inleiding 2.1. Op 26 december 2012 is [eiser] betrokken geraakt bij een verkeersongeval. [eiser] is als bestuurder van zijn Rover van achteren aangereden door een automobilist die bij a.s.r. verzekerd was. De aansprakelijkheid voor het ongeval heeft a.s.r. erkend. hoe is het toen verder gegaan? 2.2. Partijen zijn met elkaar in gesprek gegaan om de schade die [eiser] door het ongeval lijdt in kaart te brengen. Partijen zijn daarbij verwikkeld geraakt in een discussie over de causaliteit: [eiser] stelt dat hij door het ongeval onder andere nek- en hoofdpijnklachten en ernstige psychiatrische problematiek (ptss, somatisch-symptoomstoornis, depressieve stoornis en paniekstoornis) heeft opgelopen, terwijl het ongeval volgens a.s.r. niet zo’n impact kan hebben gehad dat sprake kan zijn van dergelijke jarenlang voortdurende klachten zoals [eiser] stelt. Er was volgens a.s.r. namelijk sprake van een zodanig laag verschil in snelheid tussen de twee auto’s, een lage Delta V (minder dan 5), dat de gezondheidsproblemen van [eiser] niet door het ongeval kunnen zijn veroorzaakt. verschillende onderzoeken door deskundigen 2.3. Om duidelijkheid te krijgen over het causaal verband tussen de gezondheidsklachten die [eiser] stelt te ervaren en het ongeval heeft [eiser] bij rechtbank Gelderland een verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht ingediend. Daarop heeft onder leiding van de rechtbank een onderzoek door neuroloog dr. [D] plaatsgevonden. [D] heeft daarvan een rapport van 7 oktober 2014 opgesteld. Daarna heeft, ook onder leiding van rechtbank Gelderland, een onderzoek door klinisch neuropsycholoog drs. [E] plaatsgevonden. Het rapport van dat onderzoek is van 28 juli 2015. Partijen hebben vervolgens in onderling overleg besloten een psychiatrische expertise te laten doen. Dit onderzoek is gedaan door psychiater drs. [F] . Zijn rapport dateert van 12 februari 2018. [F] heeft voor zijn onderzoek gebruik gemaakt van aanvullend neuropsychologisch hulponderzoek door klinisch neuropsycholoog dr. [G] , die zijn bevindingen opnam in een rapport van 29 juni 2017. wat is het punt? 2.4. Met de uitkomsten van de verschillende deskundigenonderzoeken is het partijen niet gelukt het eens te worden en de schade (verder) af te wikkelen. Daaraan blijft in de weg staan het verschil van mening over het bestaan van de klachten en het causaal verband ervan met het ongeval. 2.5. Voor [eiser] is overduidelijk dat zijn gezondheidsproblemen het gevolg zijn van het verkeersongeval in december 2012, er is in zijn optiek geen link met medische problemen die hij in het verleden heeft gehad. Neuroloog [D] deelt die mening volgens [eiser] . [D] kwalificeert zijn gezondheidsklachten, ondanks een enkele inconsistentie, tenslotte als whiplash associated disorder I/II. Voor zijn psychiatrische klachten vindt [eiser] dat de rapportages van [E] en [F] niet als uitgangspunt kunnen worden genomen voor de verdere afwikkeling van zijn schade. Aan beide rapporten kleven volgens [eiser] klemmende en steekhoudende bezwaren. Ten eerste is bij het afnemen van de neuropsychologische tests onvoldoende rekening gehouden met de culturele achtergrond van [eiser] en de taalbarrière. [E] en ook [F] hebben zich er volgens [eiser] onvoldoende van vergewist of een zorgvuldige beoordeling zonder de aanwezigheid van een professionele tolk wel mogelijk was. Ten tweede wijst [eiser] erop dat een grotere discrepantie tussen de bevindingen van [F] en de bevindingen uit de behandelend sector nauwelijks mogelijk is. De conclusie van psychiater [F] dat bij [eiser] geen sprake is van een psychiatrische stoornis als gevolg van het ongeval op 26 december 2012 staat “wel erg haaks” op de bevindingen van zijn behandelend artsen (psychiaters) en psychologen (bij onder andere [organisatie 1] ) die juist wel vinden dat bij hem sprake is van ernstige psychiatrische problematiek. [eiser] vindt dat aan de medische informatie uit de behandelend sector meer betekenis moet worden gehecht dan aan de bevindingen van [F] . Uit zijn medische informatie blijkt dat bij hem sprake is van psychiatrische problematiek die wel degelijk is toe te schrijven aan het ongeval. 2.6. Wat a.s.r. betreft moeten de uitkomsten van de onafhankelijke deskundigenonderzoeken in deze zaak doorslaggevend zijn. Aan de medische informatie uit de behandelend sector kan niet meer gewicht worden toegekend dan aan de onafhankelijke deskundigenonderzoeken die zijn gedaan. Er is ook geen sprake van steekhoudende en zwaarwegende bezwaren die maken dat die onafhankelijke expertises niet gebruikt kunnen worden. De conclusies van [E] en [F] moeten hier leidend zijn. Het argument van het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal, waarmee [eiser] vele jaren na het ongeval en jaren na de betreffende expertises de waarde van die onderzoeken probeert aan te tasten, vindt a.s.r. ongeloofwaardig. De anamneses zijn beschreven, waaruit valt af te leiden dat [eiser] de vragen die hem gesteld zijn adequaat heeft kunnen beantwoorden. Nergens blijkt uit dat de taal een probleem was. Als daarvan echt sprake was dan was dat aangekaart bij de reacties op de conceptrapporten. Uit de drie onafhankelijke onderzoeken volgt in de optiek van a.s.r. dat de klachten van [eiser] niet kunnen worden geobjectiveerd of niet aanwezig zijn en dat hij de klachten simuleert, overdrijft en/of inbeeldt. Er is geen sprake van een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten. Het primaire standpunt van a.s.r. is dan ook dat de klachten van [eiser] niet bestaan. Subsidiair is a.s.r. van mening dat het causaal verband ontbreekt tussen de klachten die [eiser] ervaart en het ongeval van 2012. wat vordert [eiser] ? 2.7. [eiser] vordert - na wijziging van eis tijdens de mondelinge behandeling - dat de rechtbank bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad voor recht verklaart dat: [eiser] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bij hem sprake is van relevante gezondheidsproblemen, waaronder hoofdpijn, nekpijn en relevante psychiatrische problematiek; sprake is van causaal verband tussen de gezondheidsproblemen van [eiser] , waaronder hoofdpijn, nekpijn en psychiatrische problematiek (zoals beschreven in de onderzoeksbevindingen van [organisatie 1] ), en het ongeval van 26 december 2012, althans dat het ontstaan en voortduren van die problematiek aan a.s.r. kan worden toegerekend; de door [eiser] geleden en te lijden schade het tot nu toe door a.s.r. betaalde bedrag van € 15.000 overstijgt en dat a.s.r. met betaling van dat bedrag dus nog niet finaal ten opzichte van [eiser] is gekwetenen a.s.r. veroordeelt in de kosten van deze procedure met nakosten en rente. deskundigenrapporten leidend? Toetsingskader. 2.8. Voordat de rechtbank over - kort gezegd - het causaal verband zal beslissen, moet eerst beoordeeld worden of de rapporten van [E] en [F] daarbij gebruikt kunnen worden. Daarover verschillen partijen van mening. Als uitgangspunt geldt dat partijen in beginsel gebonden zijn aan de inhoud van een deskundigenrapport dat op verzoek van de rechtbank ( [E] ) of op hun gezamenlijk verzoek ( [F] ) is opgesteld. De rechtbank zal dan ook in principe de rapporten als uitgangspunt nemen bij de beoordeling van het geschil tussen partijen. Dit zou anders kunnen zijn als het rapport qua inhoud of de manier waarop het tot stand gekomen is niet voldoet aan de eisen die daaraan redelijkerwijs gesteld mogen worden. Zo mag van een rapport van een deskundige worden verwacht dat het onpartijdig, consistent, inzichtelijk en logisch is. Ook de manier waarop de deskundige zijn werkzaamheden heeft verricht, kan afbreuk doen aan de waarde van een deskundigenrapport. Het komt erop neer dat er zwaarwegende en steekhoudende bezwaren moeten zijn in te brengen tegen dat rapport, voordat de rechtbank kan beslissen het deskundigenbericht naast zich neer te leggen. Dit betekent daarom dat van de partij die kritiek heeft op het rapport en bepleit dat het niet gevolgd kan worden, mag worden verlangd dat zij haar stellingen deugdelijk onderbouwt. Bijvoorbeeld door een rapport van een andere deskundige in het geding te brengen waarin de conclusies van de eerste deskundige op overtuigende wijze worden tegengesproken. ernstige bezwaren? 2.9. Nu wordt verder ingegaan op de vraag of er sprake is van zodanige bezwaren dat de rapporten niet bruikbaar zijn. De rechtbank zal daarbij eerst ingaan op de gestelde taalproblematiek. Daarna wordt ingegaan op de vraag of de (andersluidende) informatie uit de behandelend sector tot gevolg heeft dat de rechtbank de deskundigenrapporten (van [E] en [F] ) bij de verdere beoordeling van deze zaak terzijde moet schuiven. taal 2.10. Aan het argument dat aan de rapporten van [E] en [F] voorbij moet worden gegaan omdat [eiser] toen de onderzoeken plaatsvonden de Nederlandse taal onvoldoende beheerst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.