← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:2859

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht Zaaknummer: UTR 21/5091 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres, (gemachtigde: mr. S. Ikdogan), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Mevrouw [A] van [bedrijf] heeft op 9 december 2021 als gemachtigde van eiseres een reactie op de beslissing op bezwaar van 22 november 2021 naar verweerder gestuurd. Omdat er tegen de beslissing op bezwaar alleen beroep openstaat heeft verweerder de reactie als zijnde beroepschrift doorgestuurd naar de rechtbank. Dit is op 10 februari 2022 na vragen van de toenmalig gemachtigde van eiseres uitgelegd door de rechtbank. In deze brief staat ook dat – indien het beroep wordt voortgezet – het griffierecht op tijd betaald dient te worden. Op 23 februari 2022 heeft de huidige gemachtigde van eiseres, mr. Ikdogan zich gesteld. Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-.
  3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
  4. De rechtbank heeft eiseres op 27 januari 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
  5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
  6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
  7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 maart
  8. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.