RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16.126772.20 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 26 juli 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1994] te [geboorteplaats] , Nigeria zonder vaste woon- of verblijfplaats, hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 juli
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. F.E. van der Zee. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat verdachte: primair op 10 mei 2020 te Dronten heeft geprobeerd om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem meermalen met een mes te steken; subsidiair op 10 mei 2020 te Dronten [aangever] heeft mishandeld door meermalen hem met een mes te steken. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAAK 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. 4.2 Het oordeel van de rechtbank In het dossier bevinden zich onder meer verklaringen van de aangever, verdachte en diverse getuigen. Uit deze bewijsmiddelen, die qua weergave van de feiten onderling sterk verschillen, komt onvoldoende naar voren wat die avond de feitelijke gang van zaken is geweest. De rechtbank kan daardoor niet met voldoende zekerheid vaststellen wat de aanleiding voor het incident is geweest en welk aandeel de diverse betrokkenen daarin hebben gehad. Evenmin is buiten redelijke twijfel komen vast te staan of verdachte degene is geweest die aangever heeft gestoken of hoe dat gebeurd zou zijn. Ook het rapport van drs. J.D. Kortmann, forensisch arts bij de GGD, geeft hierover geen verdere duidelijkheid. Hierdoor heeft de rechtbank uit de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte heeft gestoken. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken. 5BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, mrs. N. van Esch en M. Rasterhoff, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Doorman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 juli
- Mrs. Van Esch en Rasterhoff zijn buiten staat mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 10 mei 2020 te Dronten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [aangever] meermalen met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de (linker)schouder en/of borst en/of de buik en/of de (linker)arm en/of het (linker)been, althans in het lichaam heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 10 mei 2020 te Dronten [aangever] heeft mishandeld door die [aangever] meermalen met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de (linker)schouder en/of borst en/of de buik en/of de (linker)arm en/of het (linker)been, althans in het lichaam te steken en/of te snijden en/of te prikken; ( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )