← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:3183

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/1306 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2022 in de zaak tussen [eiseres], te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. K.S. Faber), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder ( gemachtigde: W.A. Postma). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 19 januari

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  3. Verweerder heeft met de beslissing van 19 januari 2022 het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. Het bezwaar is namelijk gericht tegen twee betalingsspecificaties van 27 augustus 2021 en 8 september 2021 waarin de WW-uitkering van eiseres op nihil is gesteld. Op 12 oktober 2021 is deze uitkering alsnog volledig uitbetaald. Daarom is er volgens verweerder geen procesbelang meer.
  4. Eiseres stelt in haar beroepschrift dat er wel procesbelang is. Eiseres heeft namelijk schade geleden door de nihil stelling en de daardoor latere uitbetaling van haar uitkering. Ook geeft ze aan dat verweerder met zijn brief van 10 januari 2022 de beslistermijn heeft verlengd met zes weken, omdat hij nog op een reactie van eiseres wacht. Vervolgens wordt er – zonder dat er een reactie van eiseres is gekomen – op 19 januari 2022 toch ineens een beslissing gestuurd. Daarnaast is eiseres – ondanks herhaaldelijke verzoeken daartoe – niet in de gelegenheid gesteld om aan te geven wat de gronden van haar beroep zijn.
  5. De rechtbank is het niet eens met eiseres. Verweerder heeft namelijk de WW-uitkering alsnog volledig betaald. Daarmee is verweerder volledig tegemoet gekomen aan de bezwaren van eiseres. Het verzoek om schadevergoeding kan in een aparte procedure worden afgehandeld. Verweerder heeft dit verzoek daarom doorgezet naar de juiste afdeling.
  6. Het beroep is kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
  7. Van een proceskostenvergoeding is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juli
  8. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.