← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:330

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/3299 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2022 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. J.W. Vugts), en de heffingsambtenaar van de gemeente Noordoostpolder, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 22 juni

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  3. Om bezwaar in te kunnen dienen tegen een besluit, moet iemand belanghebbende zijn. Dit staat in artikel 1:2 van de Awb.
  4. Met het besluit van 22 juni 2021 heeft verweerder eisers bezwaar tegen de WOZ-aanslag van 13 februari 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Volgens verweerder is eiser geen belanghebbende, omdat de aanslag van 13 februari 2021 gericht is aan [naam B.V.] (een rechtspersoon) en niet aan eiser.
  5. Eiser zegt dat hij wel belanghebbende is, omdat hij optreedt namens [naam B.V.] is van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] [bedrijf 1] is op haar beurt weer van [bedrijf 2] en [bedrijf 2] is van eiser. Aldus is eiser met tussenkomst van een aantal B.V.’s enig bestuurder en aandeelhouder van [naam B.V.]
  6. De rechtbank is het niet met eiser eens. Een belanghebbende is iemand wiens belang rechtstreeks bij het besluit (in dit geval: de aanslag van 13 februari 2021) is betrokken. Voor aanslagen in het kader van de WOZ-belasting is dat degene aan wie de aanslag is gericht. Dat betekent voor deze zaak dat [naam B.V.] belanghebbende is bij de aanslag van 13 februari 2021, en niet eiser. Het is juist dat eiser, als (indirect) enig bestuurder van [naam B.V.] bevoegd is om namens [naam B.V.] op te treden. Maar dat is niet wat eiser heeft gedaan. Hij heeft zelf, als natuurlijk persoon, bezwaar gemaakt tegen de aanslag. Verweerder heeft eisers bezwaar dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dat verweerder in een vergelijkbare zaak eisers bezwaar wel inhoudelijk heeft behandeld, maakt dat niet anders. Verweerder is niet verplicht om een eerder gemaakte fout te herhalen.
  7. Het beroep is kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond; Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed rechter, in aanwezigheid van J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 13 januari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.