← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:3311

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/4896 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2022 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en Onbekende Verweerder, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 7 december

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  3. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-.
  4. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  5. Eiser heeft bij mailbericht van 4 januari 2022 aangegeven dat hij dacht dat het procederen gratis was en dat hij het griffierecht van € 49,- niet kan betalen. Tevens heeft hij met verweerder een regeling getroffen van vijf jaar.
  6. De rechtbank heeft deze e-mail opgevat als een verzoek tot betalingsonmacht. Bij brief van 6 januari 2022 heeft de rechtbank eiser verzocht om het verzoek tot betalingsonmacht te onderbouwen. Eiser heeft hierop niet gereageerd. Dit verzoek is naar het oordeel van de rechtbank daarom terecht afgewezen bij brief van 1 maart
  7. De rechtbank heeft eiser op 1 april 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze herinnering is retour gekomen met als reden dat het poststuk niet is afgehaald. De rechtbank heeft de brief van 1 april 2022 vervolgens per normale postzending naar eiser gestuurd op 22 april
  8. Daarin is vermeld dat de in de brief genoemde termijn niet opnieuw aanvangt.
  9. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
  10. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
  11. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juli
  12. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.