← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:3312

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/3115 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2022 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 31 mei 2021 bij verweerder bezwaar ingediend tegen het aanslagbiljet van 31 maart

  1. Verweerder heeft op 13 juli 2021 een uitspraak op bezwaar genomen. Eiser heeft op 22 juli 2021 beroep ingediend bij de rechtbank. Op 12 oktober 2021 heeft verweerder naar aanleiding van het beroepsschrift van eiser een gewijzigde uitspraak op bezwaar genomen. Op 4 november 2021 heeft de rechtbank eiser verzocht om het beroep in te trekken indien hij het eens is met de gewijzigde uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2021 of het beroep voort te zetten indien hij het hiermee niet eens is. Eiser heeft hierop niet gereageerd. Overwegingen
  2. Omdat eiser niet heeft gereageerd op de brief van de rechtbank van 4 november 2021 gaat de rechtbank ervan uit dat eiser het niet eens is met de gewijzigde uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2021 en deze uitspraak dus niet geheel tegemoet komt aan het beroep van eiser. Gelet hierop wordt het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van 13 juli 2021 mede geacht te zijn gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 12 oktober
  3. Omdat er inmiddels een nieuwe uitspraak op bezwaar is, heeft eiser geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van de zijn beroep tegen de uitspraak op bezwaar van 13 juli
  4. Het beroep tegen die uitspraak op bezwaar moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Er is enkel nog belang bij de beoordeling van het besluit van 12 oktober
  5. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen.
  6. De rechtbank stelt vast dat eiser, ondanks daarom te zijn verzocht door de rechtbank op 4 november 2021, geen gronden heeft aangevoerd tegen de uitspraak op bezwaar van 12 oktober
  7. Dit betekent dat onduidelijk is waarom eiser het niet eens is met gewijzigde uitspraak op bezwaar van 12 oktober
  8. Zonder beroepsgronden kan het beroep niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
  9. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep tegen de uitspraken op bezwaar van 13 juli 2021 en 12 oktober 2021 niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juli
  10. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.