RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-102192-22 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 23 augustus 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1998] te [geboorteplaats] wonende aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats] , hierna te noemen: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 augustus
(2)jaren vast; - als algemene voorwaarden gelden dat verdachte: zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - als bijzondere voorwaarden gelden dat verdachte: zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd telefonisch meldt bij [instelling] op het telefoonnummer: [telefoonnummer] om een afspraak te maken voor een eerste gesprek. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; actief deelneemt aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheidstraining of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider; meewerkt aan een traject gericht op het verkrijgen van een zinvolle dagbesteding in de vorm van opleiding en/of werk; - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren; - beveelt voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 60 dagen hechtenis; Voorlopige hechtenis - heft op het – reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis; Beslag - verklaart verbeurd, van het onder verdachte inbeslaggenomen geld, een bedrag ter hoogte van € 100; - gelast de teruggave aan verdachte van de rest van het onder verdachte inbeslaggenomen geld, te weten een bedrag ter hoogte van € 3.245,
- Dit vonnis is gewezen door mr. I.G.C. Bij de Vaate, voorzitter, mrs. G.A. Bos en mr. S.D. Groen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Visser, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 augustus
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: feit 1 hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 22 april 2022 te Nieuwegein, althansin Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkochten/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwetbehorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van diewet;(art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboekvan Strafrecht) feit 2 hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 22 april 2022 te Nieuwegein en/ofGeldermalsen, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad- ongeveer 9 ponypacks en/of 4,39 gram, in elk geval een hoeveelheid van eenmateriaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of- ongeveer één pil en/of 0,33 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende methyleendioxymethamfetamine (MDMA), zijnde MDMA en/of- ongeveer één pil en/of 0,33 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende 4-bromo-2,5-dimethoxyfenetylamine (2C-B), zijnde 2C-B en/of- ongeveer één zegel, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendelysergide (LSD), zijnde lysergide (LSD),(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;(art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet) feit 3 hij op of omstreeks 22 april 2022 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe, althansin Nederland, een wapen van categorie II, onder 1, te weten- een pistool, van het merk M57, kaliber 7.62x25mm Tokarev, zijnde een vuurwapenen/of- munitie van categorie III te weten één of meerdere scherpe patronen vanéén of meer merk(en) (waaronder Tokarev), kaliber 7.62x25mm,voorhanden heeft gehad;(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 25 april 2022, 26 april 2022, 2 mei 2022, 30 mei 2022 en 24 april 2022 genummerd PL0900-202113051, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 32 en pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 39 en pagina
- Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [A] van 22 april 2022, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 69 en pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 114 tot en met pagina
- Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 4 Wetboek van Strafvordering, te weten een NFI-rapport d.d. 25 april 2022, pagina
- Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 4 Wetboek van Strafvordering, te weten een NFI-rapport d.d. 25 april 2022, pagina
- Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 4 Wetboek van Strafvordering, te weten een NFI-rapport d.d. 24 mei 2022, pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 69 en pagina
- Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 324 tot en met 326.