RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/2008 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2022 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 24 maart
- Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van zijn beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
- In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 24 maart
- Het beroepschrift had dus uiterlijk op 6 mei 2022 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 7 mei
- Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
- De rechtbank heeft eiser op 19 juli 2022 een brief gestuurd, waarin wordt gevraagd waarom eiser het beroep te laat heeft ingediend. Eiser heeft op 2 augustus 2022 en 17 augustus 2022 per email gereageerd. In zijn reactie schrijft hij dat het beroep is ingediend na afloop van de beroepstermijn omdat de arbo-arts waarmee hij een afspraak had hem niet had teruggebeld op het afgesproken moment. Daarnaast heeft hij geprobeerd met een medewerkster van verweerder te bellen over de herbeoordeling, maar zij was op vakantie. Hij wilde haar eerst spreken voordat hij beroep zou instellen.
- De rechtbank is van oordeel dat dit geen geldige reden is voor het te laat indienen van het beroep. Eiser had ook kunnen kiezen voor het indienen van een zogenoemd pro-forma beroepschrift om later zijn argumenten aan te vullen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb). Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
- Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 augustus
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.