← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:3526

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/3024 uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 september 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: P.R. Autar), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder (gemachtigde: mr. L.A. Sluiter). Procesverloop Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een e-mailbericht van een medewerker van verweerder van 13 juli 2022. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 augustus 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [A] (Unithoofd/ [kantoor] ), [B] (marktmeester) en [C] (marktmeester). Overwegingen Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een e-mailbericht van een senior beleids- en juridisch medewerker van verweerder. Deze medewerker legt in zijn bericht uit dat er in het kader van de gewijzigde marktopstellingen vanwege de coronamaatregelen door het college van burgemeester en wethouders geen besluiten zijn genomen over het tijdelijk innemen van een tijdelijke standplaats, noch over het weer in gebruik nemen van de oorspronkelijke, bij vergunning toegewezen standplaats. Deze medewerker legt uit dat er ook geen standplaatsen kunnen worden toegekend buiten de systematiek en regels van de Marktverordening gemeente Utrecht 2017 om. Verder benadrukt deze medewerker in zijn e-mail dat er aan verzoeker ook nooit toezeggingen zijn gedaan dat hij zijn tijdelijke standplaats permanent zou mogen innemen. De voorzieningenrechter stelt vast dat dit bericht van de medewerker van verweerder geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens de wet is sprake van een besluit als er een schriftelijke beslissing is van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Dit betekent dat er iets moet veranderen in iemands rechten, verplichtingen of bevoegdheden. Daarvan is in dit geval geen sprake. Aan verzoeker is op 6 november 2018 een standplaatsvergunning verleend. Dit e-mailbericht brengt geen wijziging in de rechten, verplichtingen of bevoegdheden die verzoeker op grond van deze vergunning heeft. Er is ook geen sprake van een aanvraag van verzoeker tot wijziging van zijn standplaats(vergunning) waarop door verweerder nog beslist zou moeten worden. Niet gebleken is immers dat verzoeker een aanvraag heeft gedaan om wijziging van deze vergunning, zodat ook geen sprake is van het uitblijven van een besluit waartegen bezwaar gemaakt kan worden. De wet bepaalt dat alleen tegen een besluit bezwaar gemaakt kan worden en beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. Omdat daarvan dus geen sprake is, is de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om voorlopige voorziening. Dit betekent dat de voorzieningenrechter niet in kan gaan op de inhoudelijke argumenten van verzoeker. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2022 door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. griffier De voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.