beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Utrecht Zaaknummer/rekestnummer: 544619 / HA RK 22-189 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 19 september 2022 op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) van: [verzoeker] , wonend in [woonplaats] (Suriname) (verder te noemen verzoeker), gemachtigde: M.C. Neslo. 1De procedure 1.
- Bij brief van 7 september 2022 heeft de heer Neslo namens verzoekster een verzoek ingediend tot wraking van mr. Slierendrecht. Uit de bij deze brief gevoegde bijlagen begrijpt de wrakingskamer dat de heer Neslo heeft bedoeld mr. J.J. Catsburg als behandelend rechter te willen wraken naar aanleiding van uitspraken in de zaken met zaaknummers UTR 22/2446 en UTR 22/
- 1.
- Uit dit wrakingsverzoek volgde dat de reden voor de wraking was gelegen in het feit dat aan de heer Neslo was bericht per brief van 18 augustus 2022 dat de zitting van 23 augustus 2022 in beide zaken geen doorgang zou vinden en dat er een andere datum zou worden bepaald. Uit de beslissingen van 6 september 2022 in beide zaken is gebleken dat de zitting van 23 augustus 2022 echter wel is doorgegaan. 1.
- De wrakingskamer heeft, na ontvangst van het wrakingsverzoek, op 12 september 2022 telefonisch contact opgenomen met de heer Neslo. In het telefonisch contact met de wrakingskamer gaf de heer Neslo aan dat de wraking als ingetrokken kon worden beschouwd. 1.
- Op 12 september 2022 ontving de wrakingskamer een nieuw wrakingsverzoek in beide zaken op andere gronden tegen mr. J.J. Catsburg. 1.
- De wrakingskamer ziet aanleiding om – in afwijking van het in artikel 8:18 lid 1 Awb neergelegde uitgangspunt – uitspraak te doen over het door verzoekster ingediende wrakingsverzoek, zonder dat dit verzoek ter zitting wordt behandeld. Daartoe wordt het volgende overwogen. 2Het wrakingsverzoek en de beoordeling hiervan 2.
- Het verzoek tot wraking van 12 september 2022 is gericht tegen mr. J.J. Catsburg als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaken met zaaknummers UTR 22/2446 en UTR 22/
- Namens verzoekster heeft de heer Neslo aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de uitspraken van 6 september 2022 in beide zaken partijdig zijn. De heer Neslo heeft dit wrakingsverzoek nog nader onderbouwd per e-mails van 14 september 2022 en 15 september
- 2.
- De wrakingskamer heeft bij de rechter geïnformeerd of het juist is dat beide zaken inmiddels zijn geëindigd door de uitspraken van 6 september
- De rechter heeft dit bevestigd. Op 6 september 2022 is in beide zaken een einduitspraak gedaan. Deze beslissingen zijn ook als bijlagen aan het wrakingsverzoek toegevoegd. 2.
- Op grond van artikel 8:15 Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die daarover vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan. 2.
- In de hiervoor genoemde zaken heeft de rechter op 6 september 2022 uitspraak gedaan. Dit betreffen eindbeslissingen, waarmee de behandeling van de zaken is geëindigd. Het wrakingsverzoek is ingediend nadat einduitspraak is gedaan. Dat betekent dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek. Op grond van artikel 4, tweede lid onder d, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Midden-Nederland is deze beslissing genomen zonder behandeling ter zitting. 3De beslissing De wrakingskamer: 3.
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek; 3.
- draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker en haar gemachtigde, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank. Deze beslissing is gegeven door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, mr. R.M. Berendsen en mr. A.C. van den Boogaard als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. L.C.J. van der Heijden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 september
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.