← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:3867

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/543392 / JE RK 22-1406 Datum uitspraak: 2 september 2022 Beschikking van de kinderrechter over een afwijzing ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Midden Nederland, hierna: de Raad, gevestigd te [vestigingsplaats 1] , betreffende [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige (voornaam)] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [belanghebbende] , hierna: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoek met bijlage(

  1. n)van de Raad van 15 augustus 2022, ingekomen bij de griffie op 15 augustus 2022; de e-mail met bijlage namens de moeder van 1 september 2022, ingekomen bij de griffie op 1 september 2022; de e-mail met als bijlage het verweerschrift namens de moeder van 2 september 2022, ingekomen bij de griffie op 2 september 2022. Op 2 september 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Daarbij waren aanwezig:- de moeder, bijgestaan door mr. F. Ettaia;- mevrouw [A] en mevrouw [B] , namens de Raad;- de heer [C] en mevrouw [D] , namens de gecertificeerde instelling [instelling 1] , te [vestigingsplaats 2] (hierna: de GI). Aan mevrouw [E] , ambulant hulpverlener van de moeder, is bijzondere toegang tot de zittingszaal verleend. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige (voornaam)] wordt uitgeoefend door de moeder. [minderjarige (voornaam)] woont bij de moeder. Het verzoek De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar het rapport van de Raad. Ter zitting verklaart de Raad dat tijdens het onderzoek zorgen naar voren zijn gekomen waardoor er sprake was van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige (voornaam)] . Tegelijkertijd wordt een liefdevolle moeder gezien die het beste wil voor haar dochter. Ondanks dat er vertrouwen is dat het de moeder lukt, vindt de Raad een ondertoezichtstelling wel nodig om de goede weg verder in te slaan en deze ook vast te houden. De Raad ziet dat er sprake is van een positieve ontwikkeling en dat de ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige (voornaam)] in het vrijwillig kader zijn weggenomen, maar ziet nog wel risicofactoren. De Raad gunt het de moeder dat het goed gaat met haar en [minderjarige (voornaam)] . Echter vanwege de eigen voorgeschiedenis van de moeder, vindt de Raad een toetsingsmoment wel nodig. De Raad wil de positieve ontwikkeling zeker niet in de weg staan, en kan zich voorstellen dat de beslissing op het verzoek van de Raad wordt aangehouden. Het is vooral bedoeld als een extra toetsingsmoment, want als de Raad ziet dat deze positieve ontwikkeling zich doorzet, dan zal de Raad haar verzoek om [minderjarige (voornaam)] onder toezicht te stellen naar alle waarschijnlijkheid intrekken. Het standpunt van de moeder Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De moeder stelt zich op het standpunt dat niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling. Volgens de moeder is onvoldoende gebleken van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige (voornaam)] . Daarnaast vraagt moeder om hulp en accepteert zij hulp in het vrijwillig kader. Het feit dat de moeder onvoldoende bereid en in staat is om hulp te accepteren, blijkt onvoldoende uit het rapport van de Raad, aldus de moeder. Daarbij komt dat de inhoud van het rapport van de Raad niet meer actueel is. Namens de moeder pleit de advocaat voor afwijzing van het verzoek. De beoordeling De kinderrechter stelt voorop dat een ondertoezichtstelling van een kind een ingrijpende maatregel is die alleen maar mag worden genomen als aan alle daarvoor in de wet gestelde eisen is voldaan. De kinderrechter kan een minderjarige op grond van artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW) onder toezicht stellen van de GI indien de minderjarige zodanig opgroeit dat hij of zij ernstig in zijn of haar ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet de ouder die het gezag uitoefent de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of de ouder(
  2. s)niet of onvoldoende accepteren. Ook moet de kinderrechter de gerechtvaardigde verwachting hebben dat de ouder die het gezag uitoefent binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen. De kinderrechter begrijpt en onderschrijft de zorgen die de Raad in zijn onderzoeksrapport verwoordt en zij ziet dat [minderjarige (voornaam)] opgroeit in een onrustige opvoedsituatie. De kinderrechter vindt het ook, net als de Raad, nodig en wenselijk dat hulpverlening voor [minderjarige (voornaam)] en de moeder wordt geboden. Het is echter de vraag of wat wenselijk, passend en geboden is, zich ook vertaalt in juridische relevante argumenten om hulp op te leggen in het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling. Uit het onderzoeksrapport van de Raad blijkt dat [minderjarige (voornaam)] nog erg jong is en daarmee volledig afhankelijk is van haar moeder. De moeder heeft zelf een belast verleden gehad. Zij heeft niet altijd de juiste keuzes heeft gemaakt en niet altijd inzicht had in de ernst van haar gedrag en keuzes. Het feit dat [minderjarige (voornaam)] en de moeder op dit moment geen vaste woon- en verblijfplaats hebben zorgt bij de moeder, en daarmee ook [minderjarige (voornaam)] , voor onrust en stress. Ter zitting heeft moeder aangegeven dat zij inmiddels urgentie heeft gekregen van de gemeente en dat er met spoed gezocht wordt naar een passende woonplek voor [minderjarige (voornaam)] en de moeder. Ook wordt in de tussentijd gekeken wordt naar een overbruggingsplek, want de opvoedsituatie in het hotel is niet wenselijk en in het belang van [minderjarige (voornaam)] . Verder is de moeder onder behandeling bij de [instelling 2] en accepteert zij vanuit het vrijwillig kader hulp van het [instelling 1] . De ambulant hulpverlener ondersteunt de moeder bij het zoeken naar een kindvriendelijke woonplek en de biedt de moeder de juiste begeleiding bij de opvoeding van [minderjarige (voornaam)] en voor moeder zelf. De kinderrechter constateert dat alles bij elkaar sprake is van een kwetsbare situatie. De actuele situatie is echter wel een andere situatie dan die in het onderzoeksrapport wordt geschetst. De Raad verklaarde ter zitting dat de ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige (voornaam)] nu is weggenomen, maar dat er nog wel zorgen zijn en dat de situatie ook weer makkelijk kan omslaan, in negatieve zin. De kinderrechter is echter van oordeel dat de moeder de hulpverlening voor [minderjarige (voornaam)] nu wel accepteert. Er is als het ware een schil om haar heen van mensen en instanties die de moeder en [minderjarige (voornaam)] helpen. Daar komt bij dat de moeder heeft verteld dat zij, gelet op haar eigen, zeer belaste, verleden met ‘jeugdzorg’, veel stress krijgt van de gedachte dat er een gezinsvoogd bij haar en haar dochtertje betrokken zal zijn. Ook bij een verzoek dat wordt aangehouden zal dat het geval zijn, omdat ze dan steeds spanning zal hebben bij wat haar mogelijk te wachten staat. De kinderrechter is van oordeel dat een (mogelijke) ondertoezichtstelling dan niet helpend zal zijn. Voor [minderjarige (voornaam)] , die als gezegd geheel afhankelijk is van haar moeder, is ook van belang dat haar moeder mentaal overeind blijft. Gelet op het voorgaande wijst de kinderrechter het verzoek af. Zoals ook ter zitting door de kinderrechter benoemd, is er wel sprake van een wankel evenwicht. Het is belangrijk dat de moeder de ingezette hulp in het vrijwillig kader blijft accepteren en ook dat de hulpverlening snel aan de bel trekt als het vrijwillig kader toch onvoldoende blijkt. De beslissing De kinderrechter: wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling van de Raad af. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2022 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in tegenwoordigheid van N.L.J. Hitijahubessij, als griffier. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(
  3. n)aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. NH Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 16 september 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.