RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 9399409 UC EXPL 21-5913 VL/51573 Vonnis van 4 mei 2022 inzake de besloten vennootschap [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [eiseres] , eisende partij, gemachtigde: mr. B. Garnaat, tegen: [gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam], wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen [handelsnaam] , gedaagde partij, gemachtigde: mr. M.S.J. Supicic. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 12 augustus 2021; - de conclusie van antwoord, bij de griffie binnengekomen op 19 oktober 2021; - de producties; - de e-mail van mr. Supicic van 22 februari 2022 met de verklaringen van mevrouw [A] en de heer [B] ; - de e-mail van mr. Garnaat van 23 februari 2022 met zes pagina’s met schermweergaven van app-gesprekken. 1.2. Tijdens de mondelinge behandeling van 4 maart 2022 heeft de griffier zittingsaantekeningen gemaakt. Deze zijn in het dossier van de kantonrechter gevoegd. Aan het einde van de mondelinge behandeling is meegedeeld dat de kantonrechter vonnis zal wijzen. 2Waar de zaak over gaat 2.1. [eiseres] heeft op 22 februari 2021 een Mercedes GT63S AMG uit 2019 (hierna: de auto) gekocht. Na de aankoop van de auto heeft de DGA van [eiseres] , de heer [C] (hierna: [C] ), contact opgenomen met [handelsnaam] omdat hij naast een aantal aanpassingen aan het uiterlijk van de auto het geluid uit de uitlaat van de auto luider wilde laten klinken. De eigenaar van [handelsnaam] , de heer [gedaagde] (hierna: [gedaagde] ), heeft [eiseres] hierop voorgesteld om de downpipes van de auto leeg te halen en heeft voor de werkzaamheden op 9 maart 2021 een offerte opgesteld voor een totaalbedrag van € 13.146,17 inclusief BTW. 2.2. Nadat [eiseres] met de offerte had ingestemd constateerde [handelsnaam] dat het voor het leeghalen van de downpipes nodig was om het motorblok van de auto te droppen (laten zaken). De extra kosten hiervan waren € 1.500,- exclusief BTW. In totaal heeft [eiseres] € 14.961,17 inclusief BTW aan [handelsnaam] betaald. 2.3. [eiseres] heeft de auto op 27 maart 2021 bij [handelsnaam] opgehaald. Op dat moment was de stage 2 tuning van de auto nog niet volledig afgerond. Toen [eiseres] met de auto ging rijden ontstonden er problemen. [handelsnaam] heeft geprobeerd deze problemen op te lossen door de koelvloeistof (nogmaals) te ontluchten. Ook na het ontluchten van de koelvloeistof bleef de auto echter problemen geven. De auto raakte in een noodloop, wat betekent dat de auto een tekort aan vermogen levert. [handelsnaam] heeft hierop een aantal aanpassingen in de software van de auto gedaan. Omdat de auto ook na deze werkzaamheden van [handelsnaam] nog problemen gaf heeft [eiseres] de auto naar [onderneming 1] gebracht. [onderneming 1] heeft op haar beurt de [onderneming 2] in [plaats] (hierna: [onderneming 2] ) ingeschakeld. 2.4. In zijn e-mail van 21 mei 2021 aan [handelsnaam] geeft [C] aan dat [onderneming 2] de auto heeft onderzocht en tot de conclusie is gekomen dat de problemen worden veroorzaakt doordat de downpipes van de auto zijn leeggehaald. [C] schrijft: “Kern van het probleem is een hitte die veroorzaakt wordt door de downpipes die zijn leeggehaald. Bij dit model kunnen deze aanpassingen niet uitgevoerd worden volgens experts omdat de auto daar niet op gebouwd is. De hitte is te groot en veroorzaakt blijvende schade. (…) Schade aan mijn auto vastgesteld door Mercedes is € 13309,47. (…) Ik verwacht dat mijn auto hersteld wordt door een [onderneming 2] of [D (voornaam)] van [onderneming 1] met garantie totdat het probleem verholpen is. Daarbij wil ik dat mijn kosten betaald bij [handelsnaam] worden gecrediteerd. Ik ben verkeerd geadviseerd en afspraken zijn niet nagekomen. (…) Ik zou graag voor het einde van deze week en uiterlijk maandag een voorstel met planning ontvangen hoe jullie dit willen oplossen. Op basis van de relatie wil ik dit niet meteen juridisch uit handen geven, maar ik ga wel uit van een schadeloosstelling.” 2.5. [handelsnaam] heeft de door [eiseres] gestelde schade gemeld op haar garagepolis bij ASR Verzekeringen N.V. (hierna: ASR). ASR heeft [onderneming 3] B.V. (hierna: [onderneming 3] ) opdracht gegeven onderzoek te doen naar de gestelde schade. In haar rapport van 17 juni 2021 schrijft [onderneming 3] : “Alle drie de remkleppen in het uitlaatsysteem draaien zwaar. De klep-as lagers (koper/messing legering bus) c.q. de scharnierpunten zijn door een thermische overbelasting deels gesmolten en/of aangetast door een overmatige warmte ontwikkeling. Door dit fenomeen klemmen deze kleppen, waardoor er een foutcode ontstaat en de motorcomputer een noodprogramma activeert om schade aan de motor en turbo’s te beperken. (…) De door ons geconstateerde beschadigingen aan de rem/regel kleppen in het uitlaatsysteem zijn in direct verband te brengen met de uitgevoerde werkzaamheden van uw verzekerde. Er bestaat een causaal verband. De schade is het gevolg van de schade aan de kleppen en komt voort uit een te hoge uitlaatgas temperatuur door het verwijderen van de katalysatoren.” 2.6. In zijn brief van 24 juni 2021 heeft de gemachtigde van [eiseres] [handelsnaam] aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. In deze brief wordt [handelsnaam] een termijn van één week gegeven om de auto in originele staat te (laten) brengen. Op 2 juli 2021 heeft de gemachtigde van [eiseres] [handelsnaam] bericht dat de gestelde termijn is verstreken en dat het [eiseres] daarom vrij staat de auto door een andere partij te laten herstellen en de kosten hiervan op [handelsnaam] te verhalen. 2.7. [eiseres] heeft de auto op maandag 5 juli 2021 voor reparatie naar [onderneming 1] gebracht. [onderneming 1] heeft de auto teruggebracht in originele staat en heeft hiervoor een bedrag van € 12.351,49 inclusief BTW bij [eiseres] in rekening gebracht. 2.8. [eiseres] vordert in een (uitvoerbaar bij voorraad verklaard) vonnis veroordeling van [handelsnaam] tot betaling van € 18.618,80, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Ter onderbouwing van deze vordering stelt [eiseres] dat [handelsnaam] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen ten opzichte van [eiseres] . [handelsnaam] zou [eiseres] onjuist hebben geadviseerd over het aanpassen van de uitlaat van de auto en is op basis van dit onjuiste advies aan het werk gegaan. De downpipes van de auto hadden niet leeggehaald mogen worden. Door het leeghalen van de downpipes van de auto wordt de hitte in de uitlaat volgens [eiseres] zo hoog dat de uitlaatkleppen smelten en niet meer werken. Als gevolg hiervan komt de auto in de noodloop. Volgens [eiseres] moest de auto in originele staat terug worden gebracht om de door [handelsnaam] gemaakte fouten te herstellen. [eiseres] vordert de kosten hiervan (€ 12.351,49) als vervangende schadevergoeding. Daarnaast vordert [eiseres] het bedrag dat zij aan [handelsnaam] heeft betaald voor het leeghalen van de downpipes terug op grond van wanprestatie. Volgens [eiseres] gaat het hier om een bedrag van € 6.267,31. 2.9. [handelsnaam] voert gemotiveerd verweer tegen de vordering van [eiseres] en concludeert tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten. [handelsnaam] betwist dat zij tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en voert aan dat het leeghalen van de downpipes een methode is die vaak wordt toegepast om een harder geluid uit de uitlaat van een auto te laten klinken. Er rijden in Nederland volgens [handelsnaam] veel AMG’s rond met leeggehaalde downpipes en het leeghalen van de downpipes was dan ook een verantwoorde methode voor het type auto van [eiseres] . [handelsnaam] voert aan dat het type kleppen van de auto (standaard Mercedes kleppen) vermoedelijk niet bestand was tegen de hitte die werd geproduceerd door de leeggehaalde downpipes. Dit was volgens [handelsnaam] echter niet voorzienbaar omdat soortgelijke typen Mercedes motoren wel bestand zijn tegen deze aanpassingen in het uitlaatsysteem. Ook zouden de problemen volgens [handelsnaam] mogelijk veroorzaakt worden doordat de auto nog niet stage 2 getuned was. [handelsnaam] voert aan dat zij [eiseres] meermaals heeft aangeboden de auto stage 2 te tunen, maar dat [eiseres] op dit aanbod niet is ingegaan. [handelsnaam] stelt zich verder op het standpunt dat zij niet in verzuim is geraakt omdat de termijn van één week in de ingebrekestelling van 24 juni 2021 niet redelijk is. Tot slot betwist [handelsnaam] de omvang van de gevorderde (vervangende) schadevergoeding. Volgens [handelsnaam] was het voor het herstellen van de schade niet nodig om de auto terug te brengen in originele staat. 3Wat de kantonrechter ervan vindt 3.1. De belangrijkste beslissingen van de kantonrechter zijn dat [handelsnaam] in verzuim is geraakt en toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. [handelsnaam] is daarom aansprakelijk voor de door [eiseres] geleden schade. De kantonrechter stelt de door [eiseres] geleden schade vast op € 5.000,- en wijst dit bedrag toe als vervangende schadevergoeding. De vordering van € 6.267,31 wordt afgewezen. De beslissingen van de kantonrechter worden hieronder toegelicht. [handelsnaam] is in verzuim geraakt 3.2. De kantonrechter begrijpt de vordering van [eiseres] zo dat [eiseres] geen ontbinding vordert maar aanspraak maakt op (vervangende) schadevergoeding. De gevorderde schadevergoeding wordt gedeeltelijk gebaseerd op artikel 6:74 Burgerlijk Wetboek (BW) (voor wat betreft het bedrag van € 6.267,31) en gedeeltelijk op artikel 6:87 BW (voor wat betreft het bedrag van € 12.351,49). Voor zowel een vordering tot schadevergoeding op basis van artikel 6:74 BW als voor een vordering tot vervangende schadevergoeding op grond van 6:87 BW is vereist dat de schuldenaar in verzuim is. Dit is een juridisch begrip en betekent dat er aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan voordat het niet nakomen van een verplichting door een contractspartij juridische gevolgen krijgt. Het verzuim treedt in wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld met een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft. 3.3. [handelsnaam] voert aan dat zij niet in verzuim is geraakt omdat haar in de brief van 24 juni 2021 (zie randnummer 2.6) geen redelijke termijn voor nakoming is gegeven. Volgens [handelsnaam] is de gestelde termijn van één week te kort en wordt een termijn van twee weken doorgaans als redelijk beschouwd. Dit geldt volgens [handelsnaam] vooral omdat zowel [handelsnaam] als haar verzekeringstussenpersoon [eiseres] hebben laten weten dat de zaak uit handen was gegeven. 3.4. Anders dan [handelsnaam] is de kantonrechter van oordeel dat [handelsnaam] met het verstrijken van de termijn uit de brief van 24 juni 2021 in verzuim is geraakt. Bij het beoordelen van de redelijkheid van de lengte van de termijn die voor nakoming wordt gegeven moet namelijk ook gekeken worden naar de tijd die de schuldenaar vóór de aanmaning heeft gehad om zich hierop voor te bereiden. Hierbij kunnen eerder gestelde termijnen of verzonden sommaties van belang zijn. Dat de schuldeiser voorafgaand aan de aanmaning termijnen heeft gesteld of sommaties heeft verzonden kan namelijk meebrengen dat de in de aanmaning gestelde termijn korter mag zijn. Uit het dossier blijkt dat [eiseres] [handelsnaam] voorafgaand aan 24 juni 2021 termijnen heeft gesteld om de problemen aan de auto te verhelpen. Zo schrijft [C] in zijn e-mail van 21 mei 2021 (zie randnummer 2.4) dat hij graag voor het einde van de week en uiterlijk maandag een voorstel wil ontvangen inclusief een planning voor het oplossen van de problemen. Ook in de Whatsapp berichten die tussen [eiseres] en [handelsnaam] zijn gewisseld worden herhaaldelijk termijnen gesteld. Zo geeft [C] op 1 juni 2021 aan uiterlijk die ochtend een voorstel te willen ontvangen voor een oplossing en de problemen uiterlijk die week opgelost te willen hebben. Ook in de Whatsapp berichten van 11 en 18 juni 2021 wordt aangedrongen op een oplossing. Op 19 juni 2021 geeft [C] aan nog tot dinsdag te wachten op het krijgen van een datum voor de reparatie en de zaak anders uit handen te geven. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [handelsnaam] gelet op deze omstandigheden voldoende tijd gehad om zich op de aanmaning voor te bereiden en, anders dan [handelsnaam] meent, in tijd uitgedrukt, voldoende gelegenheid gehad om de problemen aan de auto te herstellen. De termijn van één week in de brief van 24 juni 2021 is daarom niet onredelijk. Dat de verzekeraar van [handelsnaam] zich nog niet over de kwestie had uitgesproken komt voor rekening en risico van [handelsnaam] en leidt dus niet tot een ander oordeel. Dit betekent dat [handelsnaam] na afloop van de in de brief van 24 juni 2021 gestelde termijn in verzuim is geraakt. [eiseres] kan daarom (vervangende) schadevergoeding vorderen van [handelsnaam] als [handelsnaam] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. [handelsnaam] is toerekenbaar tekortgeschoten 3.5. Artikel 6:74 BW bepaalt dat de schuldenaar aansprakelijk is voor een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming niet aan hem kan worden toegerekend. Het is aan de schuldeiser om te stellen en zo nodig te bewijzen dat zij een verbintenis had met de schuldenaar, wat de inhoud daarvan was en dat de schuldenaar in de nakoming daarvan tekort is geschoten. 3.6. Volgens [eiseres] is [handelsnaam] tekortgeschoten door (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.