RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Amersfoort zaaknummer: 9806734 AC EXPL 22-904 MB/40202 Vonnis van 28 september 2022 inzake [eiser] h.o.d.n. " [handelsnaam] ", wonende in [woonplaats] , verder ook te noemen: [handelsnaam] , eisende partij, gemachtigde: Van Loon Incasso Advocaten, tegen: [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , verder ook te noemen: [gedaagde] , gedaagde partij, procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met productie 1 tot en met 7 die op 30 maart 2022 aan [gedaagde] is betekend; het proces-verbaal van het op de civiele rolzitting van 13 april 2022 door [gedaagde] gegeven mondelinge antwoord met daaraan 2 producties gehecht. 1.
- De mondelinge behandeling heeft digitaal middels Teams plaatsgevonden op 29 augustus
- De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen met partijen is besproken. 1.
- Tot slot is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [handelsnaam] heeft in opdracht van [gedaagde] in de tuin van [gedaagde] een schutting en deur geleverd en geplaatst (het leveren en plaatsen hierna te noemen: het werk). 2.
- [handelsnaam] heeft op 6 september 2021 een factuur aan [gedaagde] gestuurd voor het werk voor een bedrag van € 1.717,95 inclusief btw (hierna: de factuur). 2.
- De gemachtigde van [handelsnaam] heeft [gedaagde] op 6 oktober 2021 een ingebrekestelling gestuurd om het bedrag van € 1.717,95 inclusief btw binnen 16 dagen na ontvangst van de brief te betalen. Daarbij zijn de buitengerechtelijke incassokosten aangezegd, in het geval betaling binnen genoemde termijn uit zou blijven. 2.
- [gedaagde] heeft de gemachtigde van [handelsnaam] op 7 oktober 2021 per e-mail bericht niet tot betaling over te gaan, zolang het werk niet wordt afgemaakt naar zijn tevredenheid. 3Het geschil 3.
- [handelsnaam] vordert veroordeling van [gedaagde] om aan hem te betalen een bedrag van € 2.047,82 (bestaande uit € 1.717,95 aan hoofdsom, € 18,07 aan rente berekend tot 24 maart 2022 en € 311,80 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 24 maart 2022 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten. 3.
- [handelsnaam] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting die voortvloeit uit de tussen [handelsnaam] en [gedaagde] gesloten overeenkomst tot het verrichten van het werk. [handelsnaam] maakt tevens aanspraak op de wettelijke rente en vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten omdat [gedaagde] in verzuim is geraakt en [handelsnaam] de vordering ter incasso uit handen heeft moeten geven aan zijn gemachtigde. 3.
- [gedaagde] betwist in de procedure dat hij de gehele hoofdsom met betalen, omdat volgens hem [handelsnaam] het werk niet goed heeft uitgevoerd. Voor het deel van de hoofdsom dat hij wel moet betalen, wil hij graag een betalingsregeling afspreken. 3.
- Op stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, nader worden ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Tussen partijen staat niet ter discussie dat zij een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan [handelsnaam] de verplichting op zich genomen om de schutting en de deur in de tuin van [gedaagde] te leveren en te plaatsen en [gedaagde] de verplichting om daarvoor de overeengekomen prijs van € 1.717,95 inclusief btw aan [handelsnaam] te betalen. Omdat niet ter discussie staat dat [handelsnaam] de schutting en de deur heeft geleverd en geplaatst, moet [gedaagde] in beginsel aan zijn betalingsverplichting voldoen. 4.
- Het voorgaande kan anders zijn als [handelsnaam] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst. Een eventuele tekortkoming van [handelsnaam] doet weliswaar niet af aan de betalingsverplichting van [gedaagde] , maar onder omstandigheden zou [gedaagde] wel gebruik kunnen maken van een opschortingsrecht (hetgeen [gedaagde] ook in zijn e-mail van 7 oktober 2021 lijkt te doen). Dat betekent dat hij nakoming van (een deel van) zijn betalingsverplichting mag uitstellen, totdat [handelsnaam] zijn verplichting behoorlijk is nagekomen. 4.
- [gedaagde] stelt dat [handelsnaam] zijn verplichting tot het plaatsen van de schutting niet behoorlijk is nagekomen. Afgesproken is dat twee schuttingdelen door [handelsnaam] lager zouden worden gemaakt, maar [handelsnaam] heeft deze twee delen ongeveer 30 centimeter lager gemaakt dan de bedoeling was, aldus [gedaagde] . [handelsnaam] heeft deze stelling van [gedaagde] gemotiveerd betwist. [handelsnaam] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat hij de hoogte van de twee schuttingdelen voorafgaand aan de uitvoering van het werk met zijn hand aan [gedaagde] heeft aangewezen en dat [gedaagde] daarmee akkoord is gegaan. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] vervolgens onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld, die indien bewezen, kunnen leiden tot het oordeel dat [handelsnaam] de twee schuttingdelen lager heeft gemaakt dan overeengekomen. Omdat niet komt vast te staan dat [handelsnaam] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst, had [gedaagde] de betaling van de factuur, noch geheel, noch deels mogen uitstellen. Los daarvan, heeft [handelsnaam] onweersproken gesteld dat hij eerder uit coulance heeft aangeboden om de twee schuttingdelen alsnog kosteloos te verhogen, maar dat het niet lukt om een afspraak daarvoor met [gedaagde] te maken. Omdat [gedaagde] in verzuim verkeert, wordt hij veroordeeld om de hoofdsom van € 1.717,95 aan [handelsnaam] te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente. 4.
- [handelsnaam] maakt daarnaast aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. [handelsnaam] heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 311,80 inclusief btw komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en wordt toegewezen. 4.
- [gedaagde] heeft om een betalingsregeling verzocht. Het treffen van een betalingsregeling is echter zaak van partijen onderling. Het is niet aan de kantonrechter hierover te beslissen. 4.
- [gedaagde] heeft ongelijk gekregen. Hij wordt daarom in de proceskosten veroordeeld. Dit betekent dat hij zijn eigen proceskosten moet dragen en dat hij de proceskosten van [handelsnaam] moet betalen. De kosten aan de zijde van [handelsnaam] worden begroot op: - dagvaarding € 107,22 - griffierecht € 244,00 - salaris gemachtigde € 187,00 (1 punt x tarief € 187,00) Totaal € 538,22 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [handelsnaam] te betalen een bedrag van € 2.048,82, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.717,95 vanaf 24 maart 2022 tot aan de dag van voldoening; 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten; hij moet de proceskosten aan de zijde van [handelsnaam] tot op heden begroot op € 538,22 aan [handelsnaam] betalen, waaronder begrepen een bedrag van € 187,00 aan salaris gemachtigde; 5.
- veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [handelsnaam] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 93,50 aan salaris gemachtigde; - te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. P.S. Elkhuizen-Koopmans, kantonrechter, en is door mr. M. Ramsaroep, kantonrechter, in het openbaar uitgesproken op 28 september 2022.