RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/4263 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2022 in de zaak tussen [eiseres] en [eiser] , te [woonplaats] , eisers, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder (gemachtigde: J.C. de Roos). Procesverloop Bij besluit van 16 juli 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder het restant van de geldlening en de verschuldigde rente van eisers teruggevorderd op basis van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo). Dit gaat over een bedrag van € 7.496,
- Bij besluit van 23 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 december 2021 via een online verbinding. Eisers is verschenen. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres heeft vanaf 12 augustus 2020 een geldlening ontvangen om de noodzakelijke betalingen voor haar bedrijf te kunnen doen. Meer dan negen maanden later heeft eiseres haar bedrijf beëindigd.
- Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de geldlening en de verschuldigde rente terugbetaald moeten worden, omdat eiseres gestopt is met het bedrijf. Het bedrag wordt ook van eiser teruggevorderd, omdat hij hoofdelijk aansprakelijk is.
- Eisers voeren aan dat het bedrijf niet vrijwillig beëindigd is, maar dat het niet anders kon vanwege de coronamaatregelen. Tijdens de zitting heeft eiseres aangevoerd dat ze een kwijtschelding wil van de lening, omdat zij het bedrag niet kan betalen. Eisers hebben andere maandelijkse aflossingen en houden onvoldoende geld over voor hun levensonderhoud.
- De rechtbank stelt vast dat het uitgangspunt van de Tozo is dat de rentedragende lening voor het bedrijfskapitaal altijd volledig terugbetaald moet worden. Dit blijkt uit de nota van toelichting bij de Tozo (Stb. 2020, 118, blz. 17). Verweerder kan de lening gelijk opeisen, wanneer blijkt dat de zelfstandige het bedrijf beëindigd heeft. Omdat eiseres gestopt is met haar onderneming, heeft verweerder op juiste gronden de lening per direct teruggevorderd.
- De enige mogelijkheid om te kunnen afzien van de terugvordering is dat er zeer dringende redenen zijn. Eisers hebben niet met stukken onderbouwd dat zij in financiële problemen komen door het terugbetalen van de lening. Daarnaast hebben zij recht op de beslagvrije voet. Dit houdt in dat bij de terugvordering rekening gehouden moet worden dat zij voldoende inkomsten overhouden om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. De rechtbank oordeelt daarom dat verweerder de lening voor het bedrijfskapitaal terecht heeft teruggevorderd. Voor het maken van andere afspraken over de betaalregeling van de lening wordt eisers aangeraden om in contact te gaan met het Zelfstandigenloket.
- Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is in uitgesproken op 7 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Artikel 16 Tozo Artikel 16 Participatiewet