RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/4528-T7 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2022 in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2], te [woonplaats], eisers (gemachtigde: mr. Y. Demirci), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, verweerder (gemachtigde: mr. G.J. Bosch). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde partij] B.V. te [woonplaats], vergunninghouder. (gemachtigde: mr. drs. A.W. van Ojen) Procesverloop Bij tussenuitspraak van 17 augustus 2021 heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in die tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak. Bij brief van 24 augustus 2021 heeft verweerder de rechtbank bericht dat hij een nader onderzoek instelt om het zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen. Verweerder heeft verweerder de rechtbank verzocht om de termijn te verlengen om het gebrek te herstellen, omdat het door hem ingeschakelde bureau nog geen advies heeft kunnen uitbrengen. Bij tussenuitspraken van 7 oktober 2021, 10 november 2021, 9 december 2021, 13 januari 2022 en 17 februari 2022 heeft de rechtbank de termijn voor verweerder om het gebrek te herstellen meerdere keren op verzoek van verweerder en eisers verlengd, omdat een geluidsonderzoek nog gaande is en omdat begin 2022 een bemiddelingstraject is gestart onder begeleiding van de burgemeester. Partijen hebben daarbij onderling afgesproken om de lopende bezwaar- en beroepsprocedures aan te (laten) houden zolang de bemiddelingsgesprekken voortduren. Bij brief van 29 september 2022 heeft verweerder de rechtbank geïnformeerd dat het bemiddelingstraject nog loopt. De verwachting is dat het traject voor het eind van het jaar is afgerond. Gelet op het nog lopende bemiddelingstraject heeft verweerder de rechtbank verzocht om de behandeling van het beroep tot een nader te bepalen datum aan te houden. Verweerder heeft dit verzoek afgestemd met de gemachtigde van eisers. Verweerder heeft daarbij ook toegelicht dat een akoestisch onderzoek is ingesteld op het perceel van eisers, maar dat van het onderzoek nog geen rapport opgesteld is. Overwegingen 1. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank een verzoek om verlenging van de gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd. 2. De reden waarom wordt verzocht om aanhouding van de procedure en daarmee dus ook verlenging van de gestelde termijn is een bijzonder geval dat verlenging van de termijn voor een langere periode rechtvaardigt. 3. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Beslissing De rechtbank: stelt verweerder in de gelegenheid om uiterlijk 15 december 2022 het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2022. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Niet eens met deze tussenuitspraak? Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.