RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-017253-22 Vonnis van de meervoudige kamer van 18 oktober 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2008] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] , hierna te noemen: [verdachte] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 oktober
(14)dagen, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 106 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast; - stelt als algemene voorwaarden dat veroordeelde: zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde: zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarvan zes maanden zullen bestaan uit de maatregel van ITB-CRIEM, op door de gecertificeerde instelling te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang die instelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht, en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken; meewerkt aan een ambulante behandeling die de jeugdreclassering nodig acht (zoals FAST en/of PMT of een soortgelijke behandeling vanuit de Waag of een soortgelijke instelling), en zolang als de jeugdreclassering dit nodig acht; op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] (geboren op [1955] ) en [slachtoffer 2] (geboren op [1952] ); op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdache] (geboren op [2007] ) en [medeverdachte] (geboren op [2007] ); - waarbij aan de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - veroordeelt verdachte tot het verrichten van 40 uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 20 dagen jeugddetentie. Beslag - onttrekt aan het verkeer 1 STK mes, goednummer G2936806; Voorlopige hechtenis - heft op het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Schothorst, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. E.J. van Rijssen, kinderrechter, en mr. M.E. Dekker, rechter, in tegenwoordigheid van mr. T.T. van den Dool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 oktober
- Bijlage: de tenlastelegging Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 20 januari 2022 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning een of meer muts(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen deze [slachtoffer 1] en/of deze [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - een voet tussen de deur te zetten en/of, - de deur open te duwen en/of de woning binnen te dringen, en/of - meermalen, althans eenmaal te roepen "dit is een overval", en/of - een mes te tonen, en/of - deze [slachtoffer 1] te duwen naar de woonkamer ten gevolge waarvan deze [slachtoffer 1] ten val is gekomen, en/of - zich los te rukken van de grip van deze [slachtoffer 1] en/of deze [slachtoffer 2] ; (Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 31 maart 2022 genaamd 31Parel22 /MD4R022010 opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 4 oktober
- Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 20 januari 2022, opgesteld door [verbalisant 1] , p. 37-
- Proces-verbaal bevindingen van 14 februari 2022, opgemaakt door [verbalisant 2] , p. 52-
- Proces-verbaal bevindingen van 14 april 2022, opgemaakt door [verbalisant 2] , p.
- Proces-verbaal verhoor van aangever [slachtoffer 2] van 21 januari 2022, opgemaakt door [verbalisant 3] , p. 48-51.