RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-000629-22 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 25 oktober 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1995] in [geboorteplaats] , wonende aan het [adres] , [postcode] in [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 5 juli 2022 en 11 oktober
(2)jaren vast; - als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag; Voorlopige hechtenis - heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis; Benadeelde partij [benadeelde 1] verklaart [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil; Benadeelde partij [benadeelde 2] wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 300,00, bestaande uit € 300,00 aan immateriële schade; verklaart [benadeelde 2] voor wat betreft het meer gevorderde ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; wijst de vordering ten aanzien van de materiële schade van € 275,84 af; veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 300,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 6 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van de immateriële schade van € 300,00 is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [benadeelde 4] verklaart [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil; Benadeelde partij [benadeelde 3] verklaart [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. van Rijssen, voorzitter, mrs. I.G.C. Bij de Vaate en S.D. Groen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A. Barends, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2022. Mr. Bij de Vaate is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de (gewijzigde) tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: feit 1 hij op of omstreeks 1 januari 2022 te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland, openlijk, te weten op [straat] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer perso(o)n(
- en)te weten [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] door een of meerdere ma(a)l(
- en)op/tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, van die [benadeelde 2] te slaan/stompen en/of te trappen/schoppen en/of een of meerdere ma(a)l(
- en)tegen het lichaam van die [benadeelde 3] en/of die [benadeelde 1] te slaan/stampen en/of te duwen en/of zich op die [benadeelde 1] te werpen en/of die [benadeelde 4] en/of die [benadeelde 3] woordelijk te bedreigen door hem/hen de woorden toe te voegen: ‘ik maak je af’ en/of ‘ik maak je dood’ althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking. (art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 1 januari 2022 te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland, [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] heeft mishandeld door een of meerdere ma(a)l(
- en)op/tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, van die [benadeelde 2] te slaan/stompen en/of een of meerdere ma(a)l(
- en)op/tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, van die [benadeelde 3] te slaan/stompen en/of te duwen; (art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht) feit 2 hij op of omstreeks 1 januari 2022 te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen (een) ambtena(a)r(en), [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door zich (telkens) (met kracht) (proberen) los te rukken en/of zijn arm(
- en)en/of lichaam in tegengestelde richting te bewegen dan waarin die opsporingsambtena(a)r(
- en)verdachte trachtte(
- n)te bewegen; (art 180 Wetboek van Strafrecht) feit 3 hij op of omstreeks 1 januari 2022 te Breukelen, althans in Nederland, [benadeelde 2] en/of [benadeelde 4] , beiden [.] van politie Eenheid Midden-Nederland, belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, [medeverdachte 1] als verdachte van overtreding van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en assisteerden, althans vast had(den), deze door die opsporingsambtena(a)r(
- en)ter uitvoering van het bepaalde in artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering ondernomen handeling(
- en)opzettelijk heeft belet en/of belemmerd en/of verijdeld, door - op die opsporingsambten(a)r(
- en)af te rennen (met zijn knie omhoog) en/of - ( vervolgens) die [benadeelde 2] te slaan/stompen tegen haar hoofd; (art 184 lid 1 Wetboek van Strafrecht) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers zijn dit – tenzij anders aangegeven – pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer PL0900-2022000120 van 30 mei 2022, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 242 tot en met 509. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Het proces-verbaal van bevindingen van 2 januari 2022, p. 468-469. Het proces-verbaal van aangifte door aangever/verbalisant [benadeelde 2] van 1 januari 2022, p. 357-358. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde 4] van 1 januari 2022, p. 403. Het proces-verbaal van aangifte door aangever/verbalisant [benadeelde 3] van 1 januari 2022, p. 378. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde 1] van 1 januari 2022, p. 392. Een geschrift, te weten een medische verklaring van 1 januari 2022 omtrent [benadeelde 2] met geboortedatum [1989] , p. 361.