RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16/106202-18 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 25 oktober 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1992] te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 oktober
- De rechtbank heeft kennisgenomen van hetgeen de officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers, en hetgeen mr. Y. Karga, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 1 april 2018 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, heeft geprobeerd in te breken in de woning aan de [adres] . 3GELDIGHEID DAGVAARDING 3.1 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard aangezien de akte van uitreiking niet is ondertekend. De akte van uitreiking bevat immers enkel de getypte naam van de medewerker van het Openbaar Ministerie. Dit kan niet worden aangemerkt als een handtekening. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat de dagvaarding op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. De akte van uitreiking die zich in het dossier bevindt wordt afgesloten met de getypte naam van de medewerker van het Openbaar Ministerie die de akte heeft opgesteld. De rechtbank is met de raadsvrouw van oordeel dat dit niet kan worden aangemerkt als een handtekening. Ook volgt uit het dossier niet dat de akte van uitreiking is ondertekend door middel van een elektronische handtekening. 4BESLISSING De rechtbank: - verklaart de dagvaarding nietig. Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, mrs. H. den Haan en P.L.J. Smit, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober
- Mrs. Smit en Nahumury zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 1 april 2018 te [woonplaats] , gemeente Gooise Meren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om, in of uit een woning (gelegen aan de [adres] ), (een) goed(eren) en/of enig geldbedrag, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel door middel van braak en/of verbreking, opzettelijk met zijn mededader(s), althans alleen, naar die woning is toegegaan, waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s), althans een of meer van hen, met een breekvoorwerp (met kracht) in/tegen/tussen het raam en/of raamkozijn van voornoemde woning heeft/hebben gewrikt en/of geduwd en/of de deur van voornoemde woning heeft/hebben getracht open te breken; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.