RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/2820 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2022 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv) (gemachtigde: R. van den Brink). Inleiding Eiseres is werkzaam geweest als medewerker reparatie voor 25,69 uur per week bij [bedrijf] . Op 1 oktober 2019 heeft eiseres zich ziek gemeld vanwege psychische en lichamelijke klachten. Nadat eiseres twee jaar een ZW-uitkering heeft gekregen vraagt zij per einde wachttijd – in dit geval 28 september 2021 – een uitkering op grond van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wia). Het Uwv heeft de WIA-uitkering geweigerd in het primaire besluit van 29 oktober 2021. Volgens het Uwv is eiseres minder dan 35 % arbeidsongeschikt. Het Uwv heeft zich daarbij gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten. Eiseres is het niet eens met het primaire besluit en heeft bezwaar ingediend. Met het bestreden besluit van 28 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Het primaire besluit blijft in stand en daarmee wordt de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres door het Uwv vastgesteld op 18,03 %. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld omdat zij vindt dat de mate van arbeidsongeschiktheid niet op een juiste manier is vastgesteld. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het Uwv van 1 februari 2022 op 25 oktober 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het Uwv. Ook is de broer van eiseres verschenen die haar op de zitting heeft bijgestaan. Beoordeling door de rechtbank De medische grondslag Bij haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het Uwv een besluit over iemands arbeidsongeschiktheid baseert op een medische beoordeling van een verzekeringsarts. Het Uwv mag uitgaan van het rapport van de verzekeringsarts, maar het rapport moet wel zorgvuldig zijn gemaakt. Het rapport moet ook begrijpelijk zijn en geen tegenstrijdigheden bevatten. Als eiseres het niet eens is met het medische oordeel van de verzekeringsarts van verweerder, heeft zij een rapport of een ander medisch document nodig van een arts om aannemelijk te kunnen maken dat de beoordeling van de verzekeringsarts van verweerder onjuist is. Alleen de door eiseres zelf ervaren klachten is onvoldoende voor het oordeel dat de beoordeling door de verzekeringsartsen onjuist is. Eiser voert aan dat de medische beoordeling van het Uwv niet juist is, omdat haar beperkingen zijn onderschat. Volgens eiseres is zij op meerdere onderdelen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) beperkter dan door de verzekeringsartsen van het Uwv is aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft eiseres gezien op een fysiek spreekuur en heeft eiseres tijdens dat spreekuur medisch onderzocht. Eiseres vindt dat het spreekuurcontact aan de korte kant was en dat het beter was geweest als zij een loop- of fietstest had ondergaan. Het is de specialiteit van een verzekeringsarts om een betrokkene tijdens dat spreekuurcontact te onderzoeken en vast te stellen wat de beperkingen zijn van eiseres. Het is vervolgens aan de verzekeringsarts om te bepalen welke onderzoeken in dat kader nodig zijn. Hoe lang een spreekuurcontact duurt, hoeft niets te zeggen over de zorgvuldigheid van het uitgevoerde medische onderzoek. De rechtbank vindt dat het medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig is geweest. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in bezwaar de FML op twee punten aangepast in vergelijking met de verzekeringsarts. De rechtbank kan de bevindingen en conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep goed volgen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft rekening gehouden met de verminderde mentale flexibiliteit/adaptievermogen en de klachten die eiseres als stress en spanning ervaart bij onverwachte en ongestructureerde situaties. Ook heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep rekening gehouden met de longproblemen, gewichtsklachten en vermoeidheids- en pijnklachten van eiseres. De medische informatie die door eiseres is ingebracht geeft geen reden om te oordelen dat de FML niet in stand kan blijven. De rechtbank moet in deze procedure beoordelen of het Uwv de vaststelling van de medische situatie van eiseres op 28 september 2021 (de datum in geding) voldoende heeft gemotiveerd. De medische informatie die door eiseres is ingebracht ziet op verschillende momenten van ruim voor de datum in geding. Daarnaast blijkt uit de medische informatie van eiseres niet waarom het medische onderzoeksrapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de FML onjuist zijn. Dat betekent dat het Uwv zich mocht baseren op het medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De arbeidskundige grondslag Eiseres vindt dat zij de geselecteerde functies niet kan uitvoeren omdat deze functies ongeschikt zijn gelet op haar beperkingen. De arbeidskundige bezwaar en beroep heeft een aantal functies voor eiseres geselecteerd. Het gaat om de functies van Wikkelaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.