RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/3834 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2022 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. L.A.M. van der Geld), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder (gemachtigde: mr. F.A.M. Delfgaauw). Inleiding Eiseres is werkzaam geweest als financieel administratief medewerker voor 32 uur in de week. De arbeidsovereenkomst met haar ex-werkgever is op 31 januari 2019 beëindigd. Eiseres heeft na beëindiging van de arbeidsovereenkomst een uitkering ontvangen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Vanuit de WW heeft eiseres zich op 6 april 2019 ziek gemeld en van het Uwv een uitkering ontvangen op grond van de Ziektewet. Eiseres heeft vervolgens nadat zij bijna twee jaar een Ziektewetuitkering ontving, een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Naar aanleiding van deze aanvraag heeft het Uwv een einde wachttijd beoordeling uitgevoerd. Bij deze beoordeling heeft het Uwv vastgesteld dat eiseres minder dan 35 % arbeidsongeschikt is. Naar aanleiding hiervan heeft het Uwv in het besluit van 18 februari 2021 (het primaire besluit 1) de Zw-uitkering stopgezet en met het besluit van 19 februari 2021 (het primaire besluit 2) de aanvraag om een WIA-uitkering afgewezen. Tegen beide besluiten heeft eiseres gelijktijdig bezwaar ingediend. In het besluit van 2 september 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2022 op een digitale zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en vergezeld door haar echtgenoot. Het Uwv is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiseres te vergoeden; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 4.119,50,-. Overwegingen Eiseres heeft onder verwijzing naar rechtspraak van de Centrale Raad ven Beroep (de Raad) aangevoerd dat het uitgevoerde medische onderzoek onzorgvuldig is geweest. In de primaire fase is eiseres gehoord op een telefonisch spreekuurcontact door een arts die geen verzekeringsarts is. In de bezwaarfase heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep alleen een dossierstudie verricht. Zonder nadere motivering is deze handelingswijze in strijd met de vaste rechtspraak van de Raad, aldus eiseres. De rechtbank geeft eiseres gelijk. Volgens vaste rechtspraak van de Raad geldt als uitgangspunt dat eiseres tijdens de bezwaarfase tijdens een spreekuurcontact onderzocht moet worden door een geregistreerde verzekeringsarts. Dit uitgangspunt geldt alleen als tijdens de primaire fase geen sprake is van een spreekuurcontact door een geregistreerde verzekeringsarts en eiseres de medische grondslag van het primaire besluit gemotiveerd betwist. In bezwaar kan dan uitsluitend nog afgezien worden van een spreekuurcontact als de verzekeringsarts bezwaar en beroep kan motiveren dat een spreekuurcontact in de bezwaarfase geen toegevoegde waarde heeft.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.