← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:4976

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht Zaaknummer: UTR 22/1705 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres, (beweerlijk gemachtigde: C.W. van Dalen) en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroepschrift dat eiseres heeft ingediend op 8 april

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  3. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-.
  4. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
  5. De rechtbank heeft eiseres op 28 mei 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
  6. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
  7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb).
  8. De rechtbank stelt vast dat eiseres ook geen machtiging en geen kopie van de uitspraak op bezwaar heeft ingediend, terwijl de rechtbank hier wel om heeft gevraagd bij aangetekende brief van 19 juli
  9. Ook om die reden is het beroep niet-ontvankelijk.
  10. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
  11. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 september
  12. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.