vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/546306 / KG ZA 22-506 Vonnis in kort geding van 29 november 2022 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. R. Willemsen te 's-Gravenhage, tegen de stichting STICHTING BO-EX '91, gevestigd te Utrecht, gedaagde, advocaat mr. I.C. den Bieman te Breda. Partijen zullen hierna [eiser] en Bo-Ex genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 20 oktober 2022, met producties 1 t/m 11 de aanvullende producties 12 t/m 16 van [eiser] de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 24 de mondelinge behandeling van 15 november 2022, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt de spreekaantekeningen van [eiser] de spreekaantekeningen van Bo-Ex. 1.2. Op de zitting is meegedeeld dat er op 29 november 2022 vonnis wordt gewezen. 2De feiten 2.1. [eiser] huurt een woning in [plaats] van Bo-Ex. Bo-Ex is een woningcorporatie en bezit ongeveer 9.000 sociale huurwoningen. Bo-Ex heeft, zoals verplicht in de Woningwet, een bestuur en een raad van commissarissen (hierna: RvC). Het aantal leden van de RvC is bij Bo-Ex statutair vastgesteld op vijf. De Woningwet bepaalt dat indien de RvC bestaat uit vijf leden, huurdersorganisaties het recht hebben om een bindende voordracht te doen voor de benoeming van twee huurderscommissarissen in de RvC. 2.2. Begin 2022 ontstonden er twee vacatures binnen de RvC, door het vertrek van twee huurderscommissarissen. Ten tijde van de start van het wervingsproces voor de nieuwe huurderscommissarissen in januari 2022 was ‘Vereniging Stedelijk Overleg Kommissies Bo-Ex ’91’ (hierna: STOK) de huurdersorganisatie van Bo-Ex. Gedurende het wervingsproces werd ‘Huurdersvereniging Bo-Ex’ (hierna: HV BoEx) opgericht. STOK en HV Bo-Ex zijn uitgenodigd om een voordracht te doen. HV Bo-Ex heeft een voordacht voor twee nieuwe huurderscommissarissen gedaan. STOK heeft geen voordracht gedaan. Op basis van de voordracht van HV Bo-Ex zijn per 4 november 2022 twee personen door de RvC van Bo-Ex benoemd als nieuwe leden (huurderscommissarissen) van de RvC. 2.3. Tussen STOK en Bo-Ex is momenteel een bodemprocedure aanhangig. Medio 2020 heeft Bo-Ex de samenwerking met STOK opgezegd. STOK is toen naar de Huurcommissie gestapt en in april 2021 heeft de Huurcommissie uitspraak gedaan. Deze uitspraak houdt in dat STOK als huurdersorganisatie in de zin van de Wet op het overleg huurders verhuurder (hierna: Wohv) moet worden aangemerkt. Bo-Ex is hiertegen opgekomen en heeft een bodemprocedure bij de rechtbank (afdeling kanton) ingesteld. In die procedure is nog geen zitting geweest of uitspraak gedaan. 3De gevraagde voorziening en het verweer 3.1. In dit kort geding vraagt [eiser] schorsing van het besluit van de RvC tot benoeming van de twee door HV Bo-Ex voorgedragen huurderscommissarissen. [eiser] stelt dat HV Bo-Ex niet als huurdersorganisatie kan worden aangemerkt in de zin van de Wohv zodat de voordracht van HV Bo-Ex niet geldig is en RvC niet tot benoeming van de door HV Bo-Ex voorgedragen huurderscommissarissen heeft kunnen overgaan. 3.2. Bo-Ex voert verweer. Bo-Ex stelt allereerst dat [eiser] niet bevoegd is een dergelijke vordering in te stellen bij de rechtbank in kort geding, omdat de Ondernemingskamer over dergelijke vorderingen beslist. Daarnaast stelt Bo-Ex dat [eiser] geen (spoedeisend) belang heeft bij de gevraagde voorziening. Verder kan HV BoEx volgens Bo-Ex wel degelijk worden aangemerkt als huurdersorganisatie in de zin van de Wohv en is het besluit van de RvC tot benoeming van de huurderscommissarissen rechtsgeldig genomen. Tot slot concludeert Bo-Ex dat een belangenafweging in het voordeel van Bo-Ex moet uitvallen. 3.3. Op de stellingen wordt hierna – voor zover relevant – nader ingegaan. 4Wat oordeelt de voorzieningenrechter? Ondernemingskamer bevoegd? 4.1. Bo-Ex verweert zich allereerst met de stelling dat [eiser] niet bevoegd is deze vordering in te stellen bij de rechtbank, omdat het gevorderde feitelijk neerkomt op het ontslaan van commissarissen bij een woningcorporatie. De Ondernemingskamer is exclusief bevoegd om daarover te beslissen. 4.2. Dit verweer treft geen doel. [eiser] vordert namelijk geen ontslag van de commissarissen, maar verzoekt om schorsing van een besluit omdat dat niet rechtsgeldig tot stand is gekomen. De toets van de rechtsgeldigheid van een besluit is niet de exclusieve bevoegdheid van de Ondernemingskamer. Schorsing van een besluit mag in kort geding worden beoordeeld. De voorzieningenrechter is dus bevoegd om kennis te nemen van deze zaak. (Spoedeisend) belang? 4.3. Bo-Ex stelt zich op het standpunt dat [eiser] geen (spoedeisend) belang heeft bij de gevraagde voorziening, omdat de statuten van Bo-Ex individuele huurders geen rechten of bevoegdheden toekent. Daarnaast voert Bo-Ex aan dat het belang van [eiser] erin lijkt te zijn gelegen om uiteindelijk zelf een positie binnen de RvC te verkrijgen. Dit kan echter niet worden bewerkstelligd door de gevraagde voorlopige voorziening. 4.4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiser] een voldoende (spoedeisend) belang heeft. [eiser] is huurder bij Bo-Ex en het gaat hier om een huurdersbelang, namelijk het uitoefenen van invloed door huurders op de benoeming van zogenaamde huurderscommissarissen in de RvC. Met de stelling dat de huurdersbelangen worden geschonden doordat er een ondemocratisch besluit ligt van de RvC dat niet voldoet aan de wettelijke eisen is het (spoedeisend) belang gegeven. Bo-Ex gaat uit van een ander belang van [eiser] namelijk dat [eiser] deze procedure alleen heeft ingesteld om zelf voorgedragen te worden als huurderscommissaris. Dit snijdt geen hout, omdat de gevraagde voorzieningen daar niet op zien en [eiser] dit ter zitting heeft ontkend. Als de voordracht op juiste wijze wordt gedaan, dan legt [eiser] zich daarbij neer. Besluit tot benoeming huurderscommissarissen rechtsgeldig? 4.5. Vast staat dat, als gevolg van het vertrek van twee leden van de RvC, er twee plekken waren opengevallen voor huurderscommissaris binnen de RvC. Binnen Bo-Ex geldt voor die twee zetels een bindende voordracht door huurders van de woningcorporatie. Uit de wet volgt dat eerst de huurdersorganisatie het recht heeft om voordacht te doen. Als er geen huurdersorganisatie is, hebben de bewonerscommissies gezamenlijk het recht tot het doen van een voordracht. Als er geen voordrachten door de huurdersorganisatie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.