RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/4181-V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2022 op het verzet van [opposant] , te [woonplaats] , opposant. Procesverloop Opposant heeft beroep ingediend tegen het besluit van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & Utrecht (de heffingsambtenaar) van 4 augustus
- In de uitspraak van 23 december 2021 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. Overwegingen
- De rechtbank heeft in de uitspraak van 23 december 2021 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant te laat was met het indienen van zijn beroepschrift en er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
- De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 23 december 2021 niet juist was.
- Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 23 december 2021 niet juist, omdat verweerder niet overeenstemming met Europese wetgeving – die van toepassing is op een gehandicapte invalidenkaart – heeft gehandeld en onterecht een naheffingsaanslag van opposant heeft gevorderd. Tevens stelt opposant dat hij geen dingen heeft gedaan die wettelijk niet waren toegestaan. Opposant heeft in overeenstemming met Europese wetgeving die van toepassing is op een gehandicapte invalidenkaart gehandeld.
- De rechtbank is het niet eens met opposant, omdat de stelling van opposant – dat verweerder niet in overeenstemming met Europese wetgeving heeft gehandeld – geen reden vormt waarom opposant zijn beroepschrift te laat heeft ingediend. Aldus mocht de rechtbank in haar uitspraak van 23 december 2021 concluderen dat het beroep van opposant niet-ontvankelijk is, omdat opposant zijn beroepschrift te laat had ingediend.
- Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 23 december 2021 in stand blijft.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 15 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.