RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/652456-18; 99/000230-57 (vord. herroeping VI) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 7 februari 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1961] te [geboorteplaats] (Suriname), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 maart 2021 en 24 januari
(2)jaren vast; - als algemene voorwaarde geldt dat veroordeelde: o zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; Benadeelde partij verklaart Stedin niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil; Vordering herroeping VI - wijst af de vordering met parketnummer 99/000230-57. Dit vonnis is gewezen door mr. N.M. Spelt, voorzitter, mrs. H.A. Brouwer en A. Maas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Dijkstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 februari 2022. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1. Primair hij op of omstreeks 07 mei 2018 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, in een pand aan de [adres] , 414, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, art 11 lid 5 Opiumwet art 3 ahf/ond B Opiumwet art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht Subsidiair [medeverdachte 2] en/of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 7 mei 2018 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden Nederland, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres] ) ongeveer 414 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 7 mei 2018 [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte 2] en/of die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen; art 3 ahf/ond B Opiumwet art 3 ahf/ond C Opiumwet art 11 lid 2 Opiumwet art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 07 mei 2018 te Nieuwegein, althans in het arrondissement Midden Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 45,2 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram, hennep (bestaande uit henneptoppen), zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; art 3 ahf/ond C Opiumwet art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 11 lid 2 Opiumwet 3. hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2018 tot en met 7 mei 2018 te Nieuwegein, althans in het arrondissement Midden Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen stroom onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 8 mei 2018 en 15 mei 2018, genummerd PL0900-2018129576, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 293. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De voor het bewijs gebezigde inhoud is telkens zakelijk weergegeven. Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij/drogerij, pagina 73. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 43. Een proces-verbaal van bevindingen, nummer PL0900-2018128295-87. Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij/drogerij, pagina 74. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 58. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 57. Een proces-verbaal ter terechtzitting van 24 januari 2022. Een proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris, blad 2. Een proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris, blad 4. Een proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris, blad 3. Een proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris, blad 2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris, eerste pagina. Een proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris, tweede pagina.