← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:5095

Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND VERSCHONINGSKAMER Zaaknummer/rekestnummer: 548562 / HA RK 22-248 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningszaken van 5 december 2022 op het verzoek in de zin van artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder Rv) van: mr. A.R. Creutzberg, rechter, (verder te noemen verzoekster). 1De procedure 1.

  1. De verschoningskamer heeft op 28 november 2022 het verzoek tot verschoning ontvangen. Dit verzoek is ingediend in de zaak met het zaaknummer 9893428 UC EXPL 22-3474 met mevrouw [A] en [bedrijf 1] B.V. als eiseressen en [bedrijf 2] B.V. als gedaagde (hierna: de hoofdzaak). De gemachtigde van mevrouw [A] is mr. J.P. Sanchez Montoto. Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. 1.
  2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2Het verschoningsverzoek 2.
  3. Verzoekster heeft het volgende ten grondslag gelegd aan haar verschoningsverzoek. Op 22 november 2022 heeft de gemachtigde van mevrouw [A] de rechtbank bericht dat hij niet op zitting zal verschijnen en dat op verzoek van mevrouw [A] haar financieel adviseur mr. [B] aanwezig zal zijn. Namens gedaagde is door mr. Agterberg hiertegen bezwaar gemaakt, met verwijzing naar een beslissing van 23 april 2021 waarbij het Hof van Discipline mr. [B] van het tableau heeft geschrapt. Uit de e-mails van zondag 27 november 2022 is duidelijk geworden dat mr. [B] ook als de gemachtigde van mevrouw [A] ter zitting zou optreden. Verzoekster heeft dit kort voorafgaand aan de zitting, die op 28 november 2022 om 10:30 uur zou plaatsvinden, geconstateerd. Verzoekster dient te beslissen op het bezwaar van gedaagde, maar vindt het niet zuiver als zij daarop beslist en doet het verzoek zich te verschonen. Verzoekster is namelijk als tuchtrechter in de Raad van Discipline betrokken geweest bij een latere beslissing van 30 mei 2022 ten aanzien van mr. [B] over feiten van voor de schrapping van het tableau. 3De beoordeling 3.
  4. Artikel 40 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen een verzoek tot verschoning in kan dienen op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.
  5. Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is. 3.
  6. Van de schijn van partijdigheid kan, geheel los van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in dat specifieke geval aan onpartijdigheid ontbreekt. In dat geval dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden. Rechtzoekenden moeten namelijk vertrouwen kunnen stellen in het rechterlijk apparaat. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid. 3.
  7. Uit het verzoek van verzoekster blijkt dat er sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak op treden dan wel te beslissen. Verzoekster heeft namelijk als tuchtrechter in de Raad van Discipline in het hofressort Arnhem-Leeuwarden op 30 mei 2022 een beslissing genomen ten aanzien van mr. [B] , terwijl in de hoofdzaak discussie is ontstaan over de rol die mr. [B] in die zaak kan spelen, gelet op diens schrapping van het tableau. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning. Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid zal ontbreken. Het verzoek zal daarom gegrond worden verklaard. 4De beslissing De verschoningskamer: 4.
  8. verklaart het verzoek tot verschoning gegrond; 4.
  9. draagt de griffier van de verschoningskamer op deze beslissing te sturen aan verzoekster, de betrokken partijen in de hoofdzaak, alsmede aan de teamvoorzitter van verzoekster en de president van deze rechtbank. Deze beslissing is gegeven door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, en mr. A. van Dijk en mr. C.S.K. Fung Fen Chung als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door mr. J.J. Terpstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 december
  10. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.