RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/2158 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2022 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. E.F. van der Goot), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montfoort, verweerder (gemachtigde: mr. M. de Vries, mr. S. Pistora en S. Esteie). Inleiding Bij brief van 5 juli 2021 heeft verweerder eiser als bewoner geïnformeerd over de verplaatsing van de verzamelcontainers van [locatie] naar de [locatie] . Op 20 juli 2021 heeft verweerder eiser medegedeeld dat de verplaatsing van de verzamelcontainers zal worden uitgesteld. Bij besluit van 16 december 2021 heeft verweerder eiser geïnformeerd dat de verplaatsing van de verzamelcontainers geen doorgang zal vinden. Verweerder heeft op 7 april 2022 het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 29 augustus 2021 heeft verweerder het besluit van 7 april 2022 ingetrokken en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 13 oktober 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde via een Teams-beeldverbinding. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of zij bevoegd is tot kennisneming van het aan haar voorgelegde geschil. Ingevolge artikel 8:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het beroep worden ingesteld bij de rechtbank, tenzij een andere bestuursrechter bevoegd is ingevolge hoofdstuk 2 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, dan wel ingevolge een ander wettelijk voorschrift. Het besluit ziet op plaatsing van verzamelcontainers op grond van de Wet Milieubeheer. Ingevolge artikel 2 van hoofdstuk 2 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, opgenomen in bijlage 2 bij de Awb, is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in eerste en enige aanleg bevoegd te oordelen over een beroep tegen een besluit dat betrekking heeft op het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen op grond van de Wet Milieubeheer. De wetgever heeft daarmee de bevoegdheid van de rechtbank om in eerste aanleg over deze aangelegenheden te oordelen uitdrukkelijk uitgesloten. De rechtbank is dan ook niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.