RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/2144 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2022 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (het college), verweerder (gemachtigde: mr. L.A. Sluiter). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [vestigingsplaats] (gemachtigde: mr. A. Kamphuis). Inleiding Op 25 maart 2022 heeft het collegeop grond van de Wegenwet beslist dat het gedeelte van de [locatie 1] tussen de [locatie 2] en de [locatie 3] aan het openbaar verkeer wordt onttrokken (het bestreden besluit). Op 4 oktober 2022 heeft het college het bestreden besluit gewijzigd, waarbij de inwerkingtreding van het besluit niet meer afhankelijk is gesteld van het samenhangende bestemmingsplan. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit, dat van rechtswege ook betrekking heeft op de wijziging daarvan. Eerder had eiser al een zienswijze ingediend tegen het ontwerp van het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 21 december 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van het college. [derde-partij] heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] , bijgestaan door A. Kamphuis. Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Beoordeling door de rechtbank Eiser heeft beroep ingesteld mede namens andere wijkbewoners. Op de zitting is door eiser erkend dat de gegevens van deze personen buiten de beroepstermijn en dus te laat zijn ingediend en dat hij geen oordeel van de rechtbank meer wenst over de ontvankelijkheid van deze personen. Dat betekent dat de rechtbank in deze procedure alleen het beroep van eiser beoordeelt. Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijk beoordeling van de beroepsgronden van eiser, moet de rechtbank beoordelen of het beroep van eiser ontvankelijk is. In dat kader is van belang of eiser belanghebbende is. Uit de rechtspraak volgt dat bij een beroep tegen een besluit dat op grond van de Wegenwet is genomen niet zonder meer de uitzondering van omgevingsrechtelijke zaken geldt, dat indieners van zienswijzen hoe dan ook ontvankelijk zijn. De rechtbank neemt zo’n uitzondering in deze zaak ook niet aan.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.