RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummers: 16/118183-22; 16/131984-21 (gev. ttz) en 16/083961-22 (gev. ttz) (P) 16/245524-18 (TUL) en 96/192985-21 (TUL) Vonnis van de meervoudige kamer van 23 december 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1988] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 24 augustus 2022, 11 november 2022 en 9 december
(38v)Naar het oordeel van de rechtbank is er gegronde vrees dat verdachte zich opnieuw strafbaar kan gedragen jegens de slachtoffers. Verdachte heeft sinds zijn vrijlating op 11 november 2022 geen (belastend) contact gezocht met de slachtoffers. De reeks van strafbare feiten, zijn houding ter zitting en het meest recente reclasseringsrapport geven echter wel aanleiding te vrezen dat verdachte -als hij door omstandigheden getriggerd wordt- opnieuw strafbare feiten zal plegen. Om die reden zal de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Wetboek van Strafrecht, in de vorm van contactverboden met de slachtoffers ( [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 1] ), opleggen voor de duur van twee jaren. Hierbij wordt bepaald dat per overtreding ten hoogste zeven dagen vervangende hechtenis zal worden toegepast met een maximum van zes maanden. De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, geen aanleiding het contactverbod van toepassing te laten zijn op het slachtoffer [slachtoffer 3] . Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 16 mei 2022 blijkt dat [slachtoffer 3] heeft aangegeven het niet te begrijpen dat door de rechter-commissaris aan verdachte een contactverbod was opgelegd ten aanzien van haar. Een contactverbod zou niet wenselijk zijn en ze wilde dat het contactverbod werd opgeheven. Dadelijke uitvoerbaarheid Verdachte heeft een groot aantal strafbare feiten gepleegd over een lange periode. Daarnaast is er bij verdachte sprake van psychische problematiek en is ter terechtzitting gebleken dat verdachte nog steeds ernstige wrok koestert tegen (medewerkers van) de [benadeelde 1] . Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens de slachtoffers en zal rechtbank de maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren. 9BESLAG Blijkens een ‘Lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met strafrechtelijke beslagtitel’ van 8 december 2022 is beslag gelegd op 1 tuinslang, lengte: 6,5 meter, zwart, nummer G
- 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen tuinslang te onttrekken aan het verkeer. 9.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen voor wat betreft een te nemen beslissing ten aanzien van het in beslag genomen voorwerp. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Verbeurdverklaring De rechtbank zal de in beslag genomen tuinslang verbeurd verklaren. Met behulp van dit voorwerp is het onder 2 bewezen verklaarde feit begaan. 10BENADEELDE PARTIJEN 10.1.1 Ontvankelijkheid benadeelde partijen in verband met bewind Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht alle benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in de vorderingen en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verdachte staat onder bewind en de bewindvoerder is niet ter terechtzitting opgeroepen. Daarnaast heeft de bewindvoerder de verdediging niet gemachtigd tot het voeren van verweer tegen de vorderingen van de benadeelde partijen. Oproeping van de bewindvoerder in het geding vormt in dit stadium van de procedure een onevenredige belasting van het strafproces. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting geen standpunt ingenomen ten aanzien van het verweer van de raadsvrouw. Het oordeel van de rechtbank Het verweer van de raadsvrouw berust in de kern op de opvatting dat, ingeval de goederen van een verdachte onder bewind zijn gesteld, niet verdachte maar de bewindvoerder in rechte moet worden betrokken in de procedure betreffende de vordering van de benadeelde partijen, omdat verdachte ingevolge artikel 1:441 lid 1 BW met betrekking tot zijn vermogen niet als verwerende partij in rechte kan optreden. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 2 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:139) geoordeeld dat deze opvatting geen steun vindt in het recht omdat uit de bewoordingen van artikel 51f lid 4 Wetboek van Strafvordering en uit de wetsgeschiedenis volgt dat de bepalingen van bijstand of vertegenwoordiging, nodig in burgerlijke zaken, in het strafgeding niet van toepassing zijn op de verdachte. 10.1.2 Moment voegen benadeelde partijen De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verzoeken tot schadevergoeding op een te laat moment zijn ingediend door de advocaat van de benadeelde partijen. De advocaat heeft zich reeds in juni 2022 gesteld als advocaat van de [benadeelde 1] en de verzoeken tot schadevergoeding pas de avond voor de terechtzitting per e-mail toegezonden. Alleen al om die reden moeten de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard, aldus de raadsvrouw. De rechtbank overweegt dat, nu uit artikel 51g lid 3 Wetboek van Strafvordering blijkt dat de voeging ook kan plaatsvinden ter terechtzitting, uiterlijk tot de officier van justitie begint met zijn requisitoir, de benadeelde partijen zich tijdig hebben gevoegd. 10.2.1 Benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 2) De vordering [benadeelde 1] , bijgestaan door advocaat mr. P.T. Pel, heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.124,- aan materiële schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit. De gestelde materiële schade van € 5.124,- is opgebouwd uit de volgende posten: € 250,- aan kosten betreffende het eigen risico voor de toegebrachte schade in de winkelruimte van [benadeelde 2] ; € 4.074,- (exclusief BTW) aan kosten voor de installatie, aanmelding en huur van de camerabeveiliging van de winkelruimte; € 800,- aan interne kosten inzake het traject van herstel van de winkelruimte. De benadeelde partij heeft verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan c.q. 16 mei 2022 en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij met betrekking tot de materiële schade niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen (subsidiair) standpunt ingenomen ten aanzien van het verzoek tot schadevergoeding. Het oordeel van de rechtbank Ten aanzien van de gestelde materiële schade(bedragen) overweegt de rechtbank het volgende. Eigen risico De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het verzoek tot schadevergoeding niet duidelijk naar voren komt wie het bedrag aan eigen risico heeft voldaan en welke partij daadwerkelijk schade heeft geleden. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Ter onderbouwing van voornoemde schadepost is aan het verzoek tot schadevergoeding een factuur toegevoegd op naam van [benadeelde 2] . Uit deze factuur blijkt dat aan [benadeelde 2] een bedrag van € 250,- aan eigen risico in rekening is gebracht. Nu uit het door de advocaat van de benadeelde partij ter terechtzitting overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat [benadeelde 2] een handelsnaam is van de benadeelde partij [benadeelde 1] B.V., blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat de benadeelde partij voornoemde schade heeft geleden. De schade voor zover die betrekking heeft op voornoemde kosten komt voor vergoeding in aanmerking. Deze schade is veroorzaakt door het handelen van verdachte. De benadeelde partij heeft de hoogte van deze schadebedragen voldoende onderbouwd en de verdediging heeft deze schade niet weersproken. Interne kosten hersteltraject De schade voor zover die betrekking heeft op de interne kosten die gemaakt zijn in verband met het traject van herstel van de winkelruimte komt voor vergoeding in aanmerking. Deze schade is veroorzaakt door het bewezen verklaarde feit. De hoogte van dit schadebedrag is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij, het betreffen redelijke kosten en de verdediging heeft deze schade niet weersproken. Camerabeveiliging Ten aanzien van de vordering met betrekking tot kosten voor de installatie, aanmelding en huur van de camerabeveiliging van de winkelruimte overweegt de rechtbank dat uit de aan het verzoek tot schadevergoeding toegevoegde factuur blijkt dat de beveiligingscamera’s geplaatst zijn op 12 mei
- Het bewezenverklaarde is gepleegd tussen 14 mei 2022 en 16 mei 2022 en de beveiligingscamera’s lijken derhalve te zijn geplaatst vóór het bewezen verklaarde feit. Het voorgaande levert naar het oordeel van de rechtbank te veel onduidelijkheid op over de wijze waarop voornoemde schade is veroorzaakt door het bewezen verklaarde feit. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van deze schadepost dan ook afwijzen. De door de benadeelde partij gevorderde bedragen van € 250,- (kosten eigen risico) en € 800,- (kosten hersteltraject) zullen worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 december 2022 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij heeft wettelijke rente gevorderd vanaf het ontstaan van de schade c.q. vanaf de einddatum van de ten laste gelegde periode. Zij heeft echter nagelaten van de verschillende schadeposten te stellen en te onderbouwen wanneer de betreffende schade is ontstaan. Die datum is immers niet voor al die posten gelijk aan de pleegdatum. De rechtbank heeft daarom als ingangsdatum van de wettelijke rente de datum van voeging, te weten 8 december 2022, gehanteerd. Schadevergoedingsmaatregel Omdat de benadeelde partij een rechtspersoon is, zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. 10.2.2 Benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 8) De vordering [slachtoffer 1] , bijgestaan door advocaat mr. P.T. Pel, heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 600,- aan immateriële schade ten gevolge van het aan verdachte onder 8 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij heeft verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan, en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie verzoekt het gevorderde bedrag aan immateriële schade toe te wijzen tot een bedrag van € 300,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Indien door verdachte niet wordt betaald, dient de betalingsverplichting te worden aangevuld met 3 dagen gijzeling. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen (subsidiair) standpunt ingenomen ten aanzien van het verzoek tot schadevergoeding. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden ten gevolge van het onder 8 bewezen verklaarde feit. Er is sprake van een causaal verband tussen de bewezen verklaarde gedragingen van verdachte en de gestelde immateriële schade. De benadeelde partij heeft voldoende onderbouwd dat zij in haar persoon is aangetast door gedragingen van verdachte. De ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, brengen wel mee dat de rechtbank van oordeel is dat de immateriële schade naar billijkheid vastgesteld dient te worden op een lager bedrag dan gevorderd, namelijk op € 500,-. De vordering zal tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 februari 2021 tot de dag van volledige betaling. De rechtbank wijst de vordering voor het meerdere af. Schadevergoedingsmaatregel Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 februari 2021 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. 10.2.3 Benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 9) De vordering [benadeelde 1] , bijgestaan door advocaat mr. P.T. Pel, heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 45.703,48 aan materiële schade ten gevolge van het aan verdachte onder 9 ten laste gelegde feit. De gestelde materiële schade van € 45.935,20 is opgebouwd uit de volgende posten: € 41.400,- (exclusief BTW) aan kosten betreffende herstel van de toegebrachte schade in de woning (materiaal en arbeid); € 1.103,48 (exclusief BTW) aan kosten voor ontruiming van de woonruimte en verhuizing van de inboedel van verdachte; € 3.200,- (exclusief BTW) aan interne kosten inzake het traject van herstel van de woonruimte. De benadeelde partij heeft verzocht voornoemd bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan c.q. 28 maart 2021, en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering ten aanzien van de kosten voor de ontruiming (€ 1.103,48) dient te worden toegewezen te vermeerderen met de wettelijke rente. Met betrekking tot de herstelkosten (€ 41.400,-) en de kosten inzake het hersteltraject (€ 3.200,-) dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de vordering ten aanzien van de materiële schade niet betwist. Het oordeel van de rechtbank Ten aanzien van de gestelde materiële schade(bedragen) overweegt de rechtbank het volgende. Herstel schade woning, kosten ontruiming en verhuizing en hersteltraject De officier van justitie heeft gesteld dat de benadeelde partij ten aanzien van de vordering inzake de kosten van het herstel van de schade in de woning niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het onduidelijk is wie er schade heeft geleden door het strafbare feit. Uit de aangifte blijkt dat de woning door [benadeelde 1] gehuurd werd van woningbouwvereniging Mercatus en de aan het verzoek tot schadevergoeding toegevoegde factuur is gericht aan Huis van Verhuur B.V. De rechtbank is van oordeel dat, nu [benadeelde 1] de huurder is van de betreffende woning en een huurder van een woning de verantwoordelijkheid draagt voor het opleveren van een woning in de staat zoals de woning was aan het begin van de huurperiode, voldoende vast is komen te staan dat [benadeelde 1] de schade aangaande de herstelkosten van de woning heeft geleden. Ter zitting heeft de benadeelde partij immers toegelicht dat Huis van Verhuur B.V. de vennootschap is die het vastgoed beheert in opdracht van [benadeelde 1] B.V., maar dat de schade gedragen wordt door [benadeelde 1] B.V. De schade voor zover die betrekking heeft op de kosten voor het herstel van de schade aan de woning, alsmede de kosten voor de ontruiming en verhuizing en het hersteltraject, komen voor vergoeding in aanmerking. Deze schade is veroorzaakt door het handelen van verdachte. De benadeelde partij heeft de hoogte van deze schadebedragen voldoende onderbouwd en de verdediging heeft deze schade niet weersproken. De door de benadeelde partij gevorderde bedragen van € 41.400,- (kosten betreffende het herstel van de schade in de woning), € 1.103,48 (kosten voor ontruiming van de woonruimte en verhuizing van de inboedel van verdachte) en € 3.200,- (interne kosten inzake het traject van herstel van de woonruimte) zullen worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 december 2022 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij heeft wettelijke rente gevorderd vanaf het ontstaan van de schade c.q. vanaf de einddatum van de ten laste gelegde periode. Zij heeft echter nagelaten van de verschillende schadeposten te stellen en te onderbouwen wanneer de betreffende schade is ontstaan. Die datum is immers niet voor al die posten gelijk aan de pleegdatum. De rechtbank heeft daarom als ingangsdatum van de wettelijke rente de datum van voeging, te weten 8 december 2022, gehanteerd. Schadevergoedingsmaatregel Omdat de benadeelde partij een rechtspersoon is, zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. 10.2.4 Benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 10) De vordering [slachtoffer 2] , bijgestaan door advocaat mr. P.T. Pel, heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.051,25,-. Dit bedrag bestaat uit € 1.451,25 (exclusief BTW) aan materiële schade en € 600,- aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 10 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij heeft verzocht voornoemd bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan, en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering ten aanzien van de materiële schade. De officier van justitie heeft verzocht het gevorderde bedrag aan immateriële schade toe te wijzen tot een bedrag van € 300,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Indien door verdachte niet wordt betaald, dient de betalingsverplichting te worden aangevuld met drie dagen gijzeling. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de vordering ten aanzien van de materiële en immateriële schade niet betwist. Het oordeel van de rechtbank Materiële schade Ten aanzien van de vordering met betrekking tot kosten voor de installatie van beveiligingscamera’s bij de kapsalon van de echtgenoot van de benadeelde partij overweegt de rechtbank het volgende. Het verzoek tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] bevat ter onderbouwing van de materiële schade een factuur waaruit blijkt dat de beveiligingscamera’s geïnstalleerd zijn op 12 mei
- Nu uit het procesdossier blijkt dat verdachte op 12 mei 2022 in de zaak met parketnummer 16/118183-22 in verzekering is gesteld en derhalve van zijn vrijheid was beroofd ten tijde van het installeren van de beveiligingscamera’s, bestaat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende rechtstreeks verband tussen de schade en het handelen van verdachte. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van deze schadepost dan ook afwijzen. Immateriële schade De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden ten gevolge van het onder 10 bewezen verklaarde feit. Er is sprake van een causaal verband tussen de bewezen verklaarde gedragingen van verdachte en de gestelde immateriële schade. De benadeelde partij heeft voldoende onderbouwd dat zij in haar persoon is aangetast door gedragingen van verdachte. De ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, brengen wel mee dat de rechtbank van oordeel is dat de immateriële schade naar billijkheid vastgesteld dient te worden op een lager bedrag dan gevorderd, namelijk op € 500,-. De vordering zal tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 februari 2022 tot de dag van volledige betaling. De rechtbank wijst de vordering voor het meerdere af. Schadevergoedingsmaatregel Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 februari 202 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. 10.2.5 Benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 11) De vordering [benadeelde 1] , bijgestaan door advocaat mr. P.T. Pel, heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 4.668,- aan materiële schade ten gevolge van het aan verdachte onder 11 ten laste gelegde feit. De gestelde materiële schade van € 4.668,- is opgebouwd uit de volgende posten: € 194,- (exclusief BTW) aan kosten ten aanzien van schade aan het PC-scherm; € 4.074,- (exclusief BTW) aan kosten voor de installatie, aanmelding en huur van de camerabeveiliging van de kantoorruimte; € 400,- (exclusief BTW) aan interne kosten inzake het traject van herstel van de kantoorruimte. De benadeelde partij heeft verzocht voornoemd bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan, en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering ten aanzien van het PC-scherm dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 135,80 te vermeerderen met de wettelijke rente. Met betrekking tot de camerabeveiliging (€ 4.074,-) en de kosten inzake het hersteltraject (€ 400,-) dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de vordering ten aanzien van de materiële schade niet betwist. Het oordeel van de rechtbank Ten aanzien van de gestelde materiële schade(bedragen) overweegt de rechtbank het volgende. Kosten schade PC-scherm De schade voor zover die betrekking heeft op voornoemde kosten komt voor vergoeding in aanmerking. Deze schade is veroorzaakt door het handelen van verdachte. De benadeelde partij heeft de hoogte van het schadebedrag voldoende onderbouwd en de verdediging heeft deze schade niet weersproken. De rechtbank stelt de schade vast op een bedrag van € 135,80, waarbij rekening wordt gehouden met een afschrijving van 30 procent. Gelet op de toegepaste afschrijving zal de vordering voor het overige worden afgewezen. Camerabeveiliging Ten aanzien van de vordering met betrekking tot kosten voor de installatie, aanmelding en huur van de camerabeveiliging van de kantoorruimte overweegt de rechtbank het volgende. Het bewezen verklaarde feit is gepleegd op 2 februari
- Uit de aan het verzoek tot schadevergoeding toegevoegde producties blijkt dat de beveiligingscamera’s ruim drie maanden later geplaatst zijn, te weten op 13 mei 2022, en dat de huur van de beveiligingscamera’s doorloopt in de periode dat verdachte zich in voorlopige hechtenis heeft bevonden. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de benadeelde partij geen aanleiding heeft gezien direct na het bewezenverklaarde de kantoorruimte te beveiligen door middel van het plaatsen van camera’s. Bovendien ontbrak naar het oordeel van de rechtbank de noodzaak van camerabeveiliging gedurende de maanden dat verdachte zich in voorarrest bevond. De rechtbank concludeert dan ook dat er onvoldoende rechtstreeks verband bestaat tussen het bewezen verklaarde handelen van verdachte en de schade en zal de vordering van deze schadepost dan ook afwijzen. Kosten hersteltraject De schade voor zover die betrekking heeft op de interne kosten die gemaakt zijn in verband met het traject van herstel van de kantoorruimte komt voor vergoeding in aanmerking. Deze schade is veroorzaakt door het bewezen verklaarde feit. De hoogte van dit schadebedrag is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij, het betreft redelijke kosten en de verdediging heeft deze schade niet weersproken. De door de benadeelde partij gevorderde bedragen van € 135,80 (kosten ten aanzien van schade aan het PC-scherm) en € 400,- (kosten inzake het traject van herstel van de kantoorruimte) zullen worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 december 2022 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij heeft wettelijke rente gevorderd vanaf het ontstaan van de schade c.q. vanaf de einddatum van de ten laste gelegde periode. Zij heeft echter nagelaten van de verschillende schadeposten te stellen en te onderbouwen wanneer de betreffende schade is ontstaan. Die datum is immers niet voor al die posten gelijk aan de pleegdatum. De rechtbank heeft daarom als ingangsdatum van de wettelijke rente de datum van voeging, te weten 8 december 2022, gehanteerd. Schadevergoedingsmaatregel Omdat de benadeelde partij een rechtspersoon is, zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. 10.3 Proceskosten van alle benadeelde partijen De vorderingen Advocaat mr. P.T. Pel heeft namens drie verschillende benadeelde partijen in totaal vijf verzoeken tot schadevergoeding ingediend. In ieder verzoek tot schadevergoeding zijn proceskosten aangaande juridisch advies en rechtsbijstand, gemaakt door de desbetreffende benadeelde partij, opgevoerd en verzocht verdachte te veroordelen in die proceskosten. De verschillende verzoeken tot schadevergoeding van de benadeelde partijen bevatten de volgende vorderingen aangaande de vergoedingen van de proceskosten: € 1.995,- (exclusief BTW) door [benadeelde 1] (feit 2); € 2.286,90 (inclusief BTW) door [slachtoffer 1] (feit 8); € 3.360,- (exclusief BTW) door [benadeelde 1] (feit 9); € 2.286,90 (inclusief BTW) door [slachtoffer 2] (feit 10); € 1.785,- (exclusief BTW) door [benadeelde 1] (feit 11). De standpunten van de officier van justitie en de verdediging De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de gevorderde proceskosten op het standpunt gesteld dat de in alle verzoeken tot schadevergoeding opgevoerde kosten voor rechtsbijstand en reistijd eenmalig kunnen worden toegewezen en dat voor wat betreft de overige opgevoerde kosten aansluiting kan worden gezocht bij het liquidatietarief. De officier van justitie heeft verzocht het overige af te wijzen. De verdediging heeft de vorderingen aangaande de proceskosten niet betwist. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat de proceskosten van de benadeelde partijen worden vastgesteld overeenkomstig het toepasselijke liquidatietarief en ziet in deze zaken geen aanleiding om hiervan af te wijken. De benadeelde partijen hebben onvoldoende onderbouwd waarom in deze zaak, in afwijking van een gebruikelijke begroting van de proceskosten, de werkelijk gemaakte proceskosten moeten worden vergoed. De rechtbank hanteert om die reden het liquidatietarief in civiele zaken. In alle onderhavige verzoeken tot schadevergoeding worden de gevorderde proceskosten in rekening gebracht bij benadeelde partij [benadeelde 1] en voor het vaststellen van de proceskosten zal de rechtbank dan ook de verschillende vorderingen bij elkaar optellen. De rechtbank kent drie punten toe (twee punten voor het opstellen van de in totaal vijf verzoeken tot schadevergoeding en één punt voor de terechtzitting), zodat de kosten worden begroot op € 3.342,-. Verdachte zal in de zaak met parketnummer 16/131984-21 worden veroordeeld in voornoemde kosten die de benadeelde partij [benadeelde 1] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de overige benadeelde partijen, [benadeelde 1] (parketnummer 16/118183-22, feit 2 en parketnummer 16/083961-22, feit 11), [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. 11VORDERINGEN TENUITVOERLEGGING 11.1.1 De vordering van de officier van justitie (parketnummer 16/245524-18) Bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 4 maart 2019 (parketnummer 16/245524-18) is aan verdachte een geldboete ter hoogte van € 300,- voorwaardelijk opgelegd, waarbij als voorwaarde is gesteld dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De officier van justitie heeft bij vordering van 28 juli 2022 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf. De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd om de vordering af te wijzen, omdat de proeftijd al lange tijd is verstreken. 11.1.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich verzet tegen toewijzing van de vordering en gevraagd de vordering af te wijzen en sluit zich aan bij de motivering van de officier van justitie. 11..1.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het plegen van een nieuwe strafbare feiten, zoals bewezen verklaard in dit vonnis. Desondanks zal de vordering van de officier van justitie worden afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat zij het, gelet op de omstandigheid dat de proeftijd reeds geruime tijd is verstreken en gelet op de financiële omstandigheden van verdachte, niet opportuun acht de bij voornoemd vonnis van de politierechter voorwaardelijk opgelegde geldboete ten uitvoer te laten leggen. 11.1.1 De vordering van de officier van justitie (parketnummer 96/192985-21) Bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 22 maart 2022 (parketnummer 96/192985-21) is aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van één week voorwaardelijk opgelegd, waarbij als voorwaarde is gesteld dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De officier van justitie heeft bij vordering van 28 juli 2022 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf. De officier van justitie heeft op de terechtzitting gevorderd om de proeftijd van voornoemde voorwaardelijke straf te verlengen met één jaar. 11.1.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft conform de motivering van de officier van justitie gevraagd de proeftijd te verlengen met één jaar. 11..1.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat verdachte door hetgeen nu bewezen en strafbaar is verklaard zich voor het einde van de vastgestelde proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten en aldus de algemene voorwaarde heeft overtreden. Hoewel de verdachte verantwoordelijk is voor het opnieuw plegen van strafbare feiten, acht de rechtbank tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet opportuun. Wel zal de rechtbank, als stok achter de deur, de proeftijd verlengen met één jaar. 12TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 38v, 38w, 57, 63, 184a, 266, 285, 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 13BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder 1 tot en met 11 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het onder 1 tot en met 11 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder 1 tot en met 11 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf en maatregel - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 210 dagen; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 28 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast; - als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 (twee) jaren; - beveelt dat verdachte zich onthoudt van contact met: [slachtoffer 4] (geboren op [1974] te [geboorteplaats] ); [slachtoffer 5] (geboren op [1977] te [geboorteplaats] ); [slachtoffer 2] (geboren op [1974] te [geboorteplaats] ); [slachtoffer 6] (geboren op [1966] te [geboorteplaats] ); [slachtoffer 7] (geboren op [1980] te [geboorteplaats] (Duitsland)); [slachtoffer 1] (geboren op [1973] te [geboorteplaats] ); - beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is; - beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 7 (zeven) dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een totale duur van ten hoogste zes maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op; Benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 2) wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 1.050,- (vergoeding voor materiële schade); veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 december 2022 tot de dag van volledige betaling; wijst de vordering van [benadeelde 1] voor wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; Benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 8) wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 500,- (vergoeding voor immateriële schade); veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2021 tot de dag van volledige betaling; wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde af; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 500,-te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; Benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 9) wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 45.703,48 (vergoeding voor materiële schade); veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 december 2022 tot de dag van volledige betaling; veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 3.342,-; Benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 10) wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 500,- (vergoeding voor immateriële schade); veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2022 tot de dag van volledige betaling; wijst de vordering van [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde af; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; Benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 11) wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 535,80 (vergoeding voor materiële schade); veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 december 2022 tot de dag van volledige betaling; wijst de vordering van [benadeelde 1] voor wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; Beslag - verklaart verbeurd het op de ‘Lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met strafrechtelijke beslagtitel’ van 8 december 2022 vermelde voorwerp, te weten 1 tuinslang, lengte: 6,5 meter, zwart, nummer G2990986; Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/245524-18 - wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging; Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 96/192985-21 - verlengt de bij vonnis van 22 maart 2022 door de politierechter in deze rechtbank aan de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf verbonden proeftijd met één jaar. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, mr. R.P.P. Hoekstra en mr. N. van Esch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.B. Postma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 december
- De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 16/118183-22 1hij op of omstreeks 11 mei 2022 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "Ik vermoord je. Als ik je tegen kom, sla ik je met je hoofd tegen de stoep", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 2hij in of omstreeks de periode van 14 mei 2022 tot en met 16 mei 2022 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder opzettelijk en wederrechtelijk de keldervloer en/of een bouwdroger en/of de stroomvoorziening, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 3hij in of omstreeks 9 mei 2022 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk het slot (van het pand gelegen aan [adres] te [plaats] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 4hij op of omstreeks 8 mei 2022 te te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 5 april 2022 gegeven door de officier van justitie N. Schapendonk in het arrondissement Midden-Nederland, kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, op geen enkele wijze contact mag opnemen (zowel direct als indirect) met de volgende persoon/personen en familieleden van:- [slachtoffer 4]- [slachtoffer 5]- [slachtoffer 2] ; 5hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2022 tot en met 5 april 2022 te Zwolle, althans in Nederland, [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 6] dreigend de woorden toe te voegen "Jij mag kiezen wat je eigen personeel te wachten gaat staan" en/of "Trijter mij niet want jou nacht mery gaat nog komen" en/of "laffe kanker hond. Dat ben jij. Ik maat laffe kanker honden kapot" en/of "Ik ga stenen op mensen gooien die mij vernederd" en/of "Ik Iaat je pand onderwater lopen" en/of "Ik verkracht je hele organisatie" en/of "Vrijdag woon Ik op mijn oude locatie of je bent een lopende dode kanker Mongool" en/of "Tot nu toe heb ik je dingen laten inzien binnen kort zijn je jou kansen weg" en/of "ik maak je hele organisatie naar de kanker als je me hiermee zo te kakken zet overal, dan kan je echt een stoeptegel op je kankerbek verwachten" en/of "Ik maak je echt kapot" en/of "Je hebt een groot kanker probleem als je niks doet" en/of "Ik pak jou leven af vieze Gore kanker hond" en/of "Dat kost jou kanker veel als je niet mee werkt" en/of "Ik sloop hele kanker porem als je mijn huis in [woonplaats] niet terug geeft" en/of "Doe lekker aangifte vieze gorre kanker verkrachter laat mij nog 1 keer voor komen en Ik maak je echt kapot" en/of "Voor elke dag dat ik heb staan kramperen Wil een schadevergoeding je regeld het maar of loop je met zelfmoord gedachten??" en/of "Ik vind jou een zwakzinnige kanker hond als jij mensen betaald om mij te verkrachten. Ik verkracht je hele kanker gezin?" en/of "Jij gaat mijn huis terug geven of ik ga je kapot maken. Vreze kankerhond" en/of "Ik neem jou iets af' en/of "Maak mij niet woest we zijn bijna bij de muur en dan moet je rennen?" en/of "Lijkt me een zaak voor mannen die jou een bezoekje gaan brengen." en/of "Oké wist niet dat je het leuk vindt om nooit meer te kunnen lopen" en/of "Ik maak je kapot" en/of "Dan ben je ten dode opgeschreven" en/of "Geef antwoord op alle verhalen die ik heb geschreven. Anders hak Ik je kop van je romp" en/of "Jou tijd is om drijf mij niet naar waanzin" en/of " (...) Maar als je weer gaat ontkennen dan hak ik je kop van je romp af, vieze laffe kankerhond. Ik wil gewoon mijn huis terug en daag mij niet uit om het te doen" en/of Omdat ik niemand kan bereiken gaat je hele huis er aan" en/of "Jij bent een vieze gore kanker verkrachter. En als ik je zie ben ik nog niet klaar met jou" en/of "He laffe vieze kankerhond. Jij lost die verminking op die [A] bij mij hebt geflikt en anders maak ik jou hartstikke kapot, ja. Hartstikke kapot. Ik begin bij je knieschijven" en/ of "Wil jij je hele leven achterom kijken en een dwarslaesie hebben", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 6hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 februari 2022 tot en met 5 april 2022 te Zwolle, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk [slachtoffer 6] , in zijn tegenwoordigheid mondeling en/of door een toegezonden of aangeboden geschrift heeft beledigd door hem (per voicemail en/of via whatsapp) de woorden toe te voegen: "vieze Gore kanker schoft" en/of "vieze gorre kanker verkrachter" en/of "jij bent echt een verkrachter" en/of "Laffe vieze kanker hond. Dat ben jij" en/of "vieze gore kanker rat" en/of"vieze kanker nazi" en/of "vieze kanker varken" en/of "kanker mongool" en/of "jij vieze zielige kanker zielenknijper", althans woorden van gelijke beledigende aard en/ of strekking; 16/131984-21 1hij op of omstreeks 8 februari 2021 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, en/of Lelystad, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door haar middels een SMS-bericht de woorden toe te voegen: 'ik maak je dood viezerik' en/of 'je kanker vader en moeder pak ik ook gore kanker snel', althans woorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking; 2hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 februari 2021 tot en met 21 februari 2021 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, in elk geval in Nederland,[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door haar via (een) WhatsApp-bericht(en) de woorden toe te voegen: 'je hebt echt een kankerprobleem mij bedreigen, ik maak je dood!' en/of 'niet janken als nooit meer kan lopen', althans woorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking; 3hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 december 2020 tot en met 28 maart 2021 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder opzettelijk en wederrechtelijkeen of meerdere trapleuning(en), traptrede(n), deur(en), kozijn(en) en/of mu(u)r(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 16/083961-22 1hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 januari 2022 tot en met 3 maart 2022 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] meerdere email berichten te sturen, te weten:- op 29 januari 2022: "Ik vermink je hele kanker familie" en/of "Als jullie mij zo mishandelen en mij daaroverheen nog drogeren ook vraag je er om kanker Mongool [A] vrijspel geven mij te mishandelen en dan mij voor gek verklaren je kanker moeder"- op 31 januari 2022: "Ik vermink je hele familie als ik mijn huis niet terug krijg" en/of “Leuke vrouw heb je mij drogeren en voor shit uitmaken succes mét rotzooi die eigen vrouw heeft aangericht" en/of “Als je vrouw als een klein kind weg duikt en mijn hulp vragen negeert kom ik ze halen en kan je de hele Toko opnieuw verbouwen. Ik heb toch niks te verliezen."- op 6 februari 2022: "Ik vermink je hele kanker familie" en/of “Ik Wil mijn huis terug jij bent a Medeplichtig aan haat zaaien mishandeling en aansturen van mishandeling Niet zeiken wanneer je zelf aan de beurt bent"- op 18 februari 2022: "De gene die mij mishandeld maak ik kapot en dat ben jij in dit geval Samen met je collega's Succes" en/of "Zometeen ben jij zo machteloos en kan jij je leven voor bij zien gaan" en/of- op 3 maart 2022: "Jullie hebben een probleem als ik mijn huis niet terug krijg" en/of "Ik rag jullie leven als deze week mijn spullen niet terug staan op de plek waar ze stonden. Het niet niet geloven of serieus nemen van lichaamlijke problemen die Ik door [A] heb misbruiken om mij weg te pesten en hoe is [A] in mijn gekomen en wie heeft [A] een sturing geven??? Jullie slopen je zelf maar niet mensen zoals ik die geen gezeik willen. Vriendelijke groeten [verdachte] ."; 2hij op of omstreeks 2 februari 2022 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een monitor/computer beeldscherm en/of een toetsenbord en/of een (desinfectie) dispenser, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.