RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Almere zaaknummer: 9617320 ME VERZ 22-2 ho/1524 Beschikking van 22 december 2022 inzake [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, gemachtigde: mr. H.T.L. Janssen, tegen: de vereniging
- [verweerder sub 1] ), gevestigd te [vestigingsplaats] , en
- [verweerder sub 2]in zijn hoedanigheid van eigenaar van het appartement met nummer [nummer ] van het woongebouw [woongebouw] , wonende te [woonplaats] , verwerende partijen, gemachtigde: C.W.G. Janssen, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [belanghebbende] B.V., in haar hoedanigheid van eigenaar van het appartement met nummer [nummer ] van het woongebouw [woongebouw] ,belanghebbende, gemachtigde: [verweerder sub 2] . Partijen zullen hierna worden aangeduid als [verzoekster] , de VvE en [verweerder sub 2] . 1Het verdere verloop van de procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikking van 22 september 2022; - het e-mailbericht van 19 oktober 2022 van [verweerder sub 2] ; - de akte van 14 november 2022 van [verzoekster] . 1.
- Ten slotte is beschikking bepaald op vandaag. 2De beoordeling 2.
- Bij beschikking van 21 april 2022 heeft de kantonrechter zijn beslissing ten aanzien van de verzoeken van [verzoekster] tot het vernietigen althans het nietig verklaren van de besluiten 7, 8, 10, 11 en 13 tot en met 15 aangehouden. 2.
- Bij beschikking van 8 juli 2022 heeft de kantonrechter een deskundigenonderzoek bevolen en B. Bruin RA (hierna de deskundige) als deskundige benoemd. 2.
- De deskundige heeft zijn voorschot bepaald op € 14.800,00 exclusief btw en € 17.908,00 inclusief btw. 2.
- De kantonrechter heeft bepaald dat [verzoekster] en de VvE ieder de helft van het voorschot, te weten € 8.9540,00, dienen te voldoen. 2.
- [verzoekster] heeft haar gedeelte van het voorschot voldaan. De VvE heeft haar gedeelte niet betaald. De deskundige is dan ook niet begonnen met zijn werkzaamheden en heeft geen rapport uitgebracht. De VvE heeft de kantonrechter bericht dat zij de kosten van het onderzoek niet gaat betalen. Wanneer een partij het voorschot niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet, kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht (artikel 196 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) 2.
- Het is uitermate betreurenswaardig dat door toedoen van de VvE de kantonrechter voor en goede beoordeling van het geschil dat partijen verdeeld houdt verstoken blijft van deskundige informatie over de financiële administratie van de VvE. Dit niet in de laatste plaats omdat een op een deskundigenbericht gebaseerd oordeel van de kantonrechter over die administratie een einde zou kunnen maken aan de veelheid van procedures over dit onderwerp die reeds tussen partijen in eerste en tweede aanleg aanhangig zijn en zou kunnen voorkomen dat in de toekomst weer procedures aanhangig worden gemaakt. Het zou de VvE toch wat waard moeten zijn dat te voorkomen en duidelijkheid te verkrijgen over de toelaatbaarheid van haar financiële admiratie en de in dat kader genomen en te nemen beslissingen. Dit temeer omdat de VvE er kennelijk tot op heden niet in is geslaagd de administraties van de VvE en de VvE Complex te splitsen terwijl de kascommissie die splitsing voor de verbetering van de controleerbaarheid nodig acht. Vanuit dit perspectief zou een deskundigenadvies over die splitsing de VvE toch ook welkom moeten zijn. Mede vanwege de onbegrijpelijke opstelling van de VvE ziet de kantonrechter geen reden om de VvE en [verweerder sub 2] de gelegenheid te geven nog nadere informatie in het geding te brengen. De goede procesorde noopt daartoe niet. 2.
- Door de handelwijze van de VvE kan de kantonrechter niet beoordelen of het beroep van [verzoekster] op de nietigheid of vernietigbaarheid van de volgende besluiten slaagt: -tot vaststelling van de balans per 31 december 2019 en de exploitatierekening 2019 (besluit nr. 7); - om het exploitatieoverschot over 2019 niet terug te geven aan de eigenaars maar toe te voegen aan de reserve (besluit nr. 8) in zoverre dat het exploitatieoverschot 2019 niet vaststaat; - tot vaststelling van de balans per 31 december 2020 en de exploitatierekening 2020 (besluit nr. 10); - om het exploitatieoverschot over 2020 niet terug geven aan de eigenaars maar toe te voegen aan de reserve (besluit nr. 11) in zoverre dat het exploitatieoverschot 2020 niet vaststaat; - tot het vaststellen van het onderhoudsplan dat betrekking heeft op een periode van 10 jaren waarin de benodigde onderhouds- en herstelwerkzaamheden alsmede de geplande vernieuwingen zijn opgenomen daaronder mede begrepen een berekening van de aan die werkzaamheden en vernieuwingen verbonden kosten en een gelijkmatige toerekening van die kosten aan de onderscheiden jaren (besluit 13); - tot het vaststellen van het bedrag ter uitvoering van het bij agendapunt 13 vastgesteld onderhoudsplan (besluit nr. 14); - tot vaststelling van de exploitatiebegroting 2022 (besluit nr. 15). Omdat de VvE voor haar handelwijze volledig verantwoordelijk is, heeft de kantonrechter (hoe onbevredigend ook) in redelijkheid geen andere keuze dan het beroep van [verzoekster] ten aanzien van deze besluiten te honoreren. 2.
- De VvE en [verweerder sub 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [verzoekster] wordt begroot op: - salaris gemachtigde € 498,00 ( 2 punten x € 249,00) - griffierecht € 86,00 totaal € 584,00 Het verzoek van [verzoekster] om te worden uitgesloten van de proceskostenveroordeling van de VvE zal worden afgewezen, aangezien volgens het bepaalde in art. 17 sub e van het splitsingsreglement de kosten van een rechtsgeding voor rekening komen van de gezamenlijke eigenaren. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- vernietigt, althans verklaart nietig, de besluiten nr. 7, 8, 10, 11, 13, 14 en 15 van (de vergadering van) de VvE van 9 december 2021; 3.
- veroordeelt de VvE en [verweerder sub 2] in de proceskosten, aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 584,00; 3.
- wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. H.M.M. Steenberghe, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2022.