← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:6149

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/043332-20 (TUL BIJZ) Beslissing op grond van artikel 6:6:21, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 14 maart 2022 op de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak tegen: [veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [adres] , thans verblijvende in [verblijfplaats] te [vestigingsplaats] , hierna: veroordeelde. 1De stukken De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder: - het onherroepelijk geworden vonnis van 18 juni 2021 van de meervoudige kamer in deze rechtbank in de zaak tegen veroordeelde met voormeld parketnummer, waarbij veroordeelde onder meer is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan deze voorwaardelijke straf de rechtbank – kort weergegeven – de volgende bijzondere voorwaarden verbonden: o een meldplicht bij de jeugdreclassering; o meewerken aan zinvolle dagbesteding; o een contactverbod met medeveroordeelde [medeveroordeelde] ; - de mededeling als bedoeld in artikel 366a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is aanstonds na de uitspraak van voornoemd vonnis op 7 juli 2021 per post aan veroordeelde toegezonden. - het advies van SAVE Jeugdbescherming van 16 november 2021 tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf; - de op 1 december 2021 ter griffie ingekomen vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf; - de overige stukken die zich in het dossier bevinden. 2Het onderzoek ter terechtzittingHet onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 28 februari

  1. Daarbij zijn gehoord: - de officier van justitie mr. G. Alagahgi; - de veroordeelde bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.J.J.L. Maalsté, advocaat te Utrecht; - mevrouw M. Dijkstra, reclasseringswerker. De zaak is gelijktijdig behandeld met een nieuwe strafzaak tegen veroordeelde met parketnummer 16/260150-
  2. Bij die zaak is ook een vordering tenuitvoerlegging aanhangig gemaakt in verband met de onderhavige zaak wegens overtreding van de algemene voorwaarden. 3De rapportage en de toelichting daarop In de terugmelding van 16 november 2021 wordt weergegeven dat veroordeelde zich niet houdt aan de bijzondere voorwaarden. Hij werkt nauwelijks mee aan hulpverlening en stelt zich niet open op. Ook is hij gestopt met school en is hij verwijderd van zijn stage. 4De standpunten 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd om van de vordering tot tenuitvoerlegging toe te wijzen 30 dagen en deze om te zetten in een taakstraf van 60 uren. Daarnaast heeft zij gevorderd om de proeftijd met een jaar te verlengen en de begeleiding van de jeugdreclassering te wijzigen naar Reclassering Nederland. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman kan zich vinden in de vordering van de officier van justitie. 5Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat uit het rapport en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat veroordeelde de aan hem opgelegde bijzondere voorwaarden heeft overtreden. De rechtbank zal, gelet op het gewezen vonnis in de zaak met parketnummer 16/260150-21, waarbij de voorwaardelijke straf ten uitvoer is gelegd wegens het overtreden van de algemene voorwaarde geen nieuwe strafbare feiten te plegen, de vordering van de officier van justitie afwijzen. 6De beslissing De rechtbank: - wijst de vordering af. Deze beslissing is genomen door mr. G. Schnitzler, voorzitter, mrs. A.A.T. Werner en G. Konings, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Neijenhuis, als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 maart
  3. Mr. Konings is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.