← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:6229

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/166485-19 Vonnis van de meervoudige kamer van 21 maart 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [woonplaats] , thans gedetineerd in het buitenland, hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op de openbare terechtzitting van 7 maart 2022, gelijktijdig met de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] (parketnummer 16/274321-19). Verdachte was niet bij de inhoudelijke behandeling aanwezig, waardoor de zaak bij verstek is behandeld. Dit betekent dat de rechtbank enkel kennis heeft genomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. T.M. van Wanrooij. 2TENLASTELEGGING De officier van justitie verdenkt verdachte ervan dat hij betrokken is geweest bij een strafbaar feit. Deze verdenking staat beschreven in de tenlastelegging, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht. Kort gezegd verdenkt de officier van justitie verdachte ervan dat hij: op 18 april 2019 in De Meern samen met medeverdachte voorwerpen aanwezig heeft gehad die bestemd zijn voor het plegen van feiten als bedoeld in artikel 11 van de Opiumwet. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAAK 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde. 4.2 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt dat de aangetroffen goederen bestemd waren voor beroeps- of bedrijfsmatige en/of grootschalige hennepteelt. Onder grootschalige hennepteelt wordt begrepen minimaal 500 gram hennep of 200 hennepplanten. In de aanhanger van verdachte en zijn medeverdachte zijn aangetroffen: - een aantal plantenbakken met hierin resten van aarde en kalkafzetting aan de onderzijde van de potten; - twee gebruikte en vervuilde koolstoffilters; - verwarmingsapparatuur; - Ph/hygrometer; - houten latten, waaraan lampenkappen hadden gezeten; - een bak met hierin resten van hennep; - aan- en afvoerslangen van lucht aan- en afvoer ten behoeve van de hennepkwekerij; - een aantal lucht-afzuigboxen; - een dompelpomp; - temp/hygrometer; - een aantal jerrycans van voedingsmiddelen ten behoeve van de hennepteelt; - een aantal lampenkappen van assimilatielampen; - een schakelbord; - zakken met resten van stekblokjes; - een zak met bamboestokjes. Uit deze hoeveelheid aangetroffen goederen, kan op zichzelf niet worden geconcludeerd dat deze bestemd zijn voor grootschalige hennepteelt. 5BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. I.J.B. Corbeij, voorzitter, mrs. S.M. Schothorst en E.C. Ruinaard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Neijenhuis, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 maart 2022. Mrs. Schothorst en Ruinaard zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 18 april 2019 te De Meern, gemeente Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten: - één of meerdere plantenbakken (met resten van aarde en/of kalkafzetting), - één of meerdere koolstoffilters, - verwarmingsapparatuur, - ph/hychrometer, - houten latten, - bak met hennepresten, - aan- en afvoerslangen, - één of meerdere luchtafzuigboxen, - dompelpomp, - temp/hychrometer, - één of meerdere jerrycans (van voedingsmiddelen) - één of meerdere lampenkappen (van assimilatielampen) - schakebord, - één of meerdere zakken met resten van stekelblokjes, - een zak met bamboestokjes, waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten. ( art 11a Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) Zie artikel 1 tweede lid Opiumwetbesluit.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.