vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/530361 / HL ZA 21-300 Vonnis van 10 augustus 2022 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende te [woonplaats 1] , 2. [eiseres sub 2], wonende te [woonplaats 1] , 3. [eiseres sub 3], wonende te [woonplaats 1] , 4. [eiser sub 4], wonende te [woonplaats 1] , 5. [eiseres sub 5], wonende te [woonplaats 1] , 6. [eiser sub 6], wonende te [woonplaats 1] , 7. [eiseres sub 7], wonende te [woonplaats 1] , 8. [eiseres sub 8], wonende te [woonplaats 1] , 9. [eiser sub 9], wonende te [woonplaats 1] , 10. [eiser sub 10], wonende te [woonplaats 2] , 11. [eiseres sub 11], wonende te [woonplaats 2] , 12. [eiser sub 12], wonende te [woonplaats 1] , 13. [eiseres sub 13], wonende te [woonplaats 1] , 14. [eiseres sub 14], wonende te [woonplaats 1] , 15. [eiseres sub 15], wonende te [woonplaats 1] , 16. [eiser sub 16], wonende te [woonplaats 1] , 17. [eiseres sub 17], wonende te [woonplaats 1] , eisers, advocaat mr. D.F. Fransen te Zwolle, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ALMERE, zetelend te Almere, gedaagde, advocaat mr. T.E.P.A. Lam te Nijmegen. Alle eisers gezamenlijk zullen hierna ook aangeduid worden als [eiser sub 1] c.s. (in mannelijk enkelvoud). Afzonderlijk zullen eisers bij hun achternaam aangeduid worden. Gedaagde zal Gemeente Almere genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 t/m 8; de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 8; de akte overlegging en uitlating producties 9 t/m 13 en vermeerdering van eis van de zijde van [eiser sub 1] c.s.; de aanvullende productie 9 van de zijde van de Gemeente Almere; het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 24 mei 2022; de ter zitting overgelegde spreekaantekeningen van [eiser sub 1] c.s. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten Inleiding 2.1. Oosterwold is een gebied bij Almere waar (onder meer) woningbouw wordt ontwikkeld. De inrichting van Oosterwold wordt voor een groot deel aan (particuliere) initiatiefnemers overgelaten. Initiatiefnemers kunnen op elke plek in Oosterwold een kavel uitzoeken waar zij zelf zorgdragen voor het bouwen van een woning en - in samenspraak met de andere initiatiefnemers - voor de algemene voorzieningen. 2.2. Het Rijksvastgoedbedrijf was eigenaar van de grond die [eiser sub 1] c.s. in Oosterwold heeft gekocht. De Gemeente Almere heeft de grond van het Rijksvastgoedbedrijf gekocht om die vervolgens te verkopen aan de initiatiefnemers. Stappenplan 2.3. Om een kavel te kunnen kopen dient een initiatiefnemer een aantal stappen te zetten. Dit stappenplan is gepubliceerd op de website van Oosterwold ([website]) (hierna: de website). De initiatiefnemer moet de volgende stappen - samengevat - doorlopen: Stap 1: inschrijving op het project door middel van het invullen van het intakeformulier; Stap 2: bijwonen van de informatiebijeenkomst; Stap 3: bijwonen van de stippenbijeenkomst waarop de initiatiefnemer met een stip op de kaart van Oosterwold aangeeft wat de gewenste locatie is van zijn initiatief. Na het zetten van de stip moet de initiatiefnemer een van maatvoering voorzien voorstel voor het kavelontwerp indienen; Stap 4: een intentieovereenkomst met de Gemeente Almere sluiten. Tijdens deze stap worden de precieze plek, vorm, oppervlakte en voorlopige kosten van de kavel vastgesteld; Stap 5: een ontwikkelplan indienen en het sluiten van de anterieure overeenkomst met de Gemeente Almere; Stap 6: de vereiste vergunningen aanvragen; Stap 7: een koopovereenkomst met de Gemeente Almere sluiten (na verlening van de vereiste vergunningen) en overdracht van de grond. 2.4. Voor het bijwonen van de informatiebijeenkomst (stap 2) en de stippenbijeenkomst (stap 3) moet de initiatiefnemer een uitnodiging te ontvangen. Met het plaatsen van de stip (stap 3) en het tekenen van de intentieovereenkomst (stap 4) worden nog geen bindende afspraken gemaakt tussen de initiatiefnemer en de Gemeente Almere. Pas in de anterieure overeenkomst (stap 5) worden voor het eerst bindende afspraken gemaakt. Op de website is bij stap 3 van het stappenplan het volgende vermeld: “Let op! Het zetten van de stip geeft geen verplichtingen of rechten en is slechts een indicatie van een mogelijk initiatief.” Grondprijs 2.5. Op 1 januari 2018 heeft de Gemeente Almere de grondprijs in Oosterwold (inclusief exploitatiebijdragen) vastgesteld op € 41,29 per m² (hierna ook: de oude grondprijs). Op de webpagina van de website van Oosterwold met de titel “Wat kost een kavel?” staan de grondprijzen en informatie daarover opgenomen. Bij de vermelding van de grondprijzen op deze pagina is gerefereerd aan de nog te sluiten anterieure overeenkomst: “De geïndexeerde prijs geldt voor alle nieuw te sluiten anterieure overeenkomsten (genoemde prijzen excl. BTW).” Ook is het volgende opgenomen: “Hertaxatie Wanneer de marktontwikkelingen daartoe aanleiding geven is er mogelijkheid tot hertaxatie en wijziging van de grondprijzen. Voor de beschikbaarstelling van gronden van het Rijksvastgoedbedrijf is het voldoen aan Europese regelgeving over staatssteun van groot belang. Om die reden is marktconformiteit een belangrijk uitgangspunt voor Oosterwold. […]” 2.6. De grond in Oosterwold is in 2018 opnieuw getaxeerd op € 74,15 per m² (inclusief exploitatiebijdrage). De Gemeente Almere heeft met een besluit van 4 februari 2019 met ingang van dezelfde datum de grondprijs verhoogd naar € 74,15 (inclusief exploitatiebijdrage) per m² (hierna ook: de nieuwe grondprijs). Overgangsregeling 2.7. De Gemeente Almere heeft met de verhoging van de grondprijs per 4 februari 2019 een overgangsregeling vastgesteld. De overgangsregeling is van toepassing op initiatiefnemers die vóór 4 februari 2019 een intentieovereenkomst met de Gemeente Almere getekend hebben. De regeling luidt, voor zover hier van belang, als volgt: “[…] Initiatiefnemers die op het moment van besluitvorming een intentieovereenkomst hebben, krijgen de mogelijkheid om door te gaan onder de ‘oude’ grondwaarde 2018, onder voorwaarde dat zij: Uiterlijk 31 maart 2019 een goedgekeurd ontwikkelplan hebben en een anterieure overeenkomst hebben gesloten met de gebiedsorganisatie Oosterwold; Uiterlijk 31 maart 2020 een onherroepelijke omgevingsvergunning hebben en de grond hebben afgenomen. […]” Coulanceregeling 2.8. In aanvulling op deze regeling is bij besluit van 21 maart 2019 een coulanceregeling vastgesteld. Die regeling luidt, voor zover hier van belang, als volgt: “1. Bij wijze van coulance zal de oude grondprijs ook gelden voor de initiatieven die voor 4 februari 2019 een stip hebben gezet en die voldoen aan de volgende situaties: Men is ver in het proces om tot een intentieovereenkomst (IO) te komen, dat wil zeggen dat: Men heeft voor 4 februari 2019 een onvoorwaardelijk en gemaatvoerd voorstel tot intekening gedaan; Voor zover de ontsluiting nog niet is geregeld, men binnen één maand na bekendmaking van de coulance alsnog zorgdraagt voor intekening van de ontsluiting; Voorwaarde is dat tegen de voorgestelde intekening en ontsluitingswijze geen inhoudelijk bezwaar bestaat vanuit gebiedsorganisatie Oosterwold. 2. Het initiatief heeft voor 4 februari 2019 een stip geplaatst of een kavel ingetekend maar is door de gebiedsorganisatie stopgezet in verband met afronding van archeologisch onderzoek.” [eiser sub 1] c.s. 2.9. De Gemeente Almere heeft de overgangs- dan wel de coulanceregeling niet toegepast op de koop van de grond door [eiser sub 1] c.s. Alle eisers hebben inmiddels een koopovereenkomst gesloten met de Gemeente Almere voor de grondprijs van € 74,15 (inclusief exploitatiebijdrage) per m². 3Het geschil Vorderingen: 3.1. In deze zaak wordt gevorderd dat de rechtbank, zoveel mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis: Primair I. voor recht verklaart dat de Gemeente Almere onrechtmatig heeft gehandeld jegens: a. [eiser sub 1] c.s. door de grondprijs (exorbitant) te verhogen vanaf 4 februari 2019; b. Eisers categorie 1 door hen uit te sluiten van de overgangsregeling althans deze niet op hen van toepassing te verklaren waardoor zij de ten processe bedoelde hogere grondprijs moe(s)ten betalen; II. de Gemeente Almere te veroordelen tot betaling van schadevergoeding aan: a. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] – hoofdelijk – ten bedrage van € 49.384,12; b. [eiseres sub 3] ten bedrage van € 42.718,00; c. [eiser sub 4] en [eiseres sub 5] – hoofdelijk – ten bedrage van € 44.163,84; d. [eiser sub 6] en [eiseres sub 7] ten bedrage van € 39.432,00; e. [eiseres sub 8] en [eiser sub 9] – hoofdelijk – ten bedrage van € 56.486,34; f. [eiser sub 10] en [eiseres sub 11] – hoofdelijk – ten bedrage van € 33.446,00; g. [eiser sub 12] en [eiseres sub 13] – hoofdelijk – ten bedrage van € 29.574,00; h. [eiseres sub 14] ten bedrage van € 60.791,00; i. [eiseres sub 15] ten bedrage van € 47.351,26; j. [eiser sub 16] en [eiseres sub 17] – hoofdelijk – ten bedrage van € 82.051,42 III. de schadevergoeding van Eisers categorie I onder II te vermeerderen met de wettelijke rente primair vanaf 4 februari 2019, zijnde de datum dat de Gemeente Almere de grondprijs heeft verhoogd en subsidiair: a. ten aanzien van [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] vanaf 20 augustus 2020, zijnde de datum dat zij de koopovereenkomst met de Gemeente Almere hebben ondertekend; b. ten aanzien van [eiseres sub 3] vanaf 23 september 2020, zijnde de datum dat zij de koopovereenkomst met de Gemeente Almere heeft ondertekend; c. ten aanzien van [eiser sub 6] en [eiseres sub 7] vanaf 26 november 2020, zijnde de datum dat hij de koopovereenkomst met de Gemeente Almere heeft ondertekend; d. ten aanzien van [eiser sub 10] en [eiseres sub 11] vanaf 14 september 2020, zijnde de datum dat zij de koopovereenkomst met de Gemeente Almere hebben ondertekend; e. ten aanzien van [eiser sub 16] en [eiseres sub 17] vanaf 23 september 2020, zijnde de datum dat zij de koopovereenkomst de Gemeente Almere hebben ondertekend. IV. de schadevergoeding van Eisers categorie 2 onder II te vermeerderen met de wettelijke rente f. ten aanzien van [eiser sub 4] en [eiseres sub 5] vanaf 29 januari 2020, zijnde de datum dat zij de koopovereenkomst met de Gemeente Almere hebben ondertekend; g. ten aanzien van [eiseres sub 8] en [eiser sub 9] vanaf 3 februari 2020, zijnde de datum dat zij de anterieure overeenkomst met de Gemeente Almere hebben ondertekend; h. ten aanzien van [eiser sub 12] en [eiseres sub 13] vanaf 29 april 2020, zijnde de datum dat zij de koopovereenkomst met de Gemeente Almere hebben ondertekend; i. ten aanzien van [eiseres sub 14] vanaf 1 juni 2020, zijnde de datum dat zij de koopovereenkomst met de Gemeente Almere heeft ondertekend; j. ten aanzien van [eiseres sub 15] vanaf 25 november 2019, zijnde de datum dat zij de koopovereenkomst met de Gemeente Almere heeft ondertekend; althans een in goede justitie te bepalen datum; V. De schadevergoeding onder II te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten a. ten aanzien van [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] ten bedrage van € 1.268,84; b. ten aanzien van [eiseres sub 3] ten bedrage van € 1.202,18; c. ten aanzien van [eiser sub 4] en [eiseres sub 5] ten bedrage van € 1.216,65; d. ten aanzien van [eiser sub 6] en [eiseres sub 7] ten bedrage van € 1.169,32; e. ten aanzien van [eiseres sub 8] en [eiser sub 9] ten bedrage van € 1.339,86; f. ten aanzien van [eiser sub 10] en [eiseres sub 11] ten bedrage van € 1.097 36; g. ten aanzien van [eiser sub 12] en [eiseres sub 13] ten bedrage van € 1.070,74; h. ten aanzien van [eiseres sub 14] ten bedrage van € 1.382,91; i. ten aanzien van [eiseres sub 15] ten bedrage van € 1.248,51; j. ten aanzien van [eiser sub 16] en [eiseres sub 17] ten bedrage van € 1.595,51; VI. Het gevorderde onder IV. te vermeerderen met de wettelijke rente bij niet voldoen binnen veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis. Subsidiair VII. Voor recht te verklaren dat [eiser sub 1] c.s. hebben gedwaald bij het sluiten van hun eigen koopovereenkomst met de Gemeente Almere; V. het nadeel veroorzaakt is door dwaling op te heffen, met dien verstande dat de grondprijs per m² wordt gewijzigd naar een prijs van € 55,55 per m², waardoor het nadeel van a. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] € 26.821,20 bedraagt; b. [eiseres sub 3] € 24.180,00 bedraagt; c. [eiser sub 4] en [eiseres sub 5] € 24.998,40 bedraagt; d. [eiser sub 6] en [eiseres sub 7] € 22.320,00 bedraagt; e. [eiseres sub 8] en [eiser sub 9] € 31.973,40 bedraagt; f. [eiser sub 10] en [eiseres sub 11] € 18.097,80 bedraagt; g. [eiser sub 12] en [eiseres sub 13] € 16.740,00 bedraagt; h. [eiseres sub 14] € 34.410,00 bedraagt; i. [eiseres sub 15] € 26.802,60 bedraagt; j. [eiser sub 16] en [eiseres sub 17] € 46.444,20 bedraagt. te betalen door de Gemeente Almere aan voornoemde respectievelijke eiser; VI. De vermindering van het nadeel onder V te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten; a. ten aanzien van [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] ten bedrage van € 1.043,21; b. ten aanzien van [eiseres sub 3] ten bedrage van € 1.016,80 c. ten aanzien van [eiser sub 4] en [eiseres sub 5] ten bedrage van € 1.024,98; d. ten aanzien van [eiser sub 6] en [eiseres sub 7] ten bedrage van € 998,20; e. ten aanzien van [eiseres sub 8] en [eiser sub 9] ten bedrage van € 1.094,73; f. ten aanzien van [eiser sub 10] en [eiseres sub 11] ten bedrage van € 955,98; g. ten aanzien van [eiser sub 12] en [eiseres sub 13] ten bedrage van € 942,40; h. ten aanzien van [eiseres sub 14] ten bedrage van € 1.119,10; i. ten aanzien van [eiseres sub 15] ten bedrage van € 1.043,03; j. ten aanzien van [eiser sub 16] en [eiseres sub 17] ten bedrage van € 1.239,44. VII. Het gevorderde onder VI te vermeerderen met de wettelijke rente bij het niet voldoen binnen veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis. Primair en subsidiair VIII. De Gemeente Almere te veroordelen aan [eiser sub 1] c.s. de nakosten ten bedrage van € 165,00 zonder betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, vermeerderd met € 85,00 in geval van betekening, te betalen; IX. De Gemeente Almere te veroordelen in de proceskosten en de kosten deskundige – na eisvermeerdering – ter hoogte van € 14.737,80 inclusief btw; X. Het gevorderde onder VIII en IX te vermeerderen met de wettelijke rente bij niet voldoening binnen veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis; XI. Het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. [eiser sub 1] c.s. legt - samengevat - aan zijn vorderingen ten grondslag dat de Gemeente Almere onrechtmatig heeft gehandeld door de grondprijs exorbitant te verhogen vanaf 4 februari 2019. De verhoging van de grondprijs was onrechtmatig omdat de Gemeente Almere het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel heeft geschonden. 3.3. Een deel van de eisers, [eiser sub 1] , [eiseres sub 2] , [eiseres sub 3] , [eiser sub 6] , [eiseres sub 7] , [eiser sub 10] , [eiseres sub 11] , [eiser sub 16] en [eiseres sub 17] , stelt zich daarnaast ook op het standpunt dat de Gemeente Almere onrechtmatig heeft gehandeld door hen uit te sluiten van de coulanceregeling. Op die manier heeft de Gemeente Almere het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheids-beginsel, het verbod op willekeur en het fair play beginsel geschonden. Deze eisers worden in de weergave van het geschil (zie r.o. 3.1.) en hierna aangeduid als ‘Eisers categorie 1’. De rechtbank begrijpt de stellingen van eisers aldus dat Eisers categorie 2 - zoals opgenomen in de weergave van het geschil - bestaat uit [eiser sub 4] , [eiseres sub 5] , [eiseres sub 8] , [eiser sub 9] , [eiser sub 12] , [eiseres sub 13] , [eiseres sub 14] en [eiseres sub 15] . 3.4. Subsidiair voert [eiser sub 1] c.s. aan dat er sprake is van dwaling omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij een marktconforme prijs voor de grond heeft betaald zoals de Gemeente Almere hem had voorgehouden. Voorts verkeerde [eiser sub 1] c.s. in de veronderstelling dat de Gemeente Almere geen lagere grondprijs kon aanbieden omdat dit in strijd zou zijn met Europese staatssteun regelgeving. [onderneming] B.V. (hierna [onderneming] ) heeft in opdracht van [eiser sub 1] c.s. een deskundigenonderzoek uitgevoerd naar de verhoging van de grondprijs. Op basis van het rapport van [onderneming] van 22 oktober 2020 kan volgens [eiser sub 1] c.s. een bedrag van € 55,55 per m² als een marktconforme prijs worden beschouwd. Daarnaast zijn de staatssteun regels volgens [eiser sub 1] c.s. niet van toepassing. 3.5. Gemeente Almere voert verweer en verzoekt de rechtbank [eiser sub 1] c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen, althans de vorderingen van [eiser sub 1] c.s. als onbewezen en ongegrond af te wijzen, zulks met veroordeling van [eiser sub 1] c.s. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten indien hij de proceskosten niet binnen 14 dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis heeft voldaan aan de Gemeente Almere. 3.6. Volgens de Gemeente Almere is geen sprake van schending van de beginselen van behoorlijk bestuur. Ook betwist de Gemeente Almere dat geen sprake zou zijn van een marktconforme prijs voor de grond en dat de staatssteunregels niet van toepassing zouden zijn. De Gemeente Almere maakt bezwaar tegen de vordering van de buitengerechtelijke incassokosten. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Verhoging grondprijs Zorgvuldigheidsbeginsel 4.1. Volgens [eiser sub 1] c.s. heeft de Gemeente Almere het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden door de belangen van [eiser sub 1] c.s. niet, althans onvoldoende, af te wegen tegen het algemeen belang van de Gemeente Almere bij de verhoging van de grondprijs. Uit niets blijkt volgens [eiser sub 1] c.s. dat zijn belangen zijn betrokken bij het besluit om de grondprijs te verhogen. [eiser sub 1] c.s. heeft zijn plannen voor Oosterwold drastisch moeten wijzigen ten gevolge van de wijziging van de grondprijs. Met de plotselinge enorme verhoging had hij geen rekening hoeven houden, aldus [eiser sub 1] c.s. 4.2. Volgens de Gemeente Almere heeft zij de belangen van de initiatiefnemers bij haar besluitvorming betrokken en gaf dit aanleiding om een overgangs- en een coulanceregeling vast te stellen. [eiser sub 1] c.s. mocht er niet op vertrouwen dat voor hem de lagere grondprijs zou gelden. De Gemeente Almere heeft volgens haar steeds een voorbehoud gemaakt ten aanzien van de hoogte van de grondprijs. 4.3. De rechtbank beoordeelt dit als volgt. Op grond van artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) mag een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht. Vaste rechtspraak is dat op grond van dit artikel de algemene beginselen van behoorlijk bestuur ook op privaatrechtelijk overheidshandelen van toepassing zijn (HR 27 maart 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5565 en HR 24 april 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0582). Op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel - een van de beginselen van behoorlijk bestuur - dient het bestuursorgaan (onder meer) de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af te wegen, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit (art. 3:4 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)). 4.4. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. De Gemeente Almere heeft in de eerste plaats voldoende onderbouwd dat zij de belangen van de initiatiefnemers heeft betrokken bij het besluit tot de grondprijsverhoging. Er is immers een overgangs- en een coulanceregeling tot stand gekomen op basis waarvan initiatiefnemers die (wat) verder waren in het proces dan [eiser sub 1] c.s. alsnog aanspraak konden maken op de oude grondprijs. 4.5. [eiser sub 1] c.s. heeft naar het oordeel van de rechtbank zijn stelling dat zijn belangen niet zijn meegewogen onvoldoende onderbouwd. Het had op de weg van [eiser sub 1] c.s. gelegen om inzichtelijk te maken in hoeverre hij in zijn belang is geraakt door de grondprijsverhoging en welk belang de Gemeente Almere ten onrechte niet heeft meegewogen. De enkele stelling dat hij zijn plannen drastisch heeft moeten wijzigen als gevolg van de grondprijsverhoging, is zonder nadere toelichting en onderbouwing onvoldoende. Gezien het feit dat [eiser sub 1] c.s. zich nog aan het begin van het proces bevond, valt deze stelling immers zonder deze nadere toelichting en onderbouwing niet goed te volgen. Voor alle eisers geldt namelijk dat op 4 februari 2019 nog niet duidelijk was welk kavel zij wilden afnemen. Een groot deel van de eisers – (ten minste) negen van de zeventien – hadden alleen nog maar de informatiebijeenkomst bijgewoond (stap 2 van het stappenplan). Zes eisers hadden een stip gezet voor 4 februari 2019 (waarvan twee eisers de stip daarna hebben verplaatst) maar al deze eisers hadden nog geen voorstel tot intekening van de kavel ingediend (stap 3). Ook [eiser sub 6] en [eiseres sub 7] - van wie in geschil is of zij een stip hadden gezet - hadden in ieder geval nog geen voorstel tot intekening gedaan. Van enige kosten die [eiser sub 1] c.s. in deze beginfase al genoodzaakt zou zijn te maken, is niet gebleken. Ook is niet gebleken dat [eiser sub 1] c.s. door de grondprijsverhoging kosten heeft moeten maken die hij anders - zonder de grondprijsverhoging - niet zou hebben gemaakt, althans geen zodanig hoge kosten dat de Gemeente Almere die had moeten meewegen in een belangenafweging. Onder die omstandigheden heeft [eiser sub 1] c.s. zijn stellingen onvoldoende onderbouwd en is niet duidelijk geworden wat zijn belang zou zijn bij de handhaving van de oude grondprijs, dat verder gaat dan het logischerwijs de voorkeur geven aan de oude lagere grondprijs. 4.6. Anders dan [eiser sub 1] c.s. lijkt te stellen, is ook geen sprake van de situatie dat De Gemeente Almere gerechtvaardigde verwachtingen bij [eiser sub 1] c.s. moet honoreren bij de belangenafweging van het zorgvuldigheidsbeginsel. Zoals hiervoor is overwogen, bevond [eiser sub 1] c.s. zich nog in de beginfase van het project (stap 2 of stap 3). Er moesten dus nog meerdere stappen worden gezet voordat er bindende afspraken zouden worden gemaakt in de anterieure overeenkomst (zie hiervoor r.o. 2.3. en 2.4.). De grondprijs werd pas in de anterieure overeenkomst definitief vastgelegd. Op de website is bij de vermelding van de grondprijzen bovendien gerefereerd aan de anterieure overeenkomst (zie hiervoor r.o. 2.5.) en is gecommuniceerd dat de grondprijzen op grond van de marktontwikkelingen nog zouden kunnen wijzigen (zie r.o. 2.5.). [eiser sub 1] c.s. had gezien het voorgaande redelijkerwijs kunnen of moeten weten dat de grondprijzen nog zouden kunnen worden verhoogd en dat dit voor hem zou kunnen gelden omdat hij nog geen bindende afspraken in een anterieure overeenkomst had gemaakt. Als gevolg van het hiervoor overwogene mocht [eiser sub 1] c.s. niet gerechtvaardigd verwachten dat de gecommuniceerde grondprijs aan het begin van het traject voor hem zou blijven gelden. 4.7. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan niet worden geconcludeerd dat de Gemeente Almere het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door de belangen van [eiser sub 1] c.s. niet mee te wegen. Evenredigheidsbeginsel 4.8. [eiser sub 1] c.s. stelt dat de Gemeente Almere met de grondprijsverhoging in strijd met het evenredigheidsbeginsel heeft gehandeld. De gevolgen van de verhoging van de grondprijzen zouden onevenredig zijn voor [eiser sub 1] c.s. in vergelijking met het belang van de Gemeente Almere. Volgens [eiser sub 1] c.s. zou het hanteren van de lage grondprijs voor [eiser sub 1] c.s. maar marginaal drukken op de begroting van de Gemeente Almere terwijl de individuele eisers door de grondprijsverhoging zwaar getroffen zijn. De Gemeente Almere betwist dat de gevolgen van de grondprijsverhoging tot een onevenredig resultaat hebben geleid. Volgens de Gemeente Almere heeft [eiser sub 1] c.s. dit (onder meer) niet voldoende onderbouwd. 4.9. De rechtbank beoordeelt dit als volgt. Het evenredigheidsbeginsel is vastgelegd in art. 3:4 lid 2 Awb en bepaalt dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. De rechtbank is van oordeel dat [eiser sub 1] c.s. de schending van het evenredigheidsbeginsel onvoldoende heeft onderbouwd. Daarvoor had [eiser sub 1] c.s. immers feiten moeten aanvoeren die onderbouwen dat de verhoging van de grondprijs zulke nadelige gevolgen heeft voor [eiser sub 1] c.s. dat dit in onevenredige verhouding staat tot het doel van het besluit tot de grondprijsverhoging. [eiser sub 1] c.s. heeft dat nagelaten. Het enige feit dat de Gemeente Almere als gemeente een veel grotere begroting heeft dan een particulier, betekent nog niet dat [eiser sub 1] c.s. nadelige gevolgen ervaart van het besluit en dat deze nadelige gevolgen in onevenredige verhouding staan tot het doel van het besluit. Mede in het licht van het feit dat alle eisers uiteindelijk een koopovereenkomst hebben gesloten met de Gemeente Almere op basis van de nieuwe grondprijs, had [eiser sub 1] c.s. dit nader moeten onderbouwen. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook geen sprake van een schending van het evenredigheidsbeginsel. Vertrouwensbeginsel 4.10. [eiser sub 1] c.s. stelt dat de Gemeente Almere in strijd handelt met het vertrouwensbeginsel door de grond aan hem voor een hogere grondprijs te verkopen. [eiser sub 1] c.s. wijst op de kavelprijs per 1 januari 2018 die is opgenomen in (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.