RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 10010205 \ MC EXPL 22-4246 Vonnis van 14 december 2022 in de zaak van [eiser] , h.o.d.n. [handelsnaam] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: F. Tambach, werkzaam bij Juristu Incassodiensten B.V., tegen [gedaagde] , wonende in de [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. N.F.J. Staes, advocaat te Amsterdam. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
- [eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van: € 1.719,29 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2018 tot de dag van algehele voldoening, of de wettelijke (handels)rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening; € 257,89 aan buitengerechtelijke kosten of een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag; de proceskosten; e nakosten. 2.
- Ter onderbouwing van die vordering stelt [eiser] dat [gedaagde] hem heeft ingehuurd voor het verrichten van een reparatie aan haar auto met kenteken [kenteken] . [gedaagde] laat echter na om de daarvoor verschuldigde (bij factuur van 28 mei 2018 in rekening gebrachte) kosten van € 1.719,29 te voldoen. Vanwege het betalingsverzuim is [gedaagde] inmiddels ook wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd, aldus [eiser] . 2.
- [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert primair tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met een (uitvoerbaar bij voorraad te verklaren) veroordeling van [eiser] in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na de datum van het vonnis. 2.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.
- De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] primair heeft betwist dat zij opdracht heeft gegeven voor de reparatie. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij geen contact heeft gehad met [eiser] over de reparatie, maar dat dit de heer [A] (hierna: [A] ) is geweest. [eiser] heeft vervolgens gesteld dat [gedaagde] , bij haar eerste bezoek aan zijn garage, informatie heeft verstrekt waarna [eiser] de betreffende auto in zijn administratie heeft gezet en daarbij de gegevens van [gedaagde] heeft vermeld. Volgens [eiser] heeft [A] ten aanzien van deze reparatie gefungeerd als contactpersoon omdat [gedaagde] niet technisch is. 3.
- De kantonrechter stelt voorop dat de omstandigheid dat [eiser] de auto in zijn administratie op naam van [gedaagde] heeft gezet – onduidelijk is overigens wanneer – nog niet met zich brengt dat alle werkzaamheden die voor of aan deze auto worden verricht, voor rekening van [gedaagde] zijn. Dit kan anders zijn als dat wordt overeengekomen, maar hiervan is in het onderhavige geval niet gebleken. 3.
- [eiser] heeft niet betwist dat hij omtrent de onderhavige reparatie contact heeft gehad met [A] . Dat [A] is opgetreden als vertegenwoordiger van [gedaagde] , acht de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Daarvoor is beslissend wat [A] en [eiser] daarover tegen elkaar hebben verklaard en wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Dat [A] zich zou hebben gepresenteerd of gedragen heeft als gevolmachtigde van [gedaagde] , heeft [eiser] op geen enkele manier handen en voeten gegeven. 3.
- Nu de door [eiser] gestelde overeenkomst met [gedaagde] niet is komen vast te staan, moet worden geconcludeerd dat [gedaagde] niet tot betaling kan worden aangesproken. De vordering zal derhalve worden afgewezen. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking. 3.
- [eiser] , zal als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 488,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 244,00). 3.
- De nakosten zijn toewijsbaar. Die zullen hierna in 'De beslissing' worden begroot. 3.
- De gevorderde rente over de proces- en nakosten wordt toegewezen op de wijze als in het dictum vermeld. 4De beslissing De kantonrechter 4.
- wijst de vordering af; 4.
- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 488,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis; 4.
- veroordeelt [eiser] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [gedaagde] aan voormelde kostenveroordeling voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 122,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de 15e dag na aanschrijving tot de voldoening, - te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de 15e dag na betekening tot de voldoening; 4.
- verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 december 2022.