vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/039905-22 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 27 september 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] te [plaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING De rechtszaak tegen verdachte heeft in het openbaar plaatsgevonden op de terechtzittingen van 13 mei 2022, 20 juli 2022 en 13 september
- Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 september 2022 (inhoudelijke behandeling). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M.M. Rademaker en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. M.G. van Wijk, advocaat te Hoorn, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 primair: in de periode van 28 maart 2021 tot en met 8 februari 2022 te Houten [slachtoffer 1] heeft belaagd; Feit
- subsidiair: in de periode van 28 maart 2021 tot en met 8 februari 2022 te Houten [slachtoffer 1] heeft gedwongen om met verdachte in contact te komen/te blijven; Feit 2: op 16 oktober 2021 te Houten [slachtoffer 2] heeft bedreigd; Feit 3: op 16 oktober 2021 te Houten een of meerdere navigatiesystemen heeft geheeld. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAAK 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft haar standpunt verwoord in een ter terechtzitting overgelegd schriftelijk requisitoir. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 primair tenlastegelegde, nu niet is voldaan aan het vereiste van stelselmatigheid. De officier van justitie acht het onder 1 subsidiair, 2 en 3 tenlastegelegde daarentegen wel wettig en overtuigend te bewijzen en baseert zich op de bewijsmiddelen zoals deze zich in het dossier bevinden. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft een integrale vrijspraak bepleit. Voor het onder 1 ten laste gelegde feit (belaging) heeft de raadsman aangevoerd dat de in de tenlastelegging omschreven gedragingen van verdachte niet bewezen kunnen worden verklaard. Er is onvoldoende steunbewijs voorhanden om te bewijzen dat het verdachte is geweest die de berichten op Instagram heeft geplaatst en dat het verdachte is die op zowel op 16 oktober 2021 als op 8 februari 2022 bij/in de woning van aangeefster is geweest. Indien wordt aangenomen dat het wel verdachte is geweest die op die data bij of in de woning van aangeefster is geweest. heeft de raadsman net als de officier van justitie vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde omdat niet is voldaan aan het vereiste van stelselmatigheid. Voor wat betreft de onder 2 ten laste gelegde bedreiging, die eveneens op 16 oktober 2021 zou hebben plaatsgevonden, heeft de raadsman aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte een vuurwapen voorhanden heeft gehad en heeft getoond. Het enkel roepen: "Kom naar beneden dan" levert geen bedreiging op. Ten aanzien van de onder 3 ten laste gelegde heling heeft de raadsman bepleit dat verdachte niet wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de door hem gekochte navigatiesystemen van diefstal afkomstig waren. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraak feit 1 Onder feit 1 wordt verdachte primair verweten dat hij [slachtoffer 1] (hierna bij feit 1: [achternaam van slachtoffer 1 en 2] ) - kort gezegd - heeft belaagd, dan wel, subsidiair, dat verdachte die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] heeft gedwongen om in contact met hem te komen of blijven. Dit zou verdachte hebben gedaan door
(1)op 28 maart 2021 beledigende berichten op lnstagram te hebben geplaatst
(2)zich op 16 oktober 2021 te hebben opgehouden bij de woning van [achternaam van slachtoffer 1 en 2] om contact proberen te zoeken en
(3)eenmaal op 8 februari 2022 daadwerkelijk de woning van die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] binnen te dringen. Vaststellen van de feiten Gelet op het dossier en het verhandelde ter terechtzitting overweegt de rechtbank over deze verweten contactmomenten als volgt.
- - lnstagram Ten aanzien van de geplaatste Instagramberichten stelt de rechtbank vast dat op een lnstagramaccount een foto van [achternaam van slachtoffer 1 en 2] is geplaatst voorzien van een beledigende tekst. Uit de inhoud van het dossier valt echter niet vast te stellen dat deze foto met onderschrift is geplaatst door verdachte, waardoor deze aan hem verweten gedraging niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het gegeven dat verdachte net vrij was en dat hij blijkens de verklaring van [achternaam van slachtoffer 1 en 2] haar eerder op eenzelfde wijze zou hebben belaagd, doet daar niet aan af. 2 - Ophouden bij de woning op 16 oktober 2021 Op grond van de inhoud van het dossier oordeelt de rechtbank dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat het verdachte is geweest die zich op 16 oktober 2021 heeft opgehouden voor de woning van [achternaam van slachtoffer 1 en 2] . Aangever [slachtoffer 2] heeft verdachte herkend en [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij de stem van verdachte herkende. 3-Binnendringen van de woning op 8 februari 2022 Wat betreft het binnendringen van verdachte in de woning van [achternaam van slachtoffer 1 en 2] op 8 februari 2022 leidt de rechtbank het volgende af uit het dossier. [achternaam van slachtoffer 1 en 2] heeft op 8 februari 2022 in haar aangifte verklaard dat verdachte haar woning is binnengedrongen en haar daarbij heeft mishandeld en gevraagd waarom zij niet reageerde op zijn toenadering. Getuige en buurvrouw [A] heeft verklaard dat zij [achternaam van slachtoffer 1 en 2] hard heeft horen schreeuwen en dat zij toen ook een mannenstem heeft gehoord, maar dat zij niet wist wie dat was. Getuige en omwonende [B] heeft verklaard dat aangeefster huilend naar haar is toegekomen en dat aangeefster haar toen vertelde dat haar ex-vriend in de woning was en haar heeft mishandeld. Dat iemand in de woning van [achternaam van slachtoffer 1 en 2] is geweest kan uit het dossier worden afgeleid. De vraag is echter of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte dat was. Daarbij geldt dat de rechtbank dat oordeel niet mag baseren op één getuigenverklaring. Uit het voorgaande blijkt dat het alleen aangeefster is die verklaart dat verdachte in haar woning is geweest. De verklaring van getuige [B] is afkomstig uit dezelfde bron, namelijk aangeefster. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat [achternaam van slachtoffer 1 en 2] wisselende verklaringen heeft afgelegd. Bij de rechter-commissaris verklaarde zij namelijk dat zij bij nader inzien niet zeker weet of het verdachte is geweest die de woning is binnengetreden. Dit alles maakt dat de verweten gedraging op 8 februari 2022 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Juridische duiding Gelet op het hiervoor overwogene kan de rechtbank alleen vaststellen dat verdachte zich op 16 oktober 2021 heeft opgehouden voor de woning van [achternaam van slachtoffer 1 en 2] . Belaging Om tot een bewezenverklaring van belaging te kunnen komen, moet worden geoordeeld of verdachte in de tenlastegelegde periode met zijn handelen opzettelijk en wederrechtelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster en zo ja, of die inbreuk een stelselmatig karakter had. Hoewel de voornoemde gedraging van verdachte kwalijk is in het licht van het contactverbod dat hij heeft met aangeefster, kan niet worden bewezen dat sprake was van een zodanige duur, frequentie en intensiteit van gedragingen van verdachte dat kan worden gesproken van een strafbare stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde. Het uitoefenen van dwang Nu de rechtbank alleen vaststelt dat verdachte zich op 16 oktober 2021 heeft opgehouden bij de woning, blijkt evenmin dat verdachte [achternaam van slachtoffer 1 en 2] heeft gedwongen om in contact te komen/blijven met verdachte. Het één keer opzoeken van [achternaam van slachtoffer 1 en 2] buiten haar woning, waarbij geen contact tussen verdachte en [achternaam van slachtoffer 1 en 2] tot stand is gekomen, is onvoldoende om te kunnen spreken van dwang. Het misdrijf dwang is immers pas voltooid wanneer iemand door de in artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht genoemde middelen daadwerkelijk is gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden. Nu er geen sprake is geweest van contact tussen verdachte en [achternaam van slachtoffer 1 en 2] kan dit feit niet bewezen worden verklaard. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat de handelingen genoemd in voornoemd wetsartikel van zodanige aard moeten zijn, dat zij in de gegeven omstandigheden leiden tot een zodanige psychische druk dat het slachtoffer hieraan geen weerstand kan bieden. Ook daarvan is in dit geval naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Verdachte zal daarom ook worden vrijgeproken van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde. Vrijspraak feit 2 Verdachte heeft zich op 16 oktober 2021 opgehouden voor de woning van [slachtoffer 1] . Verdachte heeft daarbij naar [slachtoffer 2] . de broer van [slachtoffer 1] , geroepen: "Kom naar beneden dan". Dat blijkt uit de verklaring van [slachtoffer 2] en getuige [C] . De vraag waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet. is of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte daarbij een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp heeft getoond. Alleen aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij een vuurwapen in de linkerbinnenzak van de jas van verdachte zag zitten. Hoewel getuige [C] heeft verklaard dat hij zag dat een jongeman voor de woning na het roepen van de woorden "Kom maar naar buiten flikkertje, als je dat durft" zijn hand schuin onder zijn openhangende jas stak. is dit naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te kunnen bewijzen dat verdachte daarbij heeft gedreigd met een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp. De rechtbank betrekt daarbij ook dat uit het dossier naar voren komt dat verdachte een problematische relatie heeft met de familie [achternaam van slachtoffer 1 en 2] , wat maakt dat de rechtbank van oordeel is dat behoedzaam moet worden omgegaan met de verklaring van [slachtoffer 2] . De verklaring van voornoemde getuige biedt in dat licht bezien onvoldoende steunbewijs. Het roepen van ""Kom naar beneden dan". zonder dat daar een wapen bij te pas is gekomen, levert geen bedreiging op in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde. Vrijspraak feit 3 Op 8 februari 2022 is in de schuur van de woning waarin verdachte verbleef een tas gevonden met daarin twee navigatiesystemen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij twee navigatiesystemen via marktplaats heeft gekocht voor in totaal € 200,-. Uit nader onderzoek door de politie is gebleken dat één van deze twee navigatiesystemen van diefstal afkomstig is, namelijk het systeem dat is gestolen op 13/14 december 2021 uit een voertuig met chassisnummer [chassisnummer 1] . De politie heeft geverbaliseerd dat een uitdraai van de uitgelezen informatie van dit chassisnummer is bijgevoegd, echter betreft dit een uitdraai van een voertuig met het chassisnummer [chassisnummer 2] I. De uitdraai betreft dus een ander voertuig. Daarmee ontbreekt in het dossier relevante informatie over het voertuig waaruit het navigatiesysteem is gestolen (zoals het bouwjaar) als ook iedere informatie over de (aanschaf- of markt)waarde van het navigatiesysteem zelf. Gelet op het ontbreken van deze informatie, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden bewezen dat verdachte wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door hem aangekochte navigatiesysteem van diefstal afkomstig was. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde. Nu verdachte integraal wordt vrijgesproken, wordt het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. 5BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Voorlopige hechtenis heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Verboom, voorzitter, mr. D. Riani el Achhab en mr. C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dam, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 september
- Mr. Van Dam is buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: Feit 1: hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 maart 2021 tot en met 8 februari 2022 te Houten, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door een of meerdere (beledigende) berichten op lnstagram, althans op sociale media, te plaatsen, en/of zich veelvuldig, althans meermalen, althans eenmaal, op te houden bij of nabij, althans binnen een straal van 500 meter van, de woning van [achternaam van slachtoffer 1 en 2] en/of (daarbij) te schreeuwen/roepen naar, althans contact te zoeken met, die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] , en/of de woning van die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] binnen te dringen/betreden, met het oogmerk die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 maart 2021 tot en met 8 februari 2022 te Houten. althans in Nederland, een ander. te weten [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden. te weten [slachtoffer 1] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen. niet te doen en/of te dulden. te weten (in) contact met hem, verdachte. te komen/te blijven (houden). door een of meerdere (beledigende) berichten op Instagram. althans op sociale media, te plaatsen, en/of zich veelvuldig, althans meermalen. althans eenmaal op te houden bij of nabij. althans binnen een straal van 500 meter van, de woning van [achternaam van slachtoffer 1 en 2] en/of(daarbij) te schreeuwen/te roepen naar, althans contact te zoeken met, die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] . en/of de woning van die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] binnen te dringen/te betreden; Feit 2: hij op of omstreeks 16 oktober 2021 te Houten [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door tegen die [achternaam van slachtoffer 1 en 2] de woorden toe te voegen: "kom naar beneden dan" en/of(daarbij) naar de binnenzijde van zijn jas te grijpen en/of (vervolgens) een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, te tonen: Feit 3: hij op of omstreeks 16 oktober 2021 te Houten, een of meerdere navigatiesystemen, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.